Als ik dit wonder vatten wil
2001-12-21
Het is maar één regel uit één van de vijfentwintig kerstliederen, die het liedboek rijk is (1). Toch wil ik daarmee dit artikel beginnen en eindigen, als een amen op het grote geheimenis van de Zoon van God die mens werd.- Jaargang 45
- nummer 25
Nader je die kern van kerst dan komen zulke regels boven als die van Gezang 146 ‘Als ik dit wonder vatten wil, dan wordt mijn geest van eerbied stil’.
Deze eerbied en verstilling proef je ook in menig kerstlied.
Tegelijk merk je hoe kerstliederen, vol van dit geheimenis, zoeken naar een plek om te landen in het kleine wereldje van mensen in steeds wisselende omstandigheden. Waarbij het ‘hier en nu’ voor een middeleeuwer natuurlijk anders was dan voor ons, email-mensen. Hoe vertaalde het evangelie van de engelen - ‘U is heden de Heiland geboren’ - zich in de loop van de eeuwen en wat vind je daarvan terug in de kerstliederen. Dat is de rode draad van dit verhaal. Een beetje een zwerftocht, niet zonder verrassingen.
Een boereschure
Eerst maar eens iets over het decor van de kerstliederen. In meer dan één kerstlied valt op dat de bijbelse gebeurtenissen bezongen worden tegen een West-Europese achtergrond.
Zoals trouwens ook op schilderijen vanaf 1300 tot ver in de zestiende eeuw de bijbelse taferelen zich afspelen in een West-Europese omgeving.
Zo brachten lieddichters en schilders tot uitdrukking, dat het evangelie alles te maken had met hun dagelijks leven in het Duitse bergland of een Italiaanse stad. Zo ook in het kerstlied.
De nat-koude West-Europese winters, die in tochtige huizen zonder CV veel harder aankwamen dan nu, herken je bijvoorbeeld in het volgende 18e eeuwse lied van Vlaamse origine (2).
Maria die zoude naar Bethlehem gaan
1. Maria die zoude naar Bethlehem gaan,
kerstavond voor de noene;
Sint-Joseph zoud’ al met haar gaan
om haar gezelschap te hoeden.
2. Het hageld’ en ’t sneeuwde
en ’t was er zo koud,
de rijm lag op de daken;
Sint-Joseph tot Maria sprak:
“Maria, wat zullen wij maken?”
3. Maria die zeide: “Ik bender zo moe,
laat ons een weinig rusten.”
“Laat ons een weinig verder gaan,
aan een huizeken zullen wij rusten!”
4. Zij waren een weinig verder gegaan
tot aan een boereschure;
’t is daar waar Heer Jezus geboren was;
daar sloten noch vensters noch deuren!
5. ’t Kleine Kind weende, Maria zong:
Gods engels uit de tronen,
zij kwamen tezamen nedergedaald,
zij kwamen Maria kronen.
Het motief van de barre kou hoor je in Veel kerstliederen terug. Soms gaat dat gepaard met weinig begrip voor de manier waarop in het Midden-Oosten een pasgeborene werd ingepakt - zoals in het lied ‘Ghegroet so si di maghet soet’: ‘Het was daer cout in ‘t huiselijn.
Daar was noch roc noch hemdekijn, In doexkens werd ‘t gewonden’.
Dubbele bodem
Maar in andere (en meer diepzinnige) liederen zit onmiskenbaar een dubbele bodem. Je voelt op een gegeven moment niet alleen de West-Europese kou, maar wordt in meer geestelijke zin ook geconfronteerd met de kou, die deze wereld in de greep heeft gekregen. Dat is het geval in Gezang 132 uit het liedboek ‘Er is een roos ontloken, uit barre wintergrond’. Dat is meer dan de bevroren klei van de lage landen, zoals je ook bevestigd vindt als even verder gezongen wordt over de bloem (Christus), die de winterkou verdragen heeft. Daarbij valt over dit kerstlied het licht van lijden en dood van de Heer: ‘een roos als bloed zo rood’. Dan is duidelijk dat het gaat over de wereld waar het altijd winter en nooit kerst is, zoals Lewis het in één van zijn Narnia sprookjes onnavolgbaar typeerde. Kortom, je ziet hier in feite twee bewegingen. Enerzijds het kerstevangelie, gepoot in het klimaat van West-Europa, maar vervolgens merk je dat zo’n ingrediënt als de kou gebruikt wordt om de geestelijke situatie van mens en wereld te typeren.
De warme, huiselijke kant is ook. Het kraambezoek van de herders, het kindeke, de zoete liedekens (3), de meegebrachte boter, melk en sane en de wenk aan het kraambezoek dat het tijd is om te gaan (In: ‘Hoe leit dit kindeke’ en ‘Herders, Hij is geboren’). Dat is te ver doorgeschoten om nog goed zicht op het geheimenis te houden, denk je even.
Maar dan lees je in het laatste lied toch ook de regels: ‘d ’Oogkens van stonden aan, zag men vol tranen staan. ‘t Weende uit druk en rouw in deze straffe kou’. En dat is dan toch weer de dubbele bodem!
Ave Maria
Nu van de aandacht voor het decor naar de hoofdpersonen van de geboortegeschiedenis, moeder en kind. Zoals altijd heeft ook in de kerstliederen de vader het toekijken, maar dat heeft ook een diepere reden. Van Jozef wordt immers door de evangelist gezegd, dat hij de man is van Maria, uit wie Jezus is geboren (Mattheüs 1:16). Jozef is niet meer dan een gelovige en sympathieke figurant - niet meer dan een prins naast Maria als koningin. Met die laatste typering van Maria zit ik midden in het genre kerstliederen, waarin Maria als meer dan een moeder wordt bezongen. Zoals al in het bovenstaande lied van roomskatholieke origine, waar Maria in de slotregels door de engelen gekroond wordt.
Er ligt natuurlijk in veel van zulke liederen een punt, waarop we als protestanten moeten afhaken. Maar tot dat punt is er ook een heel traject waarop we (te) weinig met de kerk van alle tijden hebben opgelopen. Dat is heel mooi te illustreren aan één van de meest bekende Maria-liederen, het Ave Maria (4). De tekst is als volgt:
Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u. Gij zijt de gezegende onder de vrouwen, en gezegend is Jezus, de vrucht van uw schoot, Heilige Maria, moeder van God, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onze dood. Amen.
Het ‘Ave Maria’ is geboren uit twee begroetingen van respectievelijk de engel Gabriël en familielid Elizabeth (Lucas 1:28,42). De combinatie kwam al in de vierde of vijfde eeuw na Christus in gebruik in de oosterse kerk en vond enkele eeuwen later ingang in de kerk van West-Europa. Pas in de vijftiende eeuw werd de bede toege voegd, die Maria maakt tot aanspreekpunt voor de gelovigen op aarde.
Daarmee trok de kerk de bijbelse lijnen te ver door en dat was mee een oorzaak van het grote schisma tussen rooms-katholiek en protestant (1517).
Maar dat neemt niet weg dat christenen dankzij de eerste versie van het ‘Ave Maria’ eeuwenlang een bijbelse toegang hadden tot de geboortegeschiedenis, waarbij ook de bijzondere plaats van Maria op waarde werd geschat.
Gekuiste versies
De grote middeleeuwse aandacht voor Maria heeft ook doorgewerkt in de kerstliederen van Rooms-katholieke makelij. Niet dat ze daarmee in de protestantse kerken direct onbruikbaar waren, maar dan moest er wel gesnoeid en geknipt worden.
Een mooi voorbeeld is ‘In Dulci Jubilo’ (5). Een opvallend lied sowieso vanwege de mix van latijn en nederlands (of duits). De nederlandse versie (uit 1370) is als volgt:
In dulci jubilo (vertaling noot 5)
Singhet ende weset vro
Al onse herten wonne
leit in presepio
dat lichtet als die sonne
in matris gremio
ergo merito (2x)
Des sullen alle herten
sweven in gaudio
O Jesu parvule
na di is mi so wee
Nu troost al mijn gemoede
tu puer inclyte
dat staet in dynre hoede
tu puer optime
Traha me post te
al in dijns vaders rike
o princeps gloriae
Ubi sunt gaudio?
Nerghent anders waer
dan die eng'len singhen
nova cantica
Daer hoort men snaren clinghen
in regis curia
Eia qualia
sijn die weelden daer!
Men leeft er boven wesen
Christi presentia.
Maria nostra spes
helpt ons joncfrouwe des,
verghevet onse sonden
noch meer dan septies.
Opdat wi salich worden
in u progenies.
Vitam nobis des (2x)
dat ons te dele worde
eterna requies
Het vierde couplet ging er dus uit, maar mooi is wel dat het opvallende motief van de vergeving van zonden zijn plaats kreeg in een nieuw derde couplet en dan als het werk van Vader en Zoon. Zodat het protestantse In Dulci Jubilo eindigt met een verlangen naar het komende rijk (6).
Herders en engelen
Het wordt nodig tijd voor de herders en de engelen, met op de achtergrond de wijzen. Het is goed om dan (net als bij het Ave Maria) met de pure bijbelteksten te beginnen. De eeuwen door zijn bijbelgedeelten onverdund op muziek gezet, ook uit het kerstevangelie.
(zulke composities worden motetten genoemd). Met deze kerstmotetten werd de kerstboodschap kracht bijgezet - vaak m.m.v. koor en instrumentalisten.
Vooral de verschijning van de engelen aan de herders is in alle toonaarden bezongen (7). Toch merk je ook in dit genre hoe aan de pure bijbelgedeelten gemakkelijk elementen werden toegevoegd. Ongetwijfeld met het doel om de hoorder nog eens extra te betrekken bij de inhoud van het gezongene. Dat is te zien in een volgend motetgetint anoniem werk uit de 17e eeuw.
Misschien is het aardig om eerst zelf eens Lucas 2:8-20 te lezen en de verschillen op te merken met de bovenstaande vertolking. Dan hebt u vast opgemerkt, dat de engelenzang in de liedversie voorop gaat, waardoor de aankondiging van de geboorte in meervoud(!) volgt. Ook manen de engelen de herders tot spoed, terwijl de haast in Lucas 2 eigen initiatief is. Tussen de bijbelfragmenten vind je, zoals gezegd, de ingevoegde antwoord-elementen: de uitroep van verwondering, het uitbundig musiceren (vgl. Lucas 2:20), maar ook de vraag van de herders aan de engelen ‘waar is dit allerhoogste kind’.
In bijna elk van deze elementen wordt de kerstboodschap de wereld van de hoorder ingedragen, met ten diepste de uitnodiging om met de herders dit kind te zoeken.
Komt laten wij aanbidden
De gang van de herders vindt zijn bekroning in de ontmoeting met Maria, Jozef en het kind. Van aanbidding hoor je bij de wijzen (Mattheüs 2:11), maar het is een element dat in veel kerstliederen ook op de herders wordt betrokken. Zoals in één van de meest bekende kerstliederen ‘Komt allen tezamen’, in het liedboek als Gezang 138 opgenomen (8). Ook daar is de uitbundige boodschap van het veelvuldig herhaalde ‘komt laten wij aanbidden’, dat wij (als 21e eeuwers) niet bij herders en wijzen achter moeten blijven.
Een meer ingetogen en piëtistische versie (in de 1e persoon!) van de aanbidding biedt gezang 141 ‘Ik kniel aan uwe kribbe neer’ (9). Bij het origineel van de 17e eeuwer Paul Gerhardt kom je in voluit mystieke en piëtistische sfeer terecht. Zoals de slotregels van de duitse versie: ‘Zo laat mij toch uw kribje zijn; kom, kom leg in mij Uzelf met al uw vreugden’. Dat is wat mij betreft een stapje te ver, al blijft positief het besef dat het geheimenis van kerst ook heel persoonlijk toegang vraagt tot ons hart. In de liedboek-versie van Gezang 141 vindt u weinig meer terug van deze piëtistische inkleuring van het kerstgebeuren.
Maar mocht bij u in de komende kerstdienst het kinderlied ‘Een koning is geboren’ worden gezongen (10), dan weet u dat de laatste zinnen al een lange traditie hebben (‘Waar kan ik hem dan vinden, die koning, weet jij de weg misschien? Die koning is dichtbij je, je hoeft niet ver op reis, vraag Hem in ‘t kribje van je hart, dan wordt het een paleis’).
Zoet en krachtig
Verrassend vond ik ook dat je juist bij deze liederen uit de piëtistische traditie naast de zoetelijke wendingen (zie ook noot 3) de onverdunde wijn van het evangelie kunt vinden. Bijvoorbeeld in het lied ‘O Jesulein süss, o Jesulein mild!’ (11), een regel, die niet veel stevigs belooft en die je ook nog eens bij de in- en uitgang van elk couplet tegenkomt. Maar eenmaal binnen in zo’n lied, dan valt alles mee (De wil van de Vader hebt u vervuld, U kwam uit het hemels koninkrijk om ons gelijk te worden; de toorn van de Vader hebt U gestild, U hebt betaald voor onze schuld en brengt ons in de heerlijkheid van de Vader; U bent de liefde gelijk, ontsteek in ons de liefde, zodat wij allen U liefde bewijzen). Bijna twee werelden zou je haast zeggen, die zoetelijke refreinregels en de stevige taal van de confessie. Zo is het vaker in de kerstliederen. Wat dat betreft is de vreemde tweetaligheid van een lied als ‘In Dulci Jubilo’ ook in andere zin wel karakteristiek voor het kerstlied, met zijn verscheidenheid aan beelden en achtergronden.
Weer thuis
Als je dan na deze zwerftocht weer thuiskomt in het liedboek met zijn vijfentwintig kerstliederen dan weet je in ieder geval dat er in meer dan één kerstlied gesnoeid en geknipt is. En dát dat gedaan is vanuit het verlangen dat achter zoveel kerstliederen zit, namelijk dat u en jij meezingt over het grote geheimenis van Gods Zoon, die mens werd. Bijvoorbeeld door het lied te zingen, waarmee ik dit artikel begonGezang 146: ‘Als ik dit wonder vatten wil, dan wordt mijn geest van eerbied stil, aanbidt het maar doorgrondt het niet, dat zo de liefde Gods geschiedt’.
Noten
1. Bruto dan, want netto houd je er van die vijf en twintig misschien tien over. Wie waagt zich met kerst aan het breed uitgesponnen gezang 137 of het mooie lied 155, met het avondlicht van kruis en lijden? Boeiende achtergrondinformatie bij elk gezang is te vinden in het ‘Compendium bij de 491 gezangen van het Liedboek voor de kerken’, dat nog steeds verkrijgbaar is.
2. Dit lied is te horen op de CD ‘Er is een kindeke geboren’, gezongen door het Nederlands Kamerkoor (Erasmus WVH134). Het zijn veelal oud-hollandse kerstliederen in moderne maar goed in het gehoor liggende arrangementen. De tekst is uit de Randstadbundel (lied 167).
3. Al heeft het woord ‘zoet’ in het oud-hollands in zulke gevallen meer de betekenis gehad van aangenaam (vgl. de slaap / het licht / uw stem is zoet, Prediker 5:12; 11:7; Hooglied 2:14, SV en ook nog NBG).
4. Een anonieme zetting van het ‘Ave Maria’ is te horen op de CD ‘Medieval Carols’, uitgevoerd door de Oxford Camerata (Naxos 8.550751). Maar liefst vier toonzettingen van de tekst zijn te horen op de uitgave ‘Christmas Carols and Motets’, gezongen door de Tallis Scholars (Gimell 010).
5. Een versie van de protestant Praetorius is te vinden op de genoemde CD van de Tallis Scholars. Een zetting van Buxtehude is te horen op de CD ‘Angels en Shepherds’ met 17e eeuwse motetten en kerstliederen (CCS 151198), gezongen door de Nederlandse Bachvereniging. De kerstliederen op deze CD zijn uit Noordwest Europa afkomstig en de motetten ademen een Italiaanse sfeer.
De vertaling van de katholieke versie van ‘In Dulci Jubilo’ is als volgt:
1. Met zoet gejubel, zing en wees blij! De vreugde van onze harten ligt in een kribje en verspreidt vanuit de schoot van zijn moeder een hemels licht. Daarom moeten alle harten vervuld worden van vreugde.
2. O Jezuke klein, ik verlang zo naar u! Gij roemrijk kind, troost mijn gemoed dat ge onder uw hoede hebt. Goddelijk kind, neem mij op in uw ‘s Vaders koninkrijk. Gij vorst van de glorie!
3. Waar is de vreugde? Nergens anders dan waar de engelen nieuwe liederen zingen. Daar in de Hemelse zalen hoort men wonderschoon de snaren weerklinken. Daar leeft men op ongekende wijze in Christus tegenwoordigheid!
4. Maria, onze hoop, help ons! Vrouwe vergeef ons onze zonden meer dan zevenvoudig! Opdat wij zalig worden door uw nageslacht. Geef ons het leven, opdat ons de eeuwigheid deelachtig worden. (De tekst en vertaling zijn afkomstig uit: Ria van Gelder, Midden in de winternacht)
6. Dat motief klinkt in veel kerstliederen door, b.v. Gezang 136, zodat je in zo’n lied van de eerste komst van de Heer doorzingt naar de tweede. Vaak proef je tussen de regels ook iets van de kommervolle omstandigheden waarin velen in West-Europa te leven hadden.
7. Verschillende voorbeelden zijn te horen op de CD ‘Angels & Shepherds, vaak in dialoogvorm. Daartoe leent zich Lucas 2:8-20 natuurlijk ook heel goed.
8. Boeiend zijn de CD’s met kerstmuziek gezongen door het ensemble Taverner Consort o.l.v. Andrew Parrott. Dat zit in de grote diversiteit aan kerstliederen en de bevlogen uitvoering. Op The Christmas Album 1 (VC 5451552 PM 518) is ook het Adeste fideles te vinden, dat de basis was van ons ‘Komt allen tezamen’.
9. Te horen op de CD ‘Angels & Shepherds’, waarbij je in het derde couplet zicht krijgt op een mooi Duits tuintje (Nehmt weg das Stroh, nehmt weg das Heu, Ich will mir Blumen holen, dass meines Heilands lager sei auf Rosen und Violen, mit Tulpen, Nelken, Rosmarin aus schönen Gärten will ich ihn von obenher bestreuen).
10. Het lied ‘Een koning is geboren’ is geschreven door Elly & Rikkert en te vinden op de CD ‘Een boom vol kerstliedjes’ (7243 5234612 7).
11. In een zetting van J.S.Bach te vinden op de CD ‘Angels & Shepherds’. Een Nederlandse versie is opgenomen in de zangbundel van Joh.de Heer (lied 600a).
Gloria in excelsis Deo(Ere zij God in de hoge)
et in terra pax hominibus bonae voluntatis. (En vrede op aarde bij mensen des welbehagens)
Gaudium magnum annuntiamus vobis (We verkondigen u grote vreugde)
quia natus est hodie Salvator mundi. (Omdat heden de Redder der wereld geboren is)
O stupor, o gaudium, o celeste prodigium! (O wonder, o vreugde, o hemels teken!)
Sed ubi hic puer altissimus? (Maar waar is dit allerhoogste kind?)
In Bethlehem currite pastores (Haast u naar Bethlehem, herders)
et vedebitis Jesam in praesepio positum. (En u zult Jezus zien, neergelegd in een kribbe)
Eamus igitur, curramus celeres, (Laten we daarom gaan, laten we ons haasten)
et blandis formulies cytharas, (En laten we met onze vingers aangename)
fistulas, lyras en tibias pulsemus digitis (klanken voortbrengen op fluit, lier en trompet)
Eamus, puerum Jesum videamus, eamus (Laten we gaan om het kind Jezus te zien, laten we gaan.)