Zingen, de adem van het hart
2001-03-16
Zingen is eigenlijk een vreemde zaak. Je zegt een tekst op die door een ander bedacht is. Die tekst is meestal niet nieuw, vaak ken je hem (bijna) uit je hoofd en meestal spreek je die tekst uit met meerdere mensen tegelijk. En die tekst is ook nog op muziek gesteld, waardoor ieder woord op een ander toonhoogte wordt uitgesproken en het spreken gaat daardoor ook een stuk langzamer. Ik hoor iemand al denken: ‘Ja, schei uit, zo kun je alles belachelijk maken.’ En dat is zo, maar ik wil niets belachelijk maken, maar er alleen op wijzen dat we op die manier toch op een heel ingewikkelde manier bezig zijn om iets te melden.- Jaargang 45
- nummer 6
Dat heeft natuurlijk een verklaring. Zingen is niet het doen van een mededeling, al zeg je er wel iets mee. Het stijgt boven het niveau van mededelingen doen uit. Zingen doe je met je hart, ook al schakel je je verstand niet uit. Zingen is een kunstvorm, in twee opzichten. Het heeft te maken met poëzie en ook met muziek. Niet altijd de beste poëzie en niet altijd de mooiste muziek en soms is er een sterke tekst op zwakke muziek en omgekeerd. Ideaal is natuurlijk: goede poëzie, die ook inhoud heeft, met passende muziek.
Poëzie
Poëzie, gedichten dus, wat is daaraan het kenmerkende? In een gedicht wordt een mededeling gedaan (dat blijft) maar daar blijft het niet bij. Het wordt gedaan op een manier die niet alleen het hoofd maar ook en juist het hart aanspreekt. Het is een vervoermiddel van emoties. Een gedicht wil ontroeren, iets zeggen dat het onzegbare nabijkomt. Niet iedereen heeft daar een antenne voor en de antennes zijn ook niet altijd hetzelfde gericht. Wat de één heel ontroerend vindt wordt door de ander sentimenteel gevonden.
Ida Gerhardt schrijft heel andere gedichten dan Nel Benschop. Dat wil niet zeggen dat de emoties die verwoord worden niet zuiver zijn, maar er is wel een verschil in stijl.
Muziek
Muziek is op zichzelf al iets raadselachtigs. Verschillende toonhoogten en verschillende ritmen en dat levert dan iets op van soms uitzonderlijke schoonheid. Iets dat het hart raakt. Ook in de kerk zingen we. Liederen van verschillende herkomst en uit verschillende muziektradities. Wat de één mooi vindt kan de ander niet waarderen en andersom.
Het is goed om daarin met elkaar rekening te houden en niet je eigen smaak of voorkeur als de enig mogelijke te zien.
Er komt nog iets bij. Liederen raken ook onze emoties omdat er herinneringen aan zijn verbonden. Ik noem als voorbeeld ons volkslied. De tekst is eigenlijk heel vreemd. We zingen met z'n allen dat we Wilhelmus heten en van Duitsen bloed zijn en dat we de koning van Hispanje eren. Normaal zou het niet in ons hoofd opkomen om zoiets te beweren maar met die opmerking neem je de emoties niet weg die aan dit lied kleven. Zo gaat het ook met andere liederen. Psalmen in de oude berijming bijvoorbeeld. In een verzorgingshuis, waar ik soms de weeksluiting verzorg, worden ze nog vaak gezongen en ik hoef maar zelden in mijn boekje te kijken, want ik ken ze nog van vroeger.
We houden dus soms van een lied niet zozeer om de kwaliteit van tekst of muziek, maar er kunnen heel andere dingen meespelen. Dat is niet erg, maar we moeten het ons wel bewust zijn.
Liederen zijn een combinatie van twee kunstvormen: poëzie en muziek. Ze spreken ons aan op een ander niveau dan het verstandelijke. Het is een zaak van het hart. Zaken van het hart zijn gevoelige zaken en dus kunnen we een ander daarin diep kwetsen. Als iemand een bepaald lied erg mooi vind en ik zeg dat ik het ‘kattengejank’ vind, dan kan ik de ander pijnlijk raken. Toch kan het zo zijn, dat je in waardering voor liederen ver uit elkaar ligt. Alleen – hoe ga je daar mee om?! Als iemand in een bepaald lied zijn dankbaarheid of verdriet of wat-dan-ook naar God toe kan uitzeggen – dan trap ik hem op het hart als ik dat lied belachelijk maak. Als ik eens naga wat ik het afgelopen jaar zo gezongen heb (behalve dan onder de douche) dan kom ik psalmen tegen gezangen, opwekkingsliederen, Taizé-liederen, YfC liederen , Johan de Heer en ik vergeet er misschien nog een paar. Laten we dit rijtje eens langslopen.
De Psalmen
Het is een wonder dat we vandaag liederen zingen die 3000 jaar geleden zijn geschreven. Gedachten en emoties van zo lang geleden die nu nog aanspreken. Doen ze dat dan? Mij wel in ieder geval. Alleen moet ik toegeven dat de berijming en de melodie veel mensen vandaag niet meer aanspreken. Een prachtige psalm (122) wordt zo berijmd: Hoe sprong mijn hart hoog op in mij, toen men mij zeide :’Gord u aan om naar des Heren huis te gaan!’.
Zo spreken (jonge) mensen van vandaag niet, zelfs niet als ze graag naar de kerk gaan – en daar gaat dit lied toch over! Eigenlijk zijn er maar weinig berijmde psalmen die de taal van vandaag spreken. Meestal snap je wel wat er bedoeld wordt en ik kan voor mezelf die vertaalslag wel maken. Bovendien: die tekst zit allang vast in mijn hoofd en de melodieën ook. Ik ken ze vanaf de wieg en dat heeft iets vertrouwds. Maar het zijn wel melodieën uit de 16e eeuw of nog ouder en dat landt in de muzikale oren van jongeren heel slecht. Als ze nog meezingen, zegt het lied hen weinig. Nou ja, ze zien wel wat er staat, maar het maakt hen niet warm of blij. Ik heb dat vaak gehoord uit de mond van jongeren.
De Gezangen
Het is nog niet zo lang geleden dat gezangen taboe waren in de gereformeerde eredienst. Want gezangen zijn teksten van mensen en psalmen staan in de Bijbel. Het is verbazend hoe snel de gezangen zijn ingeburgerd. Maar gezangen zijn dikwijls klassieke liederen. De tekst is dikwijls plechtig en niet direct aansprekend. Een dichter als Willem Barnard is tamelijk abstract en daardoor niet altijd toegankelijk voor alle jongeren. Jan Wit (die ik erg bewonder) is ook niet simpel.
De melodieën zijn erg verschillend van stijl. Er zijn hele oude bij en ook wel moderne. Er is over nagedacht!
En toch ervaren veel (jonge?) mensen de gezangen als afstandelijk. Je kunt je er moeilijk ‘in laten gaan’.
Opwekking en YfC
Hier komen we bij een ander type liederen. Vaak zijn de melodieën die heel simpel (hoewel je je daar ook in kunt vergissen, er worden vaak fouten in gemaakt), maar – je zingt ze gemakkelijk mee. De teksten zijn vaak heel direct en blijven gemakkelijk hangen. Zo’n lied kan dagen lang in je hoofd blijven naklinken. Ik heb het een paar maal mogen meemaken dat mensen van ‘niets’ tot het geloof kwamen en die draaiden thuis de ‘Opwekking’-CD grijs, maar de psalmen zeiden hen weinig. Het blijkt dus dat voor veel mensen ‘Opwekking’ een instrument is om hun emoties: vreugde, dankbaarheid, aanbidding, te ventileren, adem te geven (de adem van het hart). Dan zal de tekst vaak wat simpel zijn en soms het niveau van de smartlap nabij komen, maar het wèrkt. Laten we daar de ogen niet voor sluiten.
Johan de Heer
Dat is een apart verhaal. Het heeft met ‘Opwekking’ gemeen dat het heel direct het hart aanspreekt met snel op te pakken melodieën. Zelf vind ik (met alle respect) het smartlapkarakter erg aanwezig. Maar als ik aan de ander kant zie dat ouderen deze liederen met overgave en uit het hoofd meezingen, dan stap ik over mijn bezwaren heen en zing ook ik van harte mee (want ik ken ze ook).
Taizé
De liederen uit Taizé zijn erg populair bij jongeren en vooral bij hen die een keer in Taizé geweest zijn. Het zijn korte liederen met niet al te ingewikkelde melodieën en ze worden een aantal keren herhaald. Een aantal van deze liederen is in het Latijn maar dat schijnen veel jongeren dan weer geen probleem te vinden. We zien dus dat niet alle mensen door dezelfde liederen worden aangesproken. Dat heeft niet te maken met de inhoud maar met de verwoording en de toonzetting. Ook jongere mensen willen graag psalmen zingen als ze op een andere manier zijn verwoord en verklankt. Ik denk aan psalm 1, 23, 51, 117 en nog andere, liederen die bij jongeren ook geliefd zijn. De inhoud is hetzelfde maar het klinkt en voelt toch anders.
Eigenlijk is het heel bijzonder dat we in de kerk zingen. In de tijd voor de reformatie kwam de gemeentezang in de kerk bijna niet meer voor. In de vroege kerk had Ambrosius de gemeente zingen geleerd, de latere Paus Gregorius (naar hem is het ‘Gregoriaans’ genoemd) schafte het weer af. Het meeste zingen gebeurde vanaf die tijd door kerkkoren. Calvijn en Luther hebben de gemeentezang weer ingevoerd. Zwingli, de derde reformator, wilde zelfs dàt niet en was meer voor spreekkoren. Calvijn maakte ernst met zingen. Hij maakte de psalmen zingklaar en we zingen die vandaag nog ongeveer zo. Van Calvijn mocht de gemeentezang ook een ruime plaats hebben. Al was het de helft van de eredienst! Met zingen kon je veel gemeenschappelijk doen, zoals een schuldbelijdenis, een gebed om vergeving etc. Zo functioneert het kerklied vandaag ook nog.
Met stem én instrument?
Moet de kerkzang ook muzikaal begeleid worden? Dat lijkt geen vraag in de gereformeerde kerk - natuurlijk moet de zang begeleid worden en wel met het orgel. Maar daar is niet altijd éénstemmigheid over geweest. Calvijn was tegen het gebruik van een orgel in de kerk behoudens noodgevallen, om iets aan te leren of zo. Verder moest er à capella gezongen worden, hoogstens gesteund door een voorzanger.
In de acta van de synode van Dordrecht van 1578 lezen we in hoofdstuk 4 punt 25; Het gebruik der orgels in de kerken houden wij niet voor goed....Daarom achten wij dat de Dienaren behoren te arbeiden... dat ze zo spoedig mogelijk verwijderd worden.
Orgels waren er dus wel in de kerken (nog van voor de reformatie) maar er werd in de dienst niet op gespeeld en men wilde voor en na de dienst ook geen orgelspel. Rond 1650 was er de zgn. ‘orgelstrijd’. De orgels waren gebleven en in de week werden er concerten op gegeven (de kerken waren eigendom van het stadsbestuur), maar het gebruik in de eredragedienst stuitte op verzet. En waarom?
Omdat het orgel een werelds instrument was! Dat zou je toch niet gedacht hebben! Men vond het een kermisinstrument en het werd wel vergeleken met de paradijsslang.
Het orgel wordt nu door velen gezien als een verouderd en traditioneel instrument, waar men geen binding mee heeft. Ja, zelfs soms een afkeer van heeft omdat het negatieve gevoelens oproept.
Het orgel heeft in de kerk zo ongeveer het alleenrecht gekregen en dat is ook wel te begrijpen omdat het voor grote kerken ook vóór de tijd van de moderne techniek een groot volume kon geven en er grote variaties mogelijk mee zijn. Een orgel is een heel orkest in één instrument.
In onze tijd zijn de kerken vaak veel kleiner, of we kerken in zaaltjes en de mogelijkheden om andere muziekinstrumenten te gebruiken zijn veel groter, ook dank zij de techniek. Toch is daar vaak veel weerstand tegen. Met name tegen percussie-instrumenten (drums en zo) omdat dat als ‘werelds’ wordt ervaren. De geschiedenis herhaalt zich. Over driehonderd jaar vind je het drumstel misschien alleen nog in de kerk.
In de Bijbel wordt een keur van instrumenten genoemd, waarbij ook opvallend veel slagwerk. Ik zie niet in waarom het gebruik van andere instrumenten minder eerbiedig zou zijn. Wel geef ik toe dat je er aan moet wennen.
Iets nieuws in de eredienst maakt vaak veel emoties los. Daar moeten we met elkaar nuchter, eerlijk en liefhebbend naar kijken en over praten. Ik ben er voorstander van dat we de muzikale talenten die er zijn ook gebruiken tot meerdere lof van God.
Lichaamstaal
Hoe zit, sta, beweeg je tijdens het zingen. Wij zingen onze liederen meestal zittend. Dat is in andere landen anders.
In de Angelsaksische wereld is het heel gebruikelijk om bij het zingen te staan. Kijkt u maar eens naar ‘Songs of Praise’, een BBC programma op zondagavond. Staan is ook een veel betere zinghouding.
Je kunt beter ademen en je ribben uitzetten. Ook wij gaan soms staan tijdens het zingen. Het aanvangslied en het slotlied bijvoorbeeld en verder als we iemand toezingen bij doop, belijdenis, bevestiging etc. Maar meestal zitten we. Zelf ben ik, geloof ik, wel een voorstander van staan bij het zingen. Behalve staan kun je nog verder denken. Afrikanen die zingen, bewegen ongeveer alles wat bewogen kan worden. Ik hoor al iemand zeggen: Ja, dat is hun cultuur. Onze cultuur is anders. Hoe bedoel-u? Bent u wel eens in een disco geweest of op een jongerenmanifestatie? Daar beweegt iedereen dat het een aard heeft. Is onze cultuur anders? Ja, ons kleine kerkelijke subcultuurtje wel, maar verder brengt muziek veel mensen in beweging.
Betekent dat dat we in de kerk moeten gaan swingen en springen? Eerlijk gezegd ben ik daar wel een beetje huiverig voor. Maar ik kan me de kritiek voorstellen van jongeren, die de muziek en zang in de kerk als heel houterig en geremd ervaren. Maar alweer: het is vaak een kwestie van gevoelens en emoties. Ik moet eerlijk zeggen dat ik in me een heftige pinkstergemeente ook niet thuis voel. Waar ligt dat dan aan? Ik denk dat we een eind verder komen als we onze gevoelens op dit punt onder ogen zouden willen zien en nog beter als we ze onder woorden zouden kunnen brengen. Daarin ben je kwetsbaar maar het gaat er niet om elkaar vliegen af te vangen maar om elkaar eerlijk en met respect in de ogen te zien en zo verder te komen.
We hebben gezien dat zingen een zaak is van het hart. Dat er emoties aan te pas komen. In een lied kun je je uiten, maar het lied kan ook jou meenemen. Je kunt een lied zingen dat je op dat moment zelf niet uitgekozen zou hebben, want je bent niet zo in de stemming, maar zie – het wonder gebeurt: al zingende word je door het lied opgetild.
Het was je een maatje te groot, maar al zingende groeide je erin. Daarbij moeten we wel proberen onszelf ook te geven. En niet letten op het rammelende rijm, de malle melodie en ook niet op het valse, overdreven of onzorgvuldig zingen van je buurmens (m/v).Laat je ook niet afleiden door het stuurse gezicht van die jongen, die zijn lippen stijf op elkaar houdt, maar stuur een schietgebedje voor hem op. Als we zingen zeggen we iets over onze Heer of spreken we Hem rechtstreeks aan. Doe dat van harte. Zingen is dubbel bidden (zei Augustinus, geloof ik). De duivel is er meestal snel bij om de zegen weg te kapen. Hij zal je wel te binnen brengen wat je allemaal kan irriteren.
Verschil tussen zingen en doen
Soms zing je iets terwijl je iets heel anders doet. Neem nou psalm 87: Zij zullen saam, de groten en de kleinen, dansend de harpen en cimbalen slaan, en onder fluitspel in het ronde gaan, zingend: ‘In U zijn al onze fonteinen’.
‘Ja, dat was toen!’ Nee, dat gaat dacht ik over ons, de heidenen, die in Sion ingeschreven mogen staan. Als we daarvan nou eens iets in praktijk zouden brengen!
Spreken tot elkaars hart
Maar als het dan van harte moet zijn, laten we dan ook open en eerlijk tegenover elkaar uitspreken waar we moeite mee hebben bij het zingen en waarom. En laten we vooral aan elkaar vertellen wat we verrijkend vinden en waarom. Als je een ander een keer hebt horen vertellen waarom hij een speciaal lied mooi vindt, dan zing je het de volgende keer misschien zelf ook anders.
Tot Gods lof
Als we zingen, dan willen we daarin Gods naam groot maken, Hem prijzen, of onszelf verootmoedigen, of bidden om hulp of steun en om vergeving. Als iemand daarin gehinderd wordt door tekst of melodie, dan moet ons dat een zorg zijn. Bovendien: iets nieuws kan ook heel verrijkend zijn. Wij moeten zingen ter ere van God.
Zeker, maar zou Hij zich vereerd voelen als ons hart er niet bij is. Zou het Hem niet verheugen als we Hem niet alleen onze gehoorzaamheid, maar ook onze liefde tonen, ook in het lied ter ere van Hem? Er liggen hier veel dingen waarover we met elkaar kunnen praten, ook op 31 maart. Laten we dat doen met hartelijke belangstelling voor wat de ander beweegt.