Vast en variabel

2001-03-16
  • Jaargang 45
  • nummer 6
Een dienst - van zo'n kleine uur - in een gebouw met alles open, zodat je mensen ziet komen en gaan.
Bewegelijk dus en dat gold niet minder voor de dienst zelf. Ik heb het dan over een EvTA-uitzending naar Bangui, de hoofdstad van de Centraal Afrikaanse Republiek.
Tijdens ons verblijf woonden we op zondag steevast een Afrikaanse kerkdienst bij naar evangelische snit. Bijzonder genoeg om tien jaar later, bij de voorbereiding van de Opbouwdag, weer aan terug te denken. Tropische warm was het en tegelijk verfrissend.

Er was doorgaans een koor - soms zelfs meer dan één - dat zong in die typische Afrikaanse meerstemmigheid, vol elan en ritmisch o zo tref-zeker. De preek ontbrak niet en die leverde bij tijden hoorbaar gemompel op - meestal instemmend, zo werd ons na afloop verzekerd. Weer heel anders was de lange lijst met namen van gemeenteleden, simpelweg omdat de postbestelling van de meeste gemeenteleden via de kerkelijke postbus liep. Voor de genoemden was er dus post. In een volgend moment zag je hoe oudsten en voorgangers persoolijk met gemeenteleden in gebed gingen ...

Herkenbaar
Geen doorsnee nederlands gereformeerde dienst dus. Maar wel één met voor ons heel herkenbare ingrediënten.
Want ook in Bangui werd er gebeden, gezongen, gelezen uit het evangelie, gepreekt en de zegen ontbrak niet. Je merkte, dat de christenen daar - net als hier - langs die wegen de ontmoeting met God en met elkaar zoeken.
Herkenbaar dus. Zo herkenbaar, dat ik me als blanke gereformeerde helemaal geen buitenstaander voelde in deze Afrikaanse evangelisch getinte diensten. Een dergelijke ervaring brengt je juist bij de centrale elementen, die altijd te vinden zijn in een christelijke kerkdienst.

Verschillen
Maar minstens zo nadrukkelijk word je geconfronteerd met alles wat gebonden is aan traditie, gewoonte, cultuur en smaak. Dat maakt een evangelische dienst in Bangui heel anders dan een nederlands gereformeerde in Amersfoort of een grieks-orthodoxe in Thessaloniki - om nog maar eens een dwarsstraat te noemen. Mooi eigenlijk!
Wat zoekt het evangelie in elke cultuur weer zijn eigen weg. Wat een ruimte en mogelijkheden, waarin iets van Gods veelkleurige genade en scheppingskracht zichtbaar wordt! Elke nederlandse theologie-student zou in zijn opleiding een tijdje stage moeten lopen in één van de kerken uit de derde wereld. Dat zou wat geld of air-miles kosten, maar veel kerkelijk gekissebis op bijzaken schelen, denk ik.

Van vast naar variabel
In de katholieke traditie, die natuurlijk ergens ook de onze is, had je in de diensten de vaste en de variabele onderdelen (ordinarium, proprium). Zodat ook toen geen dienst gelijk was. Bij ons is het niet anders, want hoeveel onze diensten ook verschillen van een 15e eeuwse mis, toch is er ook onder ons een mengeling van vast en variabel. Vergelijken we onze diensten op dat punt met die van 25 jaar geleden, dan heeft het eerstgenoemde (het vaste) duidelijk terrein verloren ten gunste van het tweede (het variabele).

Zwolle 1976
Dat realiseer ik me als ik denk aan de kerk waar ik opgroeide: de Zwolse vrijgemaakte kerk (buiten verband) van de jaren zeventig. Daar trok aan oud en jong wekelijks in geregelde orde een dienst voorbij, die steevast de volgende onderdelen had: votum, groet, psalm, gebed, wetslezing, psalm, lezing van een schriftgedeelte, lezing van de tekst, psalm met collecte, preek, psalm, gebed, psalm, zegen. Was er dopen, dan zorgde dat voor een inlas, die overigens op de rest van de dienst geen merkbare invloed had. Vier keer per jaar was alles anders, want dan werd er avondmaal gevierd. En zo was het in 1976 niet alleen in Zwolle.

Anno 2001
Er is in een kwart eeuw dus wel wat veranderd. Om te beginnen - met een knipoogje naar de Opbouwdag - de liederen! Toen waren dat de 150 psalmen, met als uitstapje een gezang uit de bundel van 29. Nu kunnen we putten uit het liedboek met de nieuwberijmde psalmen en (bruto) 491 gezangen. Maar ook de kinderliederen hebben hun plek gekregen in onze diensten.
En de opwekkingsliederen hebben in het laatste decennium de gereformeerde kerken veroverd. Weer heel anders is het repertoire, dat zich vanuit een protestants klooster in Frankrijk over de wereld verspreidde. Ik heb het dan over de liederen van- Taizé, veelal korte bijbel-fragmenten op toegankelijke verstilde muziek gezet.- En vergeet bij dit alles niet, dat er ook nog een eigen aanvullende gezangenbundel werd uitgebracht, zeven jaar geleden nog maar. Uiterst bescheiden in omvang, maar wel dapper doornummerend op het Liedboek, met veel liederen uit eigen kring.

Zonder canon?
Aan afwisseling dus geen gebrek. Het brengt je wel bij de vraag of we geen kerk zijn geworden zonder muzikale canon? Zonder richtsnoer, zodat de angst om te verdwalen in al die bundels (en pakken sheets) gepaster lijkt dan de vreugde over de veelkeurigheid. Laat ik op dit punt aangekomen melden, dat bij mijn vreugde over de variatie een verlangen is opgekomen naar concentratie. Er zijn liederen, die ik (als predikant) weloverwogen vaak preek, psalm, gebed, psalm, zegen.
Was er dopen, dan zorgde dat voor een inlas, die overigens op de rest van de dienst geen merkbare invloed had.
Vier keer per jaar was alles anders, want dan werd er avondmaal gevierd.
En zo was het in 1976 niet alleen in Zwolle.

Anno 2001
Er is in een kwart eeuw dus wel wat veranderd. Om te beginnen - met een knipoogje naar de Opbouwdag - de liederen! Toen waren dat de 150 psalmen, met als uitstapje een gezang uit de bundel van 29. Nu kunnen we putten uit het liedboek met de nieuwberijmde psalmen en (bruto) 491 gezangen. Maar ook de kinderliederen hebben hun plek gekregen in onze diensten.
En de opwekkingsliederen hebben in het laatste decennium de gereformeerde kerken veroverd. Weer heel anders is het repertoire, dat zich vanuit een protestants klooster in Frankrijk laat zingen in die diensten. Zoals psalm 65 'de stilte zingt u toe', psalm 121 'ik sla mijn ogen op naar de bergen' of psalm 139 'Heer, die mij ziet zoals ik ben' of gezang 75 met de 'ik ben' woorden en gezang 225 'zingt voor de Heer een nieuw gezang' en nog wel wat meer. Dit, om in die genoemde veelheid gemeentelijk toch te werken aan een basis-repertoire. Ik zou ook graag zien dat datzelfde in het persoonlijke en in familie-verband gezocht wordt. Zodat we toegroeien naar een gemeentelijke en persoonlijke selectie van liederen, die je tot een thuishaven kunnen zijn in goede en kwade dagen.
Tussen de twee woorden, die boven dit artikel staan, zou ik dan ook niet willen kiezen. Met de veelkleurigheid, die meekomt in het variabele ben ik van harte blij. Maar zonder de vreugde over dat wat je vertrouwd en onvergetelijk is geworden gaat het ook niet als je ‘zingt voor de Heer ...’.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief