Contact

2001-03-16
  • Jaargang 45
  • nummer 6
Als Sasja na de les bij mij komt en na vijf minuten huilt en na tien minuten dichtklapt realiseer ik me niet dat het de start is van een half jaar intensief contact.
Een nogal therapeutisch hulpverlenend contact.
Aangezien dit acht jaar geleden gebeurde en ik net een maand of drie op school werkte, na zeven jaar in de hulpverlening bezig geweest te zijn, viel het me niet op en ook niet zwaar.
Achteraf gezien vraag ik me af hoe het kon dat de grens tussen docent en hulpverlener zo mateloos is overschreden… Nou ja, sommige predikanten gaan ook door met hun werk, nadat ze gestopt leken te zijn… Misschien dat daarom niemand op school er iets van zei?

Sasja vertelt een aangrijpend verhaal.
Haar zusje overleed na een slopende ziekte.
Kinderleukemie is een wrede en mensonterende ziekte en zet bij menige tienerzus hemel en aarde op de kop.
En maar hopen en bidden dat weer een beetje goed komt.
Haar nachtmerries spelen daarbij een belangrijke rol. Vooral de dromen en beelden van een rottend lichaampje in een kist in de grond. "En het is mijn zusje….", snikt ze dan.

Sasja vertelt in etappes het verhaal.
Etappes die elke keer weer een terugval kennen.
Overmand door verdriet en boosheid valt ze af en toe stil en verandert ze in een mokkende, zwijgende puber.
Een puber met vochtige ogen en een huilend hart.
Ze vertelt op een dag dat haar zusje prachtige oorbelletjes met bijpassend ringetje had. Met een lieveheersbeestje erop.
Sasja werkt bij een sieradenkraam op de markt en af en toe wordt ze gek, zegt ze. Dan zoekt een kind van een jaar of acht een dergelijk ringetje uit.
Ik snap het. De volgende week neemt ze in een pietepeuterig klein doosje het ringetje mee. Het ziet er echt om te huilen zo mooi uit. Al heb ik zelf geen kinderen, toch schetst zij een gemis waar geen woorden voor zijn.

Na een dagopening over geesten en glaasje draaien heeft ze weer een terugval.
Het hoge woord komt er na twee weken uit. Ze wil via een medium contact met haar zusje gaan zoeken.
"Al mag het niet helemaal van God toch wil ik gewoon even weten hoe met haar gaat! Ik heb het nodig."

Ik ben verbaasd. Dacht dat mijn dagopening over glaasje draaien bij de klas goed geland was. Ook Sasja had instemmend zitten knikken,… dacht ik.
Mijn waarschuwingen in de dagopening hadden niet het gewenste effect, dus nu maar een open gesprek aangaan.
We bespreken de voors en tegens. Ze is realistisch en luistert naar mijn mening. Af en toe breekt de boze puber er weer doorheen; "Ja, jij hebt makkelijk praten, jouw zusje leeft nog".
Gelukkig wel, ik heb een heel lief zusje.
We lezen samen het verhaal van Saul in Endor.
We halen er allebei iets anders uit.
Ik de doodsschrik om Sauls hart, zij het contact met Samuël.
Toch is ze er niet helemaal gerust op. Ze meldt me een week later dat ze bang is de ene angst en nachtmerrie in te gaan ruilen voor een andere.
Op haar angst, haar verdriet, haar wanhoop ga ik dan maar in. We spreken daarbij ook veel over Gods liefde.
Ik voel me ook een soort medium, maar dan anders.

Vandaag loop ik op de markt.
Het is acht jaar later en het is voorjaarsvakantie.
Ik loop Sasja tegen het lijf. Ze is een jonge moeder en draagt een wolk van een dreumes op haar arm. Het kind grijpt naar me.
Ik zie een schattig lieveheersbeestje aan haar vingertje.
Ze lacht.
Ik lach terug.

Dromer

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief