Door het oog van de naald (2)
2001-03-16
Deuteronomium 26: 3-11 - Jaargang 45
- nummer 6
De Israëlitische boer moest met de eerste opbrengst van het land naar de priester toe. Op die manier liet hij zien, dat de vrucht van het land niet het resultaat van zijn inspanningen was. Hij had het aan de HERE God te danken.
Aan Hem had hij niet alleen die opbrengst te danken, maar heel zijn leven in het beloofde land. Dat was zonder Hem ondenkbaar geweest. God was zijn Redder, daarom kon hij ten volle genieten van de schepping.
Dat verklaarde hij dan ook hardop ten overstaan van de priester in een soort geloofsbelijdenis.
Een zwerver, een vreemdeling en een slaaf
Stelt u zich voor: de Israëlitische boer met de eerste opbrengst van het land. Blij, dankbaar, maar waarschijnlijk ook een beetje trots. Hij had er immers hard voor gewerkt. Het is moeilijk bescheiden te blijven… Voor je 't weet ga je naast je schoenen lopen. Daarom was er die echt evangelische bepaling in de wet, dat hij elk jaar weer zijn afkomst onder woorden moest brengen: ik ben afkomstig uit een geslacht van zwervers, vreemdelingen en slaven. Een keihard bestaan, en we konden nauwelijks het hoofd boven water houden.
Als de HERE er niet was geweest, had ik hier vandaag niet gestaan. Maar we hebben geroepen tot Hem, en 't liet Hem -God zij dank!- niet koud. Hij hoorde ons, en Hij zag onze ellende, moeite en verdrukking. En Hij heeft ons met inzet van al zijn krachten"een sterke hand, een uitgestrekte arm en grote verschrikking"- uit Egypte geleid naar dit land, vloeiende van melk en honig. Door die verlossing toen en de verzoeningsdienst in de tempel vandaag kan ik hier staan met de eerstelingen van de oogst. Ik heb 't van U!
Zó leerde de HERE zijn kinderen elk jaar opnieuw om achterom en omhoog te kijken. Voordat je jezelf beter gaat voelen boven anderen, denk dan eens terug aan je verleden. Kijk eens goed van wie je er ééntje bent: je komt uit een geslacht van zwervers, vreemdelingen en slaven. Je hebt echt geen reden om neer te kijken op mensen, die het vandaag minder hebben dan jij. Je had er zelf bij kunnen wezen. En kijk ook eens goed van Wie met-een-hoofdletter je er ééntje bent. Als Hij je niet uit de goot had gehaald, was je hier nu niet geweest. Ook jij leeft van genade!
Voorspoed is niet vanzelfsprekend
Waarom is deze bepaling zo belangrijk en evangelisch, ook vandaag voor ons? Omdat je anders het gevaar loopt je materiële voorspoed als vanzelfsprekend te ervaren. En als voorspoed van zichzelf moet spreken, spreekt het een keiharde taal. Dan worden geld en goed alleen maar cijfers, waarmee je in strikt economische zin gaat rekenen en die je ook puur jezelf gaat toerekenen. Pas als je ermee naar de plaats van de verzoening gaat, krijgen welvaart en voorspoed een gezicht.
Zonder besef van je redding en verzoening kun je materieel nog zo rijk zijn, maar het zegt je eigenlijk niets.
Want je hebt geen idee van wie je dit ontvangen hebt. Rijkdom wordt heel anders, als je besef hebt van de Gever.
Hij heeft je dagelijks eten en drinken in al zijn variaties gemaakt. En Hij heeft je in staat gesteld ervan te genieten.
God is er kennelijk op uit, dat je je verheugt over al het goede dat Hij je en je huis gegeven heeft.
Avondmaal en het zondagse kopje koffie
Zó leerde de Israëliet met z'n mandje vol eerstelingen bij de priester, dat hij alles aan God te danken had. Het begrip eersteling is ook niet allereerst een aanduiding van het eerste, van dat wat voorrang heeft. Nee, het is vooral een aanduiding van dat wat samenhang heeft. Anders gezegd: het eerste koren en de eerste appels vormen een belofte. Er zal nog veel meer volgen, er is nog veel meer te verwachten uit de goede hand van onze verlossende God. Het gaat van "eersteling" (26:2) naar "al het goede" (26:11). Ik ontvang niet alleen mijn boterham maar al het goede uit zijn hand. En waarom? Om me te verheugen voor zijn aangezicht. Aan de vreugde van zijn dagelijks bestaan hing voor de boer uit Israël het prijskaartje van de verlossing uit Egypte. Aan de vreugde van ons dagelijks bestaan hangt het prijskaartje van de verlossing door Jezus Christus. Zonder Hem waren we vandaag in de greep van de zonde en de dood. Maar Hij heeft ons daarvan vrijgekocht. Op zijn kosten kunnen we daarom vreugde beleven aan onze goed belegde boterham. Aan Hem heb ik mijn leven en al het goede te danken.
De gang van de boer naar de plaats der verzoening kunnen we in zekere zin vergelijken met onze gang naar de avondmaalstafel. Daar vieren we de verzoening door onze Here Jezus Christus. Door te eten van dat brood en te drinken uit die beker komt ons dagelijks eten en drinken ook pas echt tot zijn recht. Zou het daarom ook komen, dat er eigenlijk niets gaat boven een kopje koffie met iets lekkers na de kerkdienst op zondagmorgen?