Liturgie maken in Heemstede - Haarlem

2001-03-16
  • Jaargang 45
  • nummer 6
Een vijftal min of meer samenhangende waarnemingen is aanleiding geweest om de eredienst van de gemeente eens kritisch tegen het licht te houden.

1. In de gemeente is de omgang met God (spiritualiteit) enigszins onderontwikkeld.
In de onderlinge omgang is de gemeente sterker dan in de ontmoeting met de Heer.

2. Er is behoefte aan meer ‘bevindelijkheid’.
Mensen willen op de een of andere manier ‘aangeraakt’ worden in de vieringen. Het moet ons iets doen.

3. De diversiteit binnen de gemeente is erg groot.
De gemeenteleden worden niet allemaal door dezelfde inhoud in dezelfde verpakking geraakt. Wat de een heerlijk vindt is de ander een gruwel en andersom

4. Oude en nieuwe liturgische vormen worden vaak niet begrepen.
Zoals de voorganger besefte toen hij als gastpredikant, anders dan P. Kurpershoek, Hoofddorp men ter plaatste gewend was, de collecte niet voor het laatste lied plaatste. Prompt ging de hele gemeente staan, hoewel er nog een lied op het bord prijkte. Want zo gaat het altijd: na de collecte het slotlied. Als een Pavlov-reaktie. In veel erediensten brandt een kaars. In de meeste gevallen wordt die door de koster aangestoken terwijl de eerste kerkgangers binnen druppelen. Ruim voor de dienst dus. In de viering functioneert de kaars niet of hooguit als sfeer verhogend element, als het al iemand op valt. De groet aan het begin en de zegen aan het slot van de dienst worden door veel kerkgangers met gebogen hoofd ondergaan. Een teken van eerbied? Wellicht. Het ontgaat hun dan wel dat er iets te zien is: een groetende open hand; twee handen boven je hoofd. Enz.

5. Kerkgangers hebben de neiging zich tijdens de eredienst als waarnemer te gedragen.
De eredienst wordt vaak nabesproken alsof een recensie voor de maandagkrant moet worden geschreven.
Wat ging goed, wat ging fout. In plaats van: wat heb ik ontvangen? De collecte wordt vaak beleefd als de pauze van de voorstelling. Er is dan volop gelegenheid voor onderling gesprek. Tijdens het zingen van de laatste regels van het slotlied wordt het liedboek gesloten en opgeborgen en de jas aangetrokken.

‘Echt-zijn’ en ‘raken’
Op grond van deze waarnemingen is in de gemeente een proces in gang gezet om de mensen te helpen de omgang met God (eigentijds gezegd: spiritualiteit) te (her) ontdekken. De vieringen op zondag vormen daarvoor een uitgelezen moment.
In de liturgie wordt beleefbaar gemaakt dat God zijn gemeente wil tegemoet komen met alle heil en zegen van het evangelie van Jezus Christus. Alle elementen van de liturgie zijn daarop gericht: dat het een ontmoeting wordt van God met zijn mensen. Hij spreekt, de gemeente luistert. De gemeente spreekt (zingt, geeft) de Heer luistert. Die ontmoeting moet de gemeente iets ‘doen’: troost, bemoediging, vermaning, vreugde. Van het allergrootste belang is dan ook dat mensen hoe dan ook in de liturgie 'geraakt' worden. Het gaat uiteindelijk om het aanspreken van het hart van de mensen, waar verstand en gevoel samen komen. Bij de een zit de deur naar het hart aan de kant van het verstand, bij de ander aan de kant van het gevoel. Die deuren moeten opgedaan worden, wil de boodschap van het evangelie binnen kunnen komen. De gemeente moet tijdens de eredienst weer 'in de droom' geholpen worden. Daarvoor worden liturgische vormen ingezet. Er wordt een 'heilig spel' gespeeld, dat alleen meegespeeld kan worden door mensen die werkelijk er op vertrouwen dat God daar is, waar twee of drie in zijn Naam bijeen zijn. Dat maakt het geheel wel kwetsbaar. Want met allerlei 'technieken' kun je mensen 'raken'. Mooie muziek, aansprekende vormen, liedkeuze, rituelen. Je kunt welwillende mensen krijgen waar je ze hebben wilt. Ook liturgisch.
Voor je het weet beland je in goedkope sentimenten of volledig gerationaliseerde geloofswaarheden.
Doorslaggevend voor goede liturgie op het gladde ijs tussen gevoel en verstand naar het hart is, dat de liturgie als 'heilig spel' van de ontmoeting met God erin slaagt 'echt' te zijn. Echt in emotie, echt in de ratio, recht in het hart.

Open handen
Soms kan een tamelijk eenvoudige verandering van een traditionele vorm dat al bereiken. Twee voorbeelden: Wij bidden doorgaans met gevouwen handen. Maar er zijn niet zo veel mensen meer, die zich nog bewust zijn van dat gebaar, als ze al weten wat het betekent. Wie voor de verandering eens bidt met de handen open naar boven, maakt het daardoor ‘echter’ (voor zichzelf, niet voor God!).
Het moment van de zegen, aan het slot van de viering kan ‘echter’ beleefd worden, als de tekst van de zegen twee keer gezongen wordt (Evangelisch Liedboek 271). De eerste keer maakt de voorganger het gebaar van de zegen en ontvangt de gemeente de zegen dus. De tweede keer geven de gemeenteleden de zegen aan elkaar door. Wie wil kan daarbij een hand in een zegenend gebaar opsteken.

Bewust-zijn
Dat alles vraagt aanpassingen, zowel aan de kant van de gemeente als in de liturgie zelf. De houding van de gemeente tijdens de viering moet getransformeerd worden. Van waarnemer naar deelnemer. Dat vraagt van de gemeente een bewuste gang naar de kerk. Zich realiserend wat daar te gebeuren staat. Zich realiserend hoe het eigen leven er aan toe is.
Bewust ‘instappen’. Welwillend aanwezig zijn. Gretig om weer vol te worden van het evangelie. Ook al is de liturgie op onderdelen niet helemaal naar de eigen smaak opgesteld. Wat betreft de liturgie is het volgende gebeurd:
* Informeren.
De gemeente moet weten wat liturgie is. Wat er gebeurt in een eredienst en op welk moment en waarom. Welke betekenis hebben de verschillende onderdelen. De voorganger kan (gedoseerd) verhelderende opmerkingen maken bij de onderdelen van de liturgie.
* Visualiseren: De onderdelen van de liturgie en de gang door de liturgie kunnen herkenbaar gemaakt worden door een vast stramien te gebruiken dat, ingevuld met de liederen en bijzonderheden van de viering, op papier beschikbaar is voor de gemeente tijdens de vieringen. Aan de andere kant staan de mededelingen en een korte toelichting op het thema van de dienst.
* Gebruik van eenvoudige symbolen en rituelen.
De kaars, die helpt te geloven dat God er is met zijn licht. Stilte momenten aan het begin van de viering en tijdens de voorbede. De collectezakken met eerbied op de liturgietafel leggen, als offer aan God.

Vast stramien
Tenslotte, ter illustratie de liturgie, zoals die in Heemstede-Haarlem nu twee jaar in gebruik is. De liturgie heeft altijd hetzelfde stramien: het is een ontmoeting met God:
- Begin van de ontmoeting met God
- Schuldbelijdenis en genadeverkondiging
- God spreekt
- De gemeente spreekt
- Afscheid

Binnen deze structuur kan worden gevarieerd, waarbij gestreefd wordt naar balans tussen afwisseling en herkenbaarheid. De vastheid geeft de gemeente helderheid en houvast. Doordat de liturgie altijd op papier staat, kan de gemeente steeds zien wat er gebeurt en waarom. Het liturgiepapier geeft ook ruimte om eens nieuwe liederen en/of vormen te proberen. Op de volgende pagina het liturgieblad van een willekeurige morgendienst:

Liturgieblad van een willekeurige morgendienst:

Begin van de ontmoeting met God
• Op de drempel van de ontmoeting met God: Opwekking 123 en 334
• De kaars gaat branden, Opwekking 175, in stilte concentreren we ons
• We wenden ons met ons hele bestaan tot God: Psalm 146:3
• God antwoordt met de vredegroet; het ‘amen’ zeggen we samen hardop.
• Lof zij Hem die bij ons is: Opwekking 277 (we gaan zitten) De kinderen van de jongste groep gaan naar de bijbelklas

God maakt het goed met ons
• Inleidend lied: Psalm 139:1
• Schuldbelijdenis Voorganger: Ik erken voor God en zijn gemeente, dat ik in gedachten, woorden en daden tegen zijn wil ben ingegaan.
Allen: God ziet u aan in Jezus Christus en vergeeft u uw zonden.
Voorganger: Amen
Allen: Wij erkennen voor God en voor elkaar, dat wij in gedachten, woorden en daden tegen zijn wil zijn ingegaan.
Voorganger: God ziet u aan in Jezus Christus en vergeeft u uw zonden Allen: Amen
• Loflied: Opwekking 399

God spreekt met ons door Zijn Woord
• Gebed om een open hart bij het luisteren naar Gods Woord
• Woord: Mattheus 4:1-11
• Antwoord: Gezang 172:2,4
• Verkondiging, Meditatief moment
• Antwoord: Psalm 91:5,6

Wij spreken tot God, gevend, zingend
• Collecte: 1. Stoelenfonds; 2. Ned. Ger. Jeugdwerk
• Lied van de bijbelklas
• We danken en bidden tot God gemeentelijk en persoonlijk

Afscheid
• God zegent ons, • Zingen: (staande) Gezang 257

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief