Twintigers en dertigers in de kerk

2001-11-09
  • Jaargang 45
  • nummer 22
In De Wekker heeft dr. Stefan Paas (de evangelisatie-consulent van de Chr. Geref. kerken) een paar interessante artikelen geschreven over de rol van mensen van tussen de twintig en de veertig in de kerk. Ik neem hier een groot deel over van het laatste artikel (De Wekker van 21 september).

Beleving
De 'doe-generatie' heeft vaak een sterk wantrouwen tegenover georganiseerde godsdienstigheid. Zij denken functioneel en zullen dus al snel vragen: met welk doel doen we dit? Natuurlijk mogen zij hierin ook gecorrigeerd worden.
De vraag naar het nut is niet altijd de beste vraag. Maar hier zit wel een diepere vraag achter. In een vorig artikel noemde ik al dat jongere mensen vandaag intens verlangen naar contact met een werkelijkheid die buiten de kramp en jachtigheid van elke dag staat.
Veel jongere kerkleden ervaren de huidige vormen en structuren niet als goede beddingen voor hun geloofsleven.
Zij vinden de kerkdienst belangrijk, maar vaak om andere redenen dan de oudere generatie. Gemeenschap ervaren, je geloof beleven (en niet per se veel leerstellige informatie opdoen) en praktische toerusting ontvangen zijn voor hen belangrijke zaken. Dat is dan ook vaak precies wat ze missen in kerkdiensten. ‘Er is zo weinig te beleven in de kerk, al leer je er veel’, zo zei iemand laatst tegen me. De klassieke verenigingsstructuur is voor veel kerkelijke twintigers en dertigers (de netwerkgeneratie immers) niet erg bevredigend.
Liever organiseren zij zich in kleinere gespreksgroepen en kringen.
Voor alle duidelijkheid: het is niet zo dat jongere kerkleden alles altijd anders willen. Zij zijn geen hemelbestormers of revolutionairen. Integendeel, de huidige structuur heeft ook bij hen vaak veel krediet. Waarvoor zij echter allergisch zijn, is wanneer deze zaken onbespreekbaar zijn. Als dingen beter kunnen, moet dat ook gebeuren, vinden zij. De vanzelfsprekendheid die er vaak hangt rondom geloven en kerk-zijn is iets waarvan een groot aantal kerkelijke twintigers en dertigers afscheid hebben genomen. Zij leven in een keuzemaatschappij, waarin in principe alles voortdurend open is. Al jong worden zij gedwongen om zelfstandig keuzes te maken op allerlei gebieden.
Dat doen zij dan ook voortdurend.
Steeds maken zij afwegingen en zij doen dat vaak op een hoog en weldoordacht niveau. Het klakkeloos volgen van de vorige generaties is iets wat daarom niet past bij hun levensgevoel.
Het is niet zozeer dat zij een 'protestgeneratie' zijn. Zij willen niet per se anders dan hun ouders. Zij willen er wel zelf over nadenken en tot keuzes komen.
Jongere kerkleden willen best gereformeerd zijn, maar niet klakkeloos of vanzelfsprekend. Zij willen graag zelf de waarde daarvan ontdekken. En daarbij waarderen zij, meer dan de vorige generaties, in hoge mate verscheidenheid en variatie. Zij zijn, als eerste generatie in onze geschiedenis, opgegroeid in een pluralistische en multi-culturele samenleving. Eenheid is voor hen duidelijk iets geheel anders dan uniformiteit.

Kwaliteit
‘De kerk is niet de plek waar ik het beste kan geven wat ik heb. Dat is voor mij een voortdurende frustratie’, aldus een jonger kerklid. Twintigers en dertigers zijn vrij algemeen hoger opgeleid dan hun ouders. Zij zijn mondiger en hebben veel meer keuzemogelijkheden.
Daardoor zijn zij gewend kwaliteit te verwachten. Door veranderingen en mogelijkheden voelen zij zich vaak uitgedaagd om beter en harder te werken. Zij leven in een cultuur die grote nadruk legt op activiteit en creativiteit.
Kerkelijke twintigers en dertigers willen hun kwaliteiten graag inzetten in de kerk, maar stuiten daarbij nogal eens op een cultuur die veel meer wordt gekenmerkt door de jaren '50 en '60.
Activiteit wordt nogal eens bestempeld als 'activisme'. Maar mogen we ook zeggen dat mensen van deze tijd tot hun recht komen als ze zich op een gezonde manier stevig inzetten voor de gemeente? En dat zij daarbij niet alleen de agenda hoeven te volgen die al klaarligt, maar daarin ook hun eigen inbreng mogen hebben?
Creativiteit wordt doorgaans niet erg gewaardeerd in de kerk. Er is in veel gemeenten (gelukkig niet in alle!) nauwelijks ruimte voor het inzetten van creatieve gaven. Veel zaken liggen vast en zijn niet bespreekbaar. Leden van deze generatie zullen het dan na een tijdje gefrustreerd opgeven. Zij passen zich aan en gaan leven op 60% van hun idealen, in plaats van op 100%.
De vrijgekomen energie stoppen zij in hun werk of in een hobby. Of zij vertrekken naar een kerk waar zij zich wel in kunnen zetten, met alles wat ze meebrengen. Triest genoeg is dan dat daar ook nog nauwelijks om getreurd wordt. 'Lastige' mensen zien we soms liever vertrekken. En het beeld dat vaak leeft, is weer eens bevestigd: de generatie 'Nix' is nergens voor te porren en heeft het altijd te druk.
Het verhaal van Paas spreekt mij aan.
Waarom lukt het ons toch vaak zo slecht om het anders-zijn van de ander te beleven als een verrijking in plaats van een bedreiging? Neem nu de schepping: daar spat aan alle kanten het plezier vanaf dat de Schepper heeft in de veelkleurigheid en veelvormigheid; en zou dan in de herschepping iedereen aan elkaar gelijk moeten worden: één kleur, één vorm, en wat daarvan afwijkt moet zich aanpassen? Laat er in de kerk vertrouwen zijn, openheid en ruimte voor mensen en ook voor generaties in hun verschillend zijn, ieder met zijn of haar unieke gaven en talenten, mogelijkheden en beperkingen.
M.H.T. Biewenga, Emmeloord

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief