Namen in bloed
2001-12-09
Vandaag zit ik op de nationale mannendag in Loosdrecht.- Jaargang 45
- nummer 24
Vreemd sfeertje. 2500 mannen in een hal. Gelukkig is mijn vriend en collega J mee. Maakt het allemaal een stuk gezelliger.
Een van de sprekers gebruikt een mooi beeld: Wij, luisterende mannen zijn allemaal eens geroepen door onze God. Bij onze naam. Maar…wat meer is, we zijn in Zijn handpalm gegrift.
Onuitwisbaar.
En op dat moment schieten mijn gedachten naar de handpalm van Josianne.
Ze is vijftien. En in haar arm staat de naam van een jongen.
Gegrift. Met een scherp stuk glas… Een maand of zes terug leerde ik haar kennen bij een optreden. Haar alleenstaande moeder is een bekende Nederlandse artieste en door omstandigheden leerde ik haar dochter kennen.
Na een eerste kennismaking wisselenden we e-mail adressen uit. Daarna begonnen we al snel te msn-en.
Msn is een chat-programma waarmee je direct met één of meerdere andere mensen die online zijn kan ‘praten’.
Chatten heeft dat.
Josianne is ongelukkig. Onder een enorm grappige, speelse en sterke buitenkant komt er een pijnlijk triest leventje te voorschijn.
‘Aandacht-tekort-stoornis’ noemt een collega van me dergelijke pijn wel eens.
Ik las ooit een gedicht over deze zaken: ‘De pijn van roepen en niet gehoord worden…’ Ik luister daarom regelmatig naar haar roepen.
Via de msn.
Rare manier van communiceren. Ze woont 150 kilometer bij me vandaan, maar we lijken in elkaars leven een belangrijke rol te vervullen.
Terwijl je op je pc werkt, komen gesprekjes door en heb je even aandacht voor elkaar.
Ze vindt zichzelf lelijk. Ze haat vreselijk veel mensen. Voelt zich uitgehold.
Ze typt regelmatig grote gvd’s in haar teksten, afgewisseld door drie letterige lichaamsdelen.
Ook denkt ze steeds negatiever over zichzelf. Mijn geoefend oog en oor ontwaart depressieve gevoelens en ik probeer haar naar een vertrouwenspersoon door te wijzen. Ze dweept met zangers en bands die zelfverwondende teksten zingen en verwoorden.
Ik heb haar beloofd haar moeder niet te informeren. (Ik baal van mijn belofte)
Haar vriendje Willem, sinds twee maanden in beeld, chat ook wel eens mee.
Hij is ook 15 en je kunt via dergelijke programma’s ook driegesprekjes houden (en ondertussen nog één-tweetjes met de anderen.) Hun liefde is vurig, pril en onstuimig, maar ook onvolwassen en instabiel.
Vorige week is ze vreemd gegaan met een andere gozer. Ze heeft hem gekust.
Drie maal.
Ik staar verbijsterd naar mijn beeldscherm… Ik lees de letters die in een tienerkamer in Rotterdam de digitale snelweg oprazen.
Als boetedoening kerfde zij tot bloedens toe de naam van haar vriend in haar arm.
Vol afgrijzen lees ik verder. De woorden druppelen in rode letters mijn pc binnen en vullen mijn beeldscherm.
Het vele bloed ving ze op in een lege vulpenvulling.
Nadat het reservoir gevuld was, schroefde ze de pen weer in elkaar en schreef ze een liefdesbrief aan haar vriend.
Met haar eigen bloed.
Ik heb hem aan mijn vriend gegeven, omdat ik bloedveel van hem hou.
Ik typ in mijn andere scherm..
Willem… is dat echt waar?
Hij typt me terug. Ja, dromer, ze is gestoord.
Hoe krijg ik haar bij een hulpverlener?
Als ik vanavond thuiskom zit mijn vierjarige dochter te kleuren aan tafel en begroet mij met luid kwetterende stem.
‘Pappa kijk eens, ik heb mijn eigen letter getekend.’ Ik schiet vol.
Haar lieve ogen stralen als ze trots haar kleine meisjeshand toont. Op de rug van haar hand staat een prachtig sierlijke S.