Wat drijft ons?

2001-03-16
  • Jaargang 45
  • nummer 6
Waarom wordt zendingswerk - en dat is alle activiteit van de kerk naar buiten toe - eigenlijk ondernomen? Wat drijft ons? Vroeger was dat het zendingsbevel van de Here Jezus zoals we dat in Matth. 28 tegenkomen: ‘gaat dan henen, maakt al de volken tot Mijn discipelen . . .’ In de Engelse wereld spreekt men dan van de ‘Great Commission’. Kort en bondig formuleerde J.C. Gilhuis het in 1940 kritiekloos zo: ’de samenvatting van alles wat de Schrift zegt over de roeping tot den arbeid der zending kan men vinden in het bevel van Christus’ (De Zendingstaak der Kerk). Zending was een opdracht!
Zonder de Great Commission kon geen zinnig woord over zending gezegd worden. En we dachten dat dit altijd al sinds de eerste eeuwen in de kerk zo was geweest. Na de Vrijmaking werd dit gehoorzaamheidsmotief exclusief kerkelijk ingekleurd.
Voor mij ligt een met de hand geschreven zendingsrapport voor de Classis Leeuwarden van 1948 waarin ik lees: ’de zending brenge niet enkel tot Jezus maar ook tot Christus den Kerkvorst, ... tegenover Moeder Jerusalem, de bruid, staat Moeder Babylon, de hoer’. Alleen de ouderen onder ons zullen deze taal nog verstaan.
Iemand gaf mij na mijn bevestiging in 1957 een gestencilde lezing van een dominee met de titel ‘Wat doet de Kerk heden met het Zendingsbevel?’, met de bedoeling mij toch vooral in het rechte spoor te houden. Ik lees erin dat je in de zending niet alleen soldaat moet zijn maar vooral een goed soldaat; zending is een ‘tegenprestatie’ -zo staat het er- voor in het verbond ontvangen weldaden! Zo kom je met een verengd en geïsoleerd gehoorzaamheidsmotief in de kring van de militante secte terecht.
In 1961 verscheen in Amerika van de hand van Harry R. Boer die toen in Noord-Nigeria werkte, een boek dat nogal bekend zou worden - Pentecost and Missions - waarin hij er aandacht voor vroeg dat vanaf het begin van de Christelijke kerk tot rondom het jaar 1800 de ‘Great Commission’ nauwelijks ooit een rol in de zending had gespeeld. D. van Swigchem had in Nederland een paar jaar eerder in zijn mooie en bekende dissertatie hier ook al op gewezen. Pas later na 1800 zou de ‘Great Commission’ die prominente plaats in de zendingswereld krijgen en naar het einde van de 20e eeuw toe langzaam weer verliezen. De kerk die leeft uit de Geest, had immers nooit een opdracht nodig gehad omdat zij levend uit de Geest vanzelf zendingsgericht was. Paulus heeft ook nooit iemand tot zending aangezet hoewel hij voor zichzelf van zijn eigen opdracht spreekt. Zie ik het goed dan is dat gehoorzaamheidsmotief in onze eigen kerken vandaag ook helemaal niet meer zo prominent. En toch zijn vele kerken intens missionair bezig.
Maar de motivering lijkt mij, samen met het klimaat in andere kerken, veranderd te zijn. Vandaag lopen de motieven van liefde en genade die wij willen delen met wie buiten staan, voorop. En dat is goed. Het is een verbetering op het geïsoleerde gehoorzaamheidsmotief. De liefde van Christus dringt ons, zegt Paulus. Maar tegelijkertijd vind ik er ook iets van de tijdgeest in. Wij doen mee omdat wij voelen dat dat zo moet. Het is zelfs zo dat er een verindividualiseerde omslag waarneembaar is in onze opstelling naar buiten. Vroeger kwam de uitdaging eerst van buiten af met de roep: hier is werk te doen, en daarna begon men zich af te vragen: zou dat iets voor mij kunnen zijn? Vandaag voelen we ons door de Heer geroepen ‘iets’ te doen in zijn Rijk en daarna kijken we de wereld rond of er ergens een passende uitdaging is. De tijden veranderen en wij veranderen met hen. We zouden niet graag tegen de tijdgeest in ook als Christenen nog dezelfden zijn van de tijden van onze vaderen, en nog zo soldatesk bijvoorbeeld tegen zending aankijken als zestig jaar geleden..
Maar het is wel gewenst onszelf te onderzoeken waarom wij mèt de tijd mee veranderen. Is het evangelische altijd een verbetering? Ik las onlangswas het in Opbouw? - dat wie met de tijdgeest getrouwd is, spoedig weer weduwe wordt. De tijd van het gehoorzaamheidsmotief sec is voorbij en moet liever nooit terugkomen. Maar gehoorzaamheid behoort wel – organisch - tot het evangeliepakket, ook al loopt de drager ermee uit de pas met de tijdgeest.

J. Vonkeman, Richmond, Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief