Diakenen en verliesverwerking (2)
2001-03-30
In het eerste artikel over ‘Diakenen en verliesverwerking’ (Opbouw 45/06 pag 108) wees dr Van der Dussen op drie aspecten die er bij de ambtsvervulling van de diakenen uitspringen: het praktische hulpaanbod, de trouw en het ‘er zijn’. In deze afsluiting bespreekt de Eindhovense pastor een drietal andere elementaire facetten van het diaconaal ambt. Beide artikelen zijn een bewerking van de inleiding die dr Van der Dussen hield voor de Centrale Diaconale Conferentie van de Nederlands Gereformeerde Kerken, op zaterdag 28 oktober in Leerdam gehouden. De tekst van de inleiding is verkrijgbaar bij de Diaconale Commissie, p/a de heer E.J. Vonk, Kleine Beer 7, 7904 LR Hoogeveen.- Jaargang 45
- nummer 7
4. Verlies van geloofszekerheid
Hoe speelt het christen-zijn in dit alles mee? Dat hangt ervan af. Soms trekt degene die een verlies lijdt zich op aan God. Dat is dan zijn of haar enige houvast. Dan is er alle gelegenheid om samen te bidden en troostwoorden uit de Bijbel te delen. Grijp als diaken, hoezeer ook man of vrouw van de daad, die mogelijkheid met beide handen aan; je bent immers geroepen om te troosten! Het kan echter ook anders. Niet zelden maak je mee dat een gemeentelid in een geloofscrisis gestort wordt door het lijden van een verlies. God wordt dan niet ervaren als een houvast, maar plaatst juist voor vragen. Waar is Hij?
Waar is zijn liefde? Hoe diep zo’n geloofscrisis kan gaan zie je bij Job. Voor hem leiden zijn verliezen ertoe, dat hij ook nog de geloofszekerheid verliest dat God vóór hem is. Vergelijk de vertwijfelde vraag van Job 13:24:
Waarom verbergt Gij uw aangezicht
En beschouwt Gij mij als uw vijand?
Het is pijnlijk om te zien hoe een gelovig mens zo een dubbele last te dragen krijgt. Er is dan niet alleen het verdriet om het wegvallen van een geliefde, van werk, van gezondheid, van een door brand verwoest huis enzovoorts, maar ook nog de vertwijfeling over de leegte die wordt ervaren als het om God gaat. Hoe daarop te reageren?
De verleiding is er om een theologisch debat te gaan voeren. "Ja maar, er staat toch…" "Ja maar, je mag geloven dat…" Ja maar, de duivel is er ook nog…" Dat is goed bedoeld, maar helpt zelden of nooit verder. De vragen rond het lijden worden op een veel dieper niveau gesteld dan het intellectuele.
Zij hebben betrekking op niets minder dan het fundament waarop iemand staat. Ze drukken de ervaring uit, dat de laatste houvast en geborgenheid wegvallen. Daarom zijn de pogingen om die vragen te beantwoorden, bijvoorbeeld door een beschouwing te geven over Gods voorzienigheid, misplaatst.
Soms zoekt men zijn toevlucht tot het middel van de vermaning. Dat is geen wonder. Mensen kunnen in hun verbijstering zo boos of sceptisch over God spreken, dat je je als bezoeker geroepen kunt voelen om te corrigeren.
Zo’n reactie kan voortkomen uit een oprechte zorg. Dat was zeker het geval bij de vrienden van Job: zij hebben hem berispt omdat hij werkelijk de perken te buiten ging in zijn aanklachten tegen God. Toch heeft die vermaning haar doel gemist.
Dat kwam, doordat Jobs vrienden daarmee tegenover hem kwamen te staan, terwijl hij er juist zo zielsveel behoefte aan had dat zij naast hem gingen staan. Voor Gods eer opkomen?
Prima, maar niet ten koste van de barmhartigheid:
Wie zijn vriend medelijden onthoudt
Die verzaakt de vreze des
Almachtigen (Job 6:14)
Over diaconaat gesproken! Dit is bij uitstek waar de diaken toe geroepen is: op te komen voor Gods eer door mensen barmhartigheid te bewijzen.
Als iemand het gevoel heeft dat God hem of haar in de kou laat staan, ga dan vooral als mens naast hem of haar staan! Dat is weer die bijbelse grondregel: mensen die verliezen lijden mogen verwachten dat andere mensen hen juist dan zien staan en achter hen gaan staan. Begeef je daarom als diaken niet in een theologische discussie, vermaan niet, maar bewijs menselijke geborgenheid. Ook als de klachten heftig worden is het goed om mensen daarvoor de ruimte en de tijd te geven. Het is veelzeggend dat de HERE de vrienden van Job is afgevallen, ondanks hun heilige verontwaardiging over de oneerbiedige taal die Job uitsloeg (zie Job 42:7).2 Daaruit blijkt dat je als diaken niet bang moet zijn om solidair te blijven met gemeenteleden, ook als ze in een geloofscrisis terecht komen waarvan het eind zoek lijkt.
De grote vraag is natuurlijk: geef je dan niet te weinig tegengas? Het is toch niet de bedoeling dat een gelovige in zo’n crisis blijft steken? Dat is waar. Maar het is niet aan ons mensen om het houvast en de geborgenheid van het geloof aan iemand terug te geven. Dat een zaak van God zelf. Hij moet uit het duister tevoorschijn treden. Ook dat laat het bijbelboek Job zien.
God komt na lange tijd eindelijk zelf weer in beeld. Hij zelf past dan ook de noodzakelijke correctie toe. Wat ons rest is: er met mensen om bidden, dat God tevoorschijn treedt uit het duister. En als ze daarvoor niet openstaan: bidt daarom dan voor mensen, en zeg ze dat je dat doet. Dan weten ze dat je hen in hun nood serieus neemt, maar ook dat je als het ware bemiddelen wilt tussen God en hen en niet berust in de leegte. Wees als diaken in dat opzicht priesterlijk.
5. Verlies van geloofsovertuiging
Het allermoeilijkste is als niet alleen de geloofszekerheid dat God vóór je is verloren gaat, maar ook de geloofsovertuiging zelf. Wat is het verschil? Job had de ervaring dat God tegen hem was. Maar hij verbond daaraan niet de conclusie dat het geen zin meer had om op God te hopen. Hij bleef tot God roepen. Zij beleving botste frontaal op zijn overtuiging, maar hij gaf die overtuiging niet prijs. Job was radeloos, balde de vuist tegen God, werd cynisch, verviel in wanhoop, maar in dat alles bleef hij een gelovige. Dat nu kan ook anders. Soms raken mensen die een verlies lijden niet alleen hun geloofservaring kwijt, maar ook hun geloofsovertuiging. Dan voelen ze zich niet alleen ongeborgen, maar herzien ze ook hun kijk op de wereld. Ze dreigen hun geloof te verliezen. Hoe daarmee om te gaan? Hier geldt in nog sterkere mate dat discussiëren en vermanen geen zin heeft en dat ons alleen het gebed rest. Wij mensen hebben niet het vermogen de christelijke geloofsovertuiging voor een ander overeind te houden. Dat kan alleen God. Op Hem vallen we terug. Hier past de bede: "Leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze." De boze immers is erop uit een vreselijk verlies te benutten om een nog vreselijker verlies toe te brengen.
Denk aan het gebed van de Here Jezus voor Petrus: "Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken."
(Lucas 22:32) Bewijs die dienst aan de christen die verliezen lijdt.
6. De diaken als priester
Tot slot nog kort iets over onszelf: christenen, ambtsdragers die geroepen worden iets te betekenen voor mensen die een verlies lijden. Wat gebeurt er met onszelf wanneer wij met zulke drama’s geconfronteerd worden?
Veel, heel veel soms. Wijzelf kunnen er kapot van zijn als zo iets gebeurt. Wijzelf kunnen geloofsvragen krijgen. Laten we ons daarvan bewust zijn. Verdring dat ook niet. Wees daarover eerlijk, ook ten opzichte van degene die het verlies lijdt. Doe je niet geloviger en ongeschokter voor dan je bent. Aan de andere kant: vereenzelvig je niet eenzijdig met die ander.
Hierboven was sprake van het ‘bemiddelen’ tussen God en de gelovige die aangeslagen is door een verlies. Neem dat als diaken letterlijk. Probeer op een of andere manier naast de ander te staan, maar tegelijk met en voor de ander aan God vast te houden. Dat laatste mag niet ontbreken. De ander verwacht ten diepste ook van jou dat je met je ene hand hem of haar vastgrijpt, maar met de andere God. We kunnen, net als de vrienden van Job, zo voor God opkomen dat we de mens in nood verraden. Maar het omgekeerde kan ook: zo voor de mens in nood opkomen dat we God verraden. Als dienaren van de Here Jezus krijgen we een heel bijzonder voorbeeld. De Zoon is enerzijds volkomen mens geworden.
Hij geeft daarin gestalte aan de totale solidariteit met lijdende en zondige mensen. Aan de andere kant is Hij waarachtig God gebleven. Daarmee geeft Hij gestalte aan de totale solidariteit met de Vader. Zulk volmaakt priesterschap is voor ons niet weggelegd. Eis dat ook niet van jezelf. Maar blijf het grondpatroon in de gaten houden: met de ene hand God vasthouden, met de andere de mens in nood. Dan dien je de ander het beste.