Diakenen en verliesverwerking (1)
2001-03-16
1. Praktisch- Jaargang 45
- nummer 6
Diakenen worden geacht eerder als mensen van de daad dan van het woord op te treden. De omschrijving van de dienst van de diaken in het Akkoord van kerkelijk samenleven (artikel 14) is daar duidelijk over:
De dienst van de diaken houdt in: het verlenen van christelijke hulp aan de leden der gemeente die in nood verkeren, en hen met raad en troost bij te staan. Naar vermogen zullen zij ook anderen hulp bieden.
Juist dat praktische hulpaanbod kan de diaken maken tot iemand die welkom is bij mensen die een verlies lijden. Want in een huis waar men bijvoorbeeld verslagen bijeen is rond het afscheid van een geliefde, is zeker ook behoefte aan een helpende hand; iemand die het rijden naar een ziekenhuis regelt; iemand die koffie zet en bij de Chinees wat te eten haalt, enzovoorts.
Hoe veelzeggend is de reeks werkwoorden in het verhaal van de barmhartige Samaritaan (Lucas 10:34):
- hij ging
– hij verbond
- hij goot
- hij zette
- hij bracht
- hij verzorgde.
Niet toevallig ook worden eten en drinken vanouds tot de troost-rituelen gerekend, Jeremia 16:7. Het lijkt bijna banaal om aan dat soort dingen te denken als mensen iets ergs is overkomen, maar in werkelijkheid is zulk praktisch handelen zinvol en troostrijk. Een diaken die daarvoor oog heeft, betekent iets. Wel is het nodig om steeds af te tasten of dingen gebeuren in overeenstemming met de wens van de mensen voor wie je ze doet. Ze kunnen zo verward of lamgeslagen zijn dat ze graag allerlei te regelen zaken aan anderen uitbesteden. Maar ongevraagd of onnodig hen dingen uit handen nemen is niet de bedoeling. Het zou jammer zijn, als er dingen gebeuren waarvan ze later zeggen dat ze erbij betrokken hadden willen worden. Ook mensen die door zware rampspoed getroffen mogen niet van hun verantwoordelijkheid beroofd worden. Het behoort tot de menselijke waardigheid dat je zelf dingen doet, en niet alleen maar object van verzorging bent. Vgl. Handelingen 9:34: Petrus bewijst een verlamde de dienst dat hij zijn eigen verantwoordelijkheid terugkrijgt. Ga dus steeds zorgvuldig na wat iemand graag aan jou overlaat en wat niet.
2. Trouw
Veel moeilijker wordt het als er niets meer te doen of te regelen valt. Dan breekt de tijd aan dat het verlies in al zijn heftigheid tot mensen gaat doordringen. Vergis je niet: als alles weer zo’n beetje op de rails staat, moet het ergste nog komen. ‘Doe-mensen’ verkijken zich daar vaak op. Hoe belangrijk de praktische hulp ook is – ze heeft slechts betrekking op de bovenste laag van de rampspoed. Daaronder liggen lagen van verdriet en pijn en leegte en verwarring waaraan je eigenlijk niets kunt doen. Daarbij sta je gewoon met lege handen. Het is goed je dat te realiseren. Het heeft geen zin steeds te blijven zinnen op dingen die je voor mensen zou kunnen doen. Sterker nog: het kan mensen teleurstellen als je je zo opstelt. Ze kunnen het gevoel krijgen dat ze niet serieus genomen worden in hun nood. Serieus neem je ze, als je wilt accepteren dat je niets voor ze kunt doen.
Met lege handen staan: dat is werkelijk heel moeilijk. Velen vinden dat zo onverdraaglijk, dat ze er voor terugdeinzen naar mensen die een verlies hebben geleden toe te blijven gaan. "Je kunt toch niets doen! Wat hebben ze aan mij?" Zulke bezoeken vragen ook wat van de draagkracht van de bezoeker. Je wordt er niet vrolijker van. Je ziet mensen soms alleen maar verdrietiger worden. Dat is niet aangenaam, en dat weten ze zelf ook: "Ik heb je weinig gezelligheid te bieden…"
Er kan ook tempoverschil groeien. Dat wil zeggen: voor de bezoeker gaat het leven door, maar voor degene die door een verlies getroffen is in wezen niet. De bezoeker kan iets hebben van "’t Zal nu wel wat beter gaan; het is per slot van rekening alweer een half jaar geleden dat…" Maar degene die het verlies geleden heeft is juist bezig de volle omvang ervan te gaan beseffen. Heel gemakkelijk kan er dan verwijdering groeien. In de praktijk zie je dan ook nog wel eens, dat mensen die lijden van lieverlee minder contacten krijgen. Het bezoek gaat wegblijven. Zo brengt ook het verlies van bijvoorbeeld werk of gezondheid vaak isolement met zich mee. Van tennissen is geen sprake meer als je elke dag voor bestraling naar het ziekenhuis moet, en dus… nemen ook ‘tenniscontacten’ maar al te gauw af. En als je je baan kwijt bent praat het een stuk minder makkelijk op verjaardagen, zodat de verleiding bestaat om verjaardagen te mijden…
Dat alles geeft diakenen reden om alert te zijn. Zeker als er wat langere tijd verstreken is sinds mensen een verlies leden, is het van belang solidair met ze te zijn. Juist dan gaat het erom als mens dichtbij de ander te zijn. Verschillende malen wordt in de Bijbel benadrukt hoe essentieel die solidariteit is. Denk aan Jobs noodkreet in Job 19:21: Ontfermt u, ontfermt u mijner, gij mijn vrienden, Want Gods hand heeft mij getroffen.
In Jesaja 47:6 neemt de HERE het Israëls vijanden kwalijk dat zij het niet voor zijn volk opnamen toen het onder zijn oordeel te lijden had: Ik ben tegen mijn volk toornig geweest… Gij hebt het geen barmhartigheid bewezen.
Zie ook Ezechiël 35:5 en het bijbelboek Obadja. Het is een bijbelse grondregel: mensen die verliezen lijden mogen verwachten dat andere mensen hen juist dan zien staan en achter hen gaan staan. Blijf ze trouw!
3. Er zijn
Maar hoe? Ik noem een aantal dingen. In de eerste plaats: als het doen ophoudt, val dan terug op het zijn. Ook al heb je niets te zeggen: het is belangrijk dat je er bent. Blijf bijvoorbeeld ook als echtpaar contact houden wanneer de ander de partner verliest. In de tweede plaats: durf het aan de leegte de leegte te laten.
Paulus zegt: "Ween met de wenenden." (Romeinen 12:15b) Een verbazend woord eigenlijk. Wij zien zo graag dat de tranen gedroogd worden, vgl. Openbaring 7:17. Maar Paulus wijst de haast terug om daarop vooruit te grijpen. Hij pleit voor meehuilen. Dat is zo indrukwekkend aan het eerste optreden van de vrienden van Job: ze hebben aanvankelijk alleen maar deel aan Jobs verdriet en doen zeven dagen lang geen enkele poging om hem af te leiden van zijn ellende, Job 3:13. Maak ruimte voor het verdriet, en geef er tijd voor, veel tijd. Vroeger deed men dat beter dan nu: de traditionele rouwgebruiken ruimden in de samenleving volop plaats en tijd in voor de verwerking van een verlies. In de derde plaats: probeer niet de afstand tussen de ander en jou in te korten door je te veel in hem te verplaatsen. In Spreuken 14:10 staat:
Het hart kent zijn eigen droefheid, En in zijn vreugde kan en vreemde zich niet mengen.
Hoe waar is dat. Het is onmogelijk je geheel in de ander te verplaatsen. Heb niet de illusie dat je kunt voelen wat de ander voelt. Zeg maar niet: "Ik begrijp hoe zwaar dit voor je is." Dat is gewoon niet waar. Natuurlijk scheelt het als je als bezoeker een vergelijkbaar verlies hebt geleden. Dan kun je elkaar inderdaad beter aanvoelen. Maar zelfs dan nog kunnen processen totaal verschillend verlopen. De een komt dichter tot zijn partner bij het lijden van een verlies, de ander ervaart juist verwijdering. Maak ruimte voor het anders zijn van de ander. Juist dan kun je tot elkaar naderen. In de vierde plaats: gun mensen hun eigen manier om met hun verlies om te gaan. Sommigen willen er eindeloos over praten. Anderen willen het er absoluut niet met jou over hebben. Je kunt daar als bezoeker je vragen bij hebben. In het eerste geval: moet iemand niet wat afleiding hebben om niet te verzinken in de ellende? In het tweede geval: moet iemand niet oppassen het verdriet te verdringen?
Wanneer het langer gaat duren dat je als bezoeker het onbehaaglijke gevoel hebt dat de ander naar de ene of de andere kant doorslaat, kun je je vragen voorzichtig aan hem of haar voorleggen. Maar het blijft belangrijk om respect te tonen en geduld te oefenen en de ander niet te dwingen in de richting die jíj heilzaam acht. Volgende keer verder.
Bewerking van de inleiding voor de Centrale Diaconale Conferentie van de Nederlands Gereformeerde Kerken, gehouden op zaterdag 28 oktober 2000 te Leerdam. Een afdruk van deze tekst op A4-formaat is verkrijgbaar bij de Diaconale Commissie t.a.v. de heer E.J. Vonk, Kleine Beer 7, 7904 LR HOOGEVEEN.