Groen van Prinsterer, een sleutelfiguur

2001-12-21
  • Jaargang 45
  • nummer 25
Dit jaar is het 200 jaar geleden dat Mr G. Groen van Prinsterer werd geboren.
Als oud-kamerlid werd hij daarom dit jaar geëerd met een buste in het parlementsgebouw en verschenen er enkele publicaties. De meest in het oogspringende publicatie is een biografie van dr Roel Kuiper, hoogleraar Reformatorische wijsbegeerte in Rotterdam en directeur van het wetenschappelijk bureau van de Christen-Unie. Hij gaf zijn boek als titel mee ‘Tot een voorbeeld zult gij blijven’. Volgens de auteur is Groen van Prinsterer één van de sleutelfiguren van de moderne Nederlandse geschiedenis.

Natuurlijk is dit niet het eerste boek over Groen. Toch is deze biografie geen herhaling van zetten. Het plus van dit werk is dat karakter, levensovertuiging, werk en de tijd waarin Groen leefde met elkaar in verband gebracht worden. Daarnaast werd er door Kuiper nieuw materiaal uit allerlei archieven opgediept en verwerkt.
De heldere structuur van het boek maken dat zowel de mens Groen van Prinsterer als de tijd waarin hij leefde voor je tot leven komt!
Een dergelijke manier van aanpakken is de laatste jaren onder historici in zwang. Zo verschenen er in een recent verleden ook nieuwe biografieën over bv. Luther en Calvijn waarin, meer dan voorheen, ook hun karakters en de wisselwerking tussen hun persoonlijke levensomstandigheden, hun tijd en hun werk werden getekend.

Mens uit één stuk
Toch vermoed ik bij Kuiper ook nog een ander motief. In opdracht van de koning heeft Groen zich namelijk beijverd voor de uitgave van de correspondentie van de Oranjes. Kuiper schrijft naar aanleiding van de uitgave van het eerste deel over Willem van Oranje: ‘Nieuw en verrassend was dat Groen niet alleen officiële brieven publiceerde die betrekking hadden op staatszaken, maar ook putte uit de privé-collecties van de prins en zijn familieleden, waardoor meer intieme verhoudingen werden belicht. Groen deed dit met opzet en had er ook een doel mee. Hij wilde laten uitkomen, dat we hier te maken hadden met gelovige mensen, wier politieke optreden niet afweek van hun persoonlijke levensovertuiging’.
Ik denk dat Kuiper de opzet en de aanpak van zijn biografie, bewust of onbewust, van Groen heeft afgekeken!
Want de schrijver heeft zich zeer breed georiënteerd. Volgens kenners heeft hij praktisch alle bronnen die ons momenteel ter beschikking staan geraadpleegd en verwerkt! Wat Groen van de Oranjes wilde laten zien, wil Kuiper van Groen laten zien, namelijk de wisselwerking tussen het publiek optreden en de geloofsmotieven die daaraan ten grondslag liggen. Evenals de eerste Oranjes is ook Groen een christen uit één stuk!
In zijn boek trekt Kuiper de lijnen niet door naar vandaag. De lezer moet zelf bepalen of hij of zij vandaag nog wat met Groen kan. In dat kader vielen mij drie links naar vandaag op. Allereerst trof me de persoonlijke vroomheid van Groen en vervolgens dat thema’s als ‘wat is christelijk onderwijs?’ en ‘wat is christelijke politiek?’ nog steeds actueel zijn en Groens ideeën daarover ook vandaag nog tot nadenken prikkelen.

Christelijke levenswandel
Groen van Prinsterer was een markant volgeling van Jezus Christus. In de kringen van het Réveil, een Europese opwekkingsbeweging uit de 19e eeuw, heeft Groen zowel de eenvoudige en directe omgang met de Schrift, als de vrijmoedigheid anderen op te wekken ernst te maken met het christelijk geloof geleerd. Van dogmatische en psychologische beschouwingen moest hij niet veel hebben. In het Réveil was men er van overtuigd dat het eenvoudig geloofsvertrouwen van kinderen model diende te staan voor volwassenen.. Samen met Betsy, zijn vrouw, bezocht hij in Den Haag kerkdiensten waar Christus centraal stond en waarin troost voor de ziel werd geboden. Elke dag werd begonnen met een huisgodsdienstoefening. Ook de bedienden waren daarbij aanwezig.
Gedurende zijn hele leven heeft Groen met een zwakke gezondheid te kampen gehad. Meer dan eens bracht een ziekbed hem dichter bij God. Toch bereikte Groen de leeftijd van de sterken.
Op zijn ziekbed lag de Bijbel open bij Openb.7:13-17. Zij die uit de grote verdrukking komen worden door Christus naar de ‘waterbronnen des levens’ gebracht. God Zelf zal de tranen van hun ogen afwissen. Onder deze tekst had Groen eigenhandig geschreven ‘Amen, Jezus Christus, Amen’. Zijn vrouw Betsy schreef op de rouwkaart o.m. ‘Heden ontsliep mijn dierbare echtgenoot Mr Guillaume Groen van Prinsterer, in het onwrikbaar geloof aan zijn Heer en Heiland, wien hij zijn leven gewijd had’.
Die toewijding aan zijn Heer had heel praktische componenten. De bemiddelde Groen en Betsy waren b.v. nauw betrokken bij het wel en wee van het weeshuis van de Waalse gemeente. Als bestuurslid wist Groen zich verantwoordelijk en was hij bijna elke zaterdagavond in het weeshuis te vinden om met de probleemjongeren van gedachten te wisselen en ze catechisatie te geven. Ook ging hij samen met anderen regelmatig de achterbuurten van Den Haag in om met mensen te spreken en hun nood te ledigen. Voor een man die deel uitmaakte van het kabinet van de koning was dit zeer ongewoon. Ergens las ik dat de armen van Den Haag destijds hadden afgesproken: ‘Als er ooit een hongeroproer komt, sparen we het huis van Groen, want hij doet tenminste goeie dingen voor ons!’.

Afgescheidenen
Als jurist kwam Groen krachtig op voor het lot van de Afgescheidenen die van overheidswege werden vervolgd.
Toen binnen de eigen Hervormde Kerk door predikant Ph. R.H. Hugenholz op paaszondag 1864 de opstanding van de Here Jezus werd geloochend greep Groen dit diep aan. Hij mobiliseerde tal van predikanten en ‘leken’ en gaf zo de impuls die leidde tot de oprichting van de Confessionele Vereniging in de Hervormde Kerk. In navolging van zijn Heer bestreed Groen het onrecht in kerk en wereld.
Natuurlijk kleefden er ook aan deze man zonden en gebreken. In de omgang met intimi was Groen volgens zijn vrouw ‘zacht en kinderlijk’, dankbaar voor kleine dingen en blijken van verbondenheid. Maar, schrijft Kuiper, ‘Er was ook een andere trek in hem, die vooral tot uiting kwam in zijn publieke optreden. Daar voelde hij zich dikwijls niet veilig en kon hij scherp en sarcastisch aanvallen en bijtend reageren. Groen gaf zich zeker niet direct in het sociale verkeer, hij kon verstrakken, gesprekken afdoen met zwijgen (-) De kring van echte vrienden bleef altijd klein (-) Men vreesde zijn intellect en stoorde zich aan het gelijkhebberige in zijn betogen’.
Voorts kostte het Groen erg veel moeite zich uit het publieke leven terug te trekken. Het adagium van de Prediker dat er voor alles een tijd is drong maar nauwelijks tot hem door.

Christelijk onderwijs
Begin november schreef GroenLinkskamerlid Rabbae in de landelijk pers zich in te zetten voor het veranderen van artikel 23, dat gaat over de vrijheid van onderwijs. Rabbae betoogde: ‘Artikel 23 heeft een legitieme geschiedenis gehad, namelijk gelijkstelling van openbaar en bijzonder onderwijs.
Op een gegeven moment wijzigen de verhoudingen. De gelijke bekostiging zal blijven, maar een aantal andere zaken die met vrijheid van onderwijs samenhangen, zal veranderen’. In een nadere toelichting op deze woorden zei Rabbae af te willen van het zgn. toelatingsbeleid en dat in bepaalde gevallen de overheid verplicht onderwijsmethoden moet kunnen voorschrijven.
Hiermee staat de positie van het christelijk onderwijs opnieuw op de politieke agenda.
Hoewel kinderloos, heeft Groen zich tijdens zijn politieke loopbaan diepgaand en intensief met onderwijs beziggehouden. Groen vond dat in een christelijke natie als Nederland juist de overheid tot taak had op te komen voor de rechten van gereformeerde christenen. Op de openbare school moest daarom ruimte zijn voor specifiek christelijk onderwijs. Een christelijke staatsschool was zijn ideaal.
Toen in 1857 er een onderwijswet aangenomen werd die niet aan dit ideaal voldeed, nam Groen op staande voet ontslag als kamerlid. Later, toen hij opnieuw kamerlid was, plaatste hij keer op keer het christelijk onderwijs op de agenda van de Kamer.
In 1860 betrokken medestanders hem bij de oprichting van de vereniging ‘Christelijk-Nationaal Schoolonderwijs’.
Nu de staat haar plicht verzuimd had, moesten de kerken hun verantwoordelijkheid nemen en ‘scholen met de Bijbel’ oprichten. Daar men van overheidswege geen subsidie kreeg moesten de ouders en de kerken diep in de buidel tasten. Groen stelde in deze tijd grote sommen geld uit zijn privé-vermogen beschikbaar. Geld met behulp waarvan her en der in het land christelijke scholen konden worden gesticht.
Zijn politieke opvolgers zijn zich blijven beijveren voor de gelijkstelling van bijzonder en neutraal onderwijs. Om dit voor elkaar te krijgen moesten ze tot 1920 blijven knokken.
Tot op de dag van vandaag plukken wij de vruchten van de strijd die Groen en zijn opvolgers hebben willen voeren.
Wij mogen ons gelukkig prijzen dat we in ons land christelijk onderwijs kennen en onze kinderen conform de doopbelofte kunnen ‘doen onderwijzen in de waarheid Gods’. Rabbae c.s. zouden op dit gebied van ons wel weer eens eenzelfde inzet kunnen vragen als Groen in zijn tijd aan de dag moest leggen!

Christelijke politiek
Vorig jaar werd in ons land door zgn. conservatieve geesten de Burke-stichting opgericht. Mensen als Van Middelkoop van de Christenunie, Dries van Agt en Hans Hillen van het CDA en liberale denkers als Paul Cliteur en Andreas Kinneging vinden elkaar in deze stichting in het promoten van de aandacht voor de waarden en normen die het voorgeslacht ons aanreikt. Als doctrine wordt het conservatisme over het algemeen beschouwd als een reactie op de Franse Revolutie en het verlichtingsdenken waarin die revolutie wortelt.
Vandaag verzetten wij ons, aldus voorzitter Livestro, tegen de geest van ‘alles kan en mag’ uit de jaren ’60.
Instituties als gezin, kerk, school en verenigingen dienen een wezenlijke rol te spelen in de strijd tegen een verregaand individualisme.
Het was Groen van Prinsterer die zich zeer verwant wist met de Britse staatsman Edmund Burke naar wie bovengenoemde stichting is vernoemd. Eén van de bekendste publicaties van Groen is ‘Ongeloof en Revolutie’. Revolutie is vrucht van ongeloof en strijdt met de natuur en het recht. Anti-revolutionaire politiek dient terugkeer naar structuren en vormen te bevorderen die wortelen in het (nationaal) verleden.
Anders dan Burke stelt Groen dat de strijd tegen de revolutie begint met onderwerping aan het evangelie.
Abraham Kuiper, met wie hij aan de avond van zijn leven een intensief contact onderhield, heeft de ideeën van Groen uitgewerkt en uitgebouwd. De politiek van de Anti-revolutionairepartij (de AR die al geruime tijd in het CDA is opgegaan) vond in de 19e eeuw een vruchtbare bodem onder het gereformeerde volksdeel. Dat kwam niet in de laatste plaats door Groens ‘Handboek der geschiedenis van het Vaderland’.
Deze gids voor christelijke onderwijzers heeft hele generaties beïnvloed.
Het boek is doorspekt met Schriftcitaten en betoogt dat het evangelie in de Nederlanden door de Reformatie pas echt de vrije loop kreeg en ingang in veler harten vond.
In de ‘tachtigjarigen kijg’ heeft God Nederland geholpen en in de Oranjes bijzonder gezegend. Deze trouw aan het evangelie heeft Nederland zegen gebracht. ‘Het heeft Godsvrucht, werkzaamheid, goede trouw, ingetogenheid, eenvoudigheid en ootmoed tot volksdeugden gemaakt. De grootheid van de Republiek in de zeventiende eeuw is het gevolg geweest van het ernstig nemen van de Bijbel in de samenleving. De geleidelijke neergang in de achttiende eeuw was het gevolg van toenemend ongeloof’. Daarom: tegen de revolutie, het Evangelie!

Meer te bieden
En hiermee heeft Groen meer te bieden dan liberale conservatieven als Cliteur en Kinneging die vandaag aan de weg timmeren. Ook zij stellen zich op het standpunt dat de mens in wezen slecht is en willen pogen door goed onderwijs en een straffende overheid het kwade te weerstaan. Het evangelie spreekt echter van verlossing en vernieuwing van de mens!
Waar Christus woning maakt vindt pas werkelijk verandering plaats. Ook in het politieke debat van vandaag kunnen we Groen daarom niet missen!
Bijzonder vind ik tenslotte de opmerkingen die Kuiper maakt over Groens bijdrage aan de parlementaire cultuur van ons land. Groen heeft z.i. namelijk een wezenlijke bijdrage geleverd aan de cultuur van debat en oppositie. In Groens tijd was de Kamer nog niet gewend als een tegenover voor de regering te functioneren en richtte men zich vrij slaafs naar het beleid van de regering. Groen week van die lijn af en voerde zo’n beetje als eerste krachtig en positief kritisch oppositie.
Zijn buste in het parlementsgebouw is daarom voor elk kamerlid een aansporing serieus werk te maken van de volksvertegenwoordiging en voor ons allemaal een aansporing Christen uit één stuk te zijn. Roel Kuiper schreef een prachtig, goed leesbaar, boek!

Naar aanleiding van ‘Tot een voorbeeld zult gij blijven’ Mr G.Groen van Prinsterer (1801-1876), Buijten en Schipperheijn, Amsterdam, ISBN 90-5881-062-3; 264 pagina’s fl 43,85 / 19,90 euro

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief