Samen naar de kerk

2001-12-09
  • Jaargang 45
  • nummer 24
Er zijn bij de redactie van 'Opbouw' vijf reacties binnen gekomen naar aanleiding van het artikel ‘Botsen in de kerk’ (door Henk Algra, Opbouw, p. 451, 452). Als redactie zijn we blij met dit 'mee-denken' door lezers van ons blad. In de vorige Opbouw trof u de reactie van br H. van Veen uit Geldrop, ook de tweede reactie, van Agaath Bruin uit Amsterdam, nemen we integraal over. In een volgend nummer wordt aandacht besteed aan de andere bijdragen.

Ik wil graag reageren op de bijdrage over 'botsen in de kerk'. Dat doe ik niet als deskundige, maar vanuit mijn eigen ervaring. Mijn indruk is dat Bram van Dijk een gemeentelid van de oudere generatie is. Maar ik heb als dertiger ook wel zo'n soort ervaring gehad. En in dezelfde Opbouw las ik over twintigers en dertigers in de kerk (M.H.T. Biewenga, pag. 456, 457, naar aanleiding van een artikel van dr. Stefan Paas).
Dat zij soms nauwelijks ruimte krijgen voor het inzetten van creatieve gaven en het na een tijdje gefrustreerd opgeven.
En soms vertrekken naar een andere kerk waar zij zich wel in kunnen zetten. En dat daar ook nog nauwelijks om getreurd wordt! Mijn grootste zorg betreft die onverschilligheid. Dat heeft mij persoonlijk ook diep getroffen en volgens mij heeft onverschilligheid een ernstige emotionele uitwerking op een mens. Alsof je er niet toe doet. Terwijl het er in de kerk juist om gaat hoezeer we geliefd zijn door God en waardevol zijn in Zijn ogen!

Erkenning
Voor mij betekende erkenning van mijn moeiten de belangrijkste ontwikkeling naar herstel. De vier golflengtes (ds Philip Troost) zijn volgens mij essentieel om tot die erkenning te komen.
Er zijn dus gesprekken nodig om een goede vertrouwensrelatie op te bouwen.
Mijns inziens heeft de kerkenraad daarin een belangrijke rol, maar het zou ook een ander gemeentelid (bijvoorbeeld van de eigen generatie) kunnen zijn. Eerlijk gezegd heb ik zelf die stap moeten zetten en daar was eerst tijd voor nodig. Maar je kunt die erkenning dus zelf gaan zoeken (in de strijd tegen de onverschilligheid).

Veranderingen
Wanneer er veranderingen optreden, bijvoorbeeld rond de vormgeving van de zondagse kerkdiensten, waar gemeenteleden problemen mee kunnen krijgen, is het belangrijk daar niet zomaar aan voorbij te gaan. Soms is het nodig om uit te leggen waarom daar voor gekozen is. De predikant kan -bijvoorbeeld via het kerkblad- aandacht geven aan die verschillende inzichten en benoemen dat sommige mensen daar moeite mee kunnen hebben. Dat kan die mensen helpen zich toch open te stellen naar die vernieuwingen en het een kans te geven. Anders ontstaat er bij voorbaat zoiets als hardheid van het hart en dat blokkeert alle eventuele oplossingen.

De oudere generatie
Ik heb de indruk dat een groot deel van de conflicten zich afspeelt tussen de verschillende generaties. Dat is al een geschiedenis op zich. En ik begrijp goed dat de oudere generatie zich ook zorgen maakt over ontwikkelingen die decennia terug in andere kerken tot bijvoorbeeld ontkerkelijking hebben geleid.
Het proces van het ouder worden brengt al moeilijkheden en onzekerheid met zich mee. Dus vasthouden aan tradities is mogelijk extra belangrijk als houvast. Daarom ben ik er van overtuigd dat er tenminste erkenning nodig is voor mensen als Bram van Dijk. Misschien is het mogelijk tijdens een gemeenteavond het betreffende onderwerp (conflict) te bespreken en naar elkaars mening te luisteren. Van daaruit kan een zacht hart groeien dat open staat voor wat echt nodig is voor de gemeente.

Wat is nodig?
De Heilige Geest kan mooie dingen bij ons uitwerken wanneer wij daarom bidden en ons hart daarvoor open stellen. Daarom komen we hierbij toch weer uit bij het belang van het gebed; door gemeenteleden persoonlijk, in de eredienst, in het pastoraat, in groepen, etc. Daarvoor is nodig dat gemeenteleden hun moeiten uitspreken, maar ook dat andere gemeenteleden luisteren. Dus dat we onze betrokkenheid tonen, in plaats van onverschilligheid.
Dat kan wanneer er onderlinge zorg en aandacht is en dat wij omzien naar elkaar. En dat we elkaar als broeders en zusters hoog hebben, hoe verschillend we ook zijn, met al onze onvolmaaktheden.
Steeds weer zullen wij moeten aanvaarden dat er ook dingen gebeuren die wij anders gewenst hadden. Dat wij zelf daarmee naar God kunnen, en het dan mogen loslaten.

Tot slot
Het onderwerp vind ik heel verdrietig.
Dat onze zondigheid en zwakheid zich ook in de kerk openbaren. Het voelt dubbel omdat ik het juist van de gemeente verwachtte! Maar het is een wisselwerking, vooral bij meningverschillen.
Erkenning was voor mij de belangrijkste stap naar herstel, maar daar is een band voor nodig en dat is een continu proces van geven en ontvangen.
Volgens mij is het een belangrijk aandachtspunt voor ieder gemeentelid.
Betrokkenheid vind ik essentieel bij conflicten binnen de gemeente, zowel persoonlijk als bijvoorbeeld een ‘begeleidingsproces’ via het kerkblad wanneer het een nieuwe ontwikkeling betreft.
Het belangrijkst blijft ons gebed want van Hem verwachten we het! ‘Want God is het, die om zijn welbehagen zowel het willen als het werken in u werkt’ (Filippenzen 2:13).

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief