Advent: God laat het er niet bij zitten
2001-12-09
Nadat God vroeger gesproken had door de profeten heeft Hij nu, op het einde van de dagen, tot ons gesproken door de Zoon…(Hebreeën 1,1).- Jaargang 45
- nummer 24
Een rot gevoel als je ervaart dat iemand het er bij heeft laten zitten. Je ligt met jezelf overhoop als je weet: ík heb het er bij laten zitten. Het kan je uit het lood slaan als je het gevoel hebt: God laat het er bij zitten. Wie heeft dat nooit, als je let op wat er in de wereld allemaal gebeurt? Als God eens meemaakte wat wij moeten meemaken!
De grote letters uit de kop hoor ik overal: God laat het er bij zitten.
Dat kleine, onderstreepte woordje ertussen durf ik soms niet uit te spreken.
Maar het Grote Boek, waaraan ik mij met alles wat in mij is probeer vast te houden, belicht juist dat dwarse woordje tussen die dreunende grote, vette kopletters. En het gedicht helpt mij zicht te krijgen op de God achter dat dwarse woordje. Ja, er staan ook beelden in van de máchtige God. Die paal en perk stelde aan het donker.
Die de sterren naar de uithoeken van de nacht wierp.
Mij raakt het beeld van de grote God op zijn knieën bij de beek. In zijn handen wordt de klei een mens die op God lijkt, die op Gods adem leeft.
Hoe hebben wij dat moois verknald.
En toch laat God het er niet bij zitten.
Via de Joden probeerde Hij de wereld in het gareel te krijgen. Toen dat niet ging stuurde hij profeten. Wat moet het God dwars gezeten hebben dat het geen zoden aan de dijk zette.
Toen pakte Hij uit op een unieke manier.
Er werd een Kind geboren. Zijn moeder hoorde dat Hij de beloofde was, maar het leek er niet op. Zijn wieg was een kribbe. Het eerste kraambezoek het laagste uit de samenleving, met een verhaal dat ze engelen hadden horen zingen: vrede op aarde. Als man stond dat Kind midden tussen gewone mensen. Toen Hij stierf aan het kruis zei een vreemde soldaat: Zoon van God!
Schepping,
Toen glimlachte God en het licht brak door, en de duisternis rolde naar de ene kant en het licht stond stralend aan de andere kant, en God zei: Het is goed!
Het groene gras sproot uit, en de bloemetjes bloeiden zo rood, de pijnboom wees met zijn vinger de lucht in, de eikeboom spreidde zijn armen uit, de meren vlijden zich neer in de holten der aarde, de rivieren stroomden uit naar de zee.
En weer glimlachte God.
En de regenboog scheen en welfde zich om zijn schouder.
Uit de bedding van de stroom schepte God klei; en aan de oever knielde Hij neer.
Daar knielde de grote, almachtige God, die de zon had gemaakt, in de hemel gesteld, die de sterren wierp naar de uithoeken van de nacht, die de aarde kneedde in de holte van zijn hand, deze grote God, als een moeder die over haar baby buigt knielde neer in het stof, zwoegde aan een klompje klei tot Hij het had gevormd naar zijn eigen beeld.
Toen blies Hij er in de adem des levens.
En de mens werd een levende ziel.
James Johnson
Daarmee opent het Grote Boek in Hebreeën. Daar wijzen de adventkaarsen heen. Toen Gods acties om mensen te bereiken mislukt leken, heeft Hij nog één keer gesproken in de Zoon, van Bethlehem tot Golgotha.
Als Gód eens meemaakte …?
Hij hééft het meegemaakt!
Hij kent ons begin. God weet hoe het voelt genegeerd te worden. Zelfs van sterven weet God hoe het voelt.
Gesproken in de Zoon, op het einde van de dagen.
Wat gezegd en gedaan moest worden is gebeurd in Jezus, de Zoon. Sinds Hem beleven we de laatste dagen, op weg naar Gods nieuwe wereld. De wereld met mensen zoals Hij bedoeld had toen Hij _zwoegde aan dat klompje klei_.
God heeft het er niet bij laten zitten.
Waarom niet?
Omdat Hij niet kan verdragen dat zijn mensen ondergaan. Daarom werd de Heer geboren.
Alle vragen zijn dan nog niet beantwoord.
Niet over de orkaan en de aardbeving, over de zes moorden in een weekend, over de terreur en de vergelding.
Voor die vragen stoppen betekent er mee vastlopen.
De raadsels neerleggen bij deze God geeft perspectief.
Wat Hij te zeggen heeft, heeft Hij gezegd in het Kind, de Zoon.
De mens zoals Hij heeft bedoeld.
Het lichtje van de adventkaars wenkt: er is hoop voor de wereld van 2001.
Daarom blijf ik werken aan een meer leefbare wereld. En als het toch mis gaat (oorlog, orkaan, aardbeving, overval ongeluk, ziekte) dan steek ik een kaarsje aan, om er dóórheen te kijken.
Toen Hij de kleipop mens maakte bedoelde Hij een wereld van gerechtigheid.
Toen Hij midden in de tijd zijn hoge woord sprak, werkte Hij aan vrede op aarde.
Ik verwacht aan het eind van de tijden deze God die alle dingen nieuw maakt.
Om Jezus wil.