De comeback van Calvijn
2009-11-20
In 2006 schreef Collin Hansen een artikel in Christianity Today onder de titel: ‘Young, Restless and Reformed, Calvinism is making a comeback and shaking up the church’. Aan beide zijden van de oceaan wekte zijn artikel interesse en riep het ook herkenning op. In 2008 was het artikel inmiddels uitgegroeid tot een boek waarin Hansen verslag doet van een twee jaar lange reis langs de meest toonaangevende personen en plaatsen van dit nieuwe Noord-Amerikaanse calvinisme.- Jaargang 53
- nummer 23
De trend die Hansen waarneemt is kennelijk relevant of opmerkelijk genoeg om door TIME genoemd te worden. In februari 2009 publiceert TIME een artikel over de comeback van het calvinisme. Een maand later staat dit nieuwe calvinisme zelfs op nummer 3 in een lijst van 10 ideeën die de wereld volgens TIME magazine gaan veranderen. Calvinisme is terug van weggeweest. Een nieuw calvinisme komt op. En dat in soms onverwachte hoeken van de wereldkerk.
In dezelfde periode dat Hansen schreef over deze opkomst van het nieuwe calvinisme in Noord-Amerika, woonden wij zelf ruim vier jaar in Canada en was ik predikant van de Christian Reformed Church van New Westminster, een voorstad van Vancouver. Met het verslag van een aantal persoonlijke ontmoetingen en ervaringen uit die tijd wil ik graag de kleine verhalen achter dit grote verhaal vertellen.
Verslikt in de verbondsmaaltijd
In de laatste maanden voor ons vertrek naar Canada, toen al vaststond dat ik predikant van de kerk van New Westminster zou worden, kwam ik Tim Gallant op het spoor. Gallant werd in 1965 in datzelfde New Westminster geboren als zoon van een rondreizende onafhankelijke pinkster evangelist. Begin jaren ’90, na veel studie en lange gesprekken met een goede vriend, omarmde Gallant het calvinisme. Hij sloot zich aan bij een orthodox gereformeerd kerkgenootschap. Hij hoopte predikant te worden en slaagde enkele jaren later met lof voor zijn studie theologie.
Gegrepen door de betekenis van het verbond was Gallant inmiddels niet alleen overtuigd dat verbondskinderen moeten worden gedoopt, maar ook dat zij aan het avondmaal horen te gaan. Deze opvatting was volgens zijn classis niet te rijmen met de drie formulieren van enigheid en daarmee was het predikantschap binnen deze kerk van de baan. En zo werd het verhaal van Tim Gallants liefde voor de gereformeerde verbondstheologie een wat tragisch verhaal.
Eén zoete vrucht van dit wrange verhaal is dat Tim Gallant een goed gereformeerd boek schreef als pleidooi voor de toelating van kinderen aan het avondmaal. Wat mij betreft kunnen wij met dit boek ons voordeel doen omdat het in veel opzichten degelijker is dan wat hierover in Nederland verscheen. (Feed My Lambs: Why the Lord's Table Should Be Restored to Covenant Children. Alleen via internet te koop.)
Gereformeerde bekering in drie punten
Het verhaal van Mike Goheen begint niet veel anders dan het verhaal van Tim Gallant. Goheen groeide op als Baptist. Tijdens zijn studie aan het seminarie ontdekte hij hoe de goede boodschap die Jezus verkondigde het evangelie van het koninkrijk was. Goheen kon niet anders dan samen met dat voor hem nieuwe inzicht ook een gereformeerde theologie omarmen. Iets dat hij haast als een tweede bekering ervoer. Die gereformeerde bekering is merkbaar op drie punten:
Ten eerste ging Goheen daarmee de Bijbel anders lezen; heilshistorisch zouden wij zeggen. Hij herkende hoe het Koninkrijk en het Verbond (onze relatie met de Koning) rode draad door de Bijbel vormen. Samen met zijn collega Craig Bartholomew schreef hij er het mooie boek The Drama of Scripture over. Wat mij betreft een boek dat in het eigentijdse karakter, de missionaire toonzetting en de aansprekende stijl beslist iets toevoegt aan de oudere boeken op dit terrein. Wij gebruikten dit boek als basis voor een prekenserie en nodigden Goheen uit voor het houden van een van die preken. Het betekende het begin van onze samenwerking en vriendschap.
Ten tweede ging Goheen met zijn ‘gereformeerde bekering’ ook de wereld anders bekijken. Ook daar verbreedde het evangelie van het Koninkrijk zijn blik. Samen met dezelfde Craig Bartholomew schreef hij een aansprekende introductie in deze christelijke (gereformeerde) wereldbeschouwing met de titel Living at the Crossroads. Ook dit boek is verfrissend door de actuele behandeling, de aanstekelijke schrijfstijl en de missionaire passie die er uit spreekt. Opmerkelijk en mogelijk samenhangend met die groei van het calvinisme in onverwachte hoeken is dat Goheen de leerstoel van de Geneva Society bekleed op Trinity Western. Op deze relatief grote en vooral ook evangelische universiteit mag hij verrassend genoeg alle nieuwe studenten introduceren in deze gereformeerde wereldbeschouwing.
Het derde punt is Goheens missionaire passie. Dat zijn boeken missionair van toon zijn is niet verrassend voor wie hem kent. Naast zijn academische werk is hij altijd betrokken geweest bij kerkplantingen of kerken die missionair wilde zijn. Hij promoveerde in Utrecht op het werk van de zendeling en theoloog Leslie Newbigin. Naast Worldview Studies op Trinity Western doceert hij bovendien zendingswetenschap aan het gezaghebbende Regent College in Vancouver. Juist in de combinatie van deze drie zaken is Goheen een typische representant van het nieuwe calvinisme. De Bijbel als één verhaal waar wij deel van zijn omdat wij bij wijze van spreken in het missionaire hoofdstuk van Handelingen 29 leven. Het Evangelie als relevant voor heel de wereld, schepping, wetenschap en cultuur. Reden om scheppend, helend en transformerend betrokken te zijn op die cultuur. Daarmee trekt het nieuwe calvinisme juist naar de stedelijke, culturele centra van onze wereld toe.
Tranen om Dordt
Na aankomst in Canada raakten wij al snel bevriend met Margaret Hummelman en haar man. Na het grootbrengen van haar kinderen ging Margaret theologie studeren en zo werd zij mijn stagiaire. Margaret heeft humor, ze is vlot, geëmancipeerd en inmiddels predikante van een vooruitstrevende kerkplanting. Al met al reden voor mij om compleet verrast te zijn toen ik ontdekte dat Margaret tot tranen toe geroerd kon zijn door de tekst en inhoud van de Dordtse Leerregels.
Diverse toonaangevende leiders van het nieuwe calvinisme, zoals John Piper en Wayne Grudem, krijgen rillingen over hun rug bij de gedachte aan een vrouwelijke predikant zoals Margaret. Maar in haar hartelijke liefde voor de Dordtse Leerregels zou zij zo boegbeeld van de beweging kunnen zijn. Opmerkelijk is namelijk hoe calvinisme binnen deze beweging door velen vereenzelvigd wordt met de ‘five points of calvinism’, oftewel de vijf punten die centraal stonden in Dordrecht; ook wel aangeduid met het Nederlands aandoende acroniem TULIP:
1- Total depravity (totale verdorvenheid),
2- Unconditional Election (onvoorwaardelijke verkiezing),
3- Limited atonement (beperkte verzoening),
4- Irrisistable grace (onweerstaanbare genade),
5- Perseverance of the Saints (volharding van de gelovigen).
De liefhebbers van TULIP zijn meer dan eens opvallend hippe, trendy christenen. Tekenend voor de onverwacht eigentijdse stijl waarin deze dogma’s aan bod komen is het boek van Richard Mouw, Calvinism in the Las Vegas Airport, dat in 2004 verscheen. Het is gebaseerd op een scene uit de film Hardcore; een film die in de meeste kerken niet snel vertoond zal worden. John Piper vertolkt de achterliggende theologie in plezierig leesbare boeken die als warme broodjes over de toonbank gaan. Wat lijkt aan te spreken is dat de God van dit calvinisme groter is, dat Zijn genade als overweldigender ervaren wordt. Het is de God die meer lijkt op de God die men in de Bijbel ontmoet dan de op maat gesneden god waar men elders van hoort. Het is de ontzagwekkende God die veel jongeren in nieuwe stijlen van aanbidding en eredienst al hadden ontmoet.
Een ander accent
Mijn ontmoetingen en ervaringen tot zover betreffen mensen wier namen (nog niet) in Collin Hansen zijn artikel of boek genoemd worden. Hoewel vooral Michael Goheen wel connecties heeft met onder andere Marc Driscoll en ook Craig Bartholomew deel uitmaakt van een indrukwekkend netwerk van toonaangevende Bijbelgetrouwe wetenschappers.
De belangrijkste namen die in verband worden gebracht met het nieuwe calvinisme zijn: Mark Driscoll, Wayne Grudem, Joshua Harris, C.J. Mahaney, Al Mohler en John Piper. Ik heb ze geen van allen ontmoet, van Piper en Grudem alleen boeken gelezen en Driscoll alleen via internet beluisterd en gelezen. Twee personen die in dit rijtje niet voorkomen, maar in Collin Hansen zijn boek wel genoemd worden zijn nog Tim Keller en J.I. Packer. Tim Keller ontmoete ik al jaren voordat ik naar Canada verhuisde op een studiereis langs Willow Creek en Redeemer. Ik schreef erover in Opbouw onder de titel Amerika heeft hoop te bieden. J.I. Packer kende ik al van zijn boeken, maar ontmoette ik voor het eerst in levenden lijve in Canada toen ik in de gelegenheid was om zijn colleges te volgen op Regent College.
Tim Keller is inmiddels geen onbekende meer in Nederland. Hij heeft dan ook nog steeds een hoop te bieden, onder andere de hoop dat een gereformeerde kerk midden in een wereldstad kan floreren en midden in de Westerse samenleving seculiere mensen kan bereiken met het Evangelie. Tim Keller past in dat nieuwe calvinisme in zijn orthodoxie, in zijn diaconale bewogenheid met de stad, maar ook in zijn missionaire passie en in zijn vermogen bruggen te slaan naar de seculiere mens. Op mijn nachtkastje ligt Een seculiere tijd van Charles Taylor. Deze Canadese Rooms-katholieke filosoof schijnt Tim Keller in bijzonder geholpen te hebben om de seculiere mens te doorgronden en bereiken met een gereformeerde boodschap.
J.I. Packer is te oud om nieuwe calvinist genoemd te worden. Hij woont en doceert al decennia in Vancouver, maar hij heeft nog altijd een onmiskenbaar Engels accent. Dat andere accent van Packer is typerend voor het nieuwe calvinisme. Het is meer Angelsaksisch dan Europees, eerder Schots dan Nederlands, meer geïnspireerd door de puriteinen dan door de gereformeerden van het vaste land, meer Westminster Confession dan Heidelbergse Catechismus.
Eindbalans
Mijn persoonlijke ontmoetingen en ervaringen hebben mij duidelijk gemaakt dat het nieuwe calvinisme divers is. Deels herleving van oud conservatief calvinisme, deels een opleving van puriteins gedachtegoed, deels een nieuwe impuls voor het gereformeerdendom zoals we dat kennen van Kuyper en Bavinck.
Voor ons Nederlanders kan het verfrissend zijn daarin juist ook te leren schatgraven bij de onder ons relatief onbekende puriteinen. Voor ons Nederlanders kan dat contact ook betekenen dat we nieuwe waardering krijgen voor onze eigen continentale traditie, wanneer dat bijvoorbeeld betekent dat Bijbelse theologie voorrang blijft houden boven systematische theologie, en wanneer daarbij bijvoorbeeld oog voor het collectieve en gemeenschappelijke niet verdwijnt achter de meer individualistische spiritualiteit van de puriteinen.
De aandacht voor de vijf punten van het calvinisme kan een hernieuwde bezinning en waardering betekenen voor de theologie en de God van de Dordtse Leerregels. De versmalling van het calvinisme daartoe spreekt ons minder aan, maar is waarschijnlijk ook niet het grootste gevaar dat wij in Nederland momenteel lopen. Voor mij is de winst vooral een grotere Bijbel, een groter verhaal, een grotere God met een meeromvattend evangelie voor onze wereld.
Ronduit inspirerend is hoe oude thema’s verfrissend nieuw worden besproken, hoe ons eigen traditionele gedachtegoed uitgediept wordt in gesprek met de nieuwere academische geluiden. Mijzelf spreekt misschien nog wel het meest aan hoe deze nieuwe beweging in al haar diversiteit één lijkt in haar missionaire passie en in haar vermogen om de seculiere wereld met een rijk evangelie te bereiken. Het doet mij opnieuw zeggen: Amerika heeft hoop te bieden.
Peter Sinia is predikant van de NGK Ede.