Geloven in gemeenschap

2009-11-20
  • Jaargang 53
  • nummer 23
In 2007 bezocht ik samen met een twintigtal landgenoten een aantal zogenoemde ‘fresh expressions of church’ in de miljoenenstad Londen. Deze nieuwe, opkomende ‘postmoderne’ vormen van kerk-zijn in een snel veranderende stedelijke context staan ook wel bekend als emerging of missional churches. Wat op mij diepe indruk maakte, was dat elk bezoek begon met een uitgebreide rondleiding door de wijk. Leden van deze vaak kleinschalige, experimentele christelijke gemeenschappen waren duidelijk zeer betrokken op hun lokale context. Dit kwam onder meer tot uiting in praktisch dienstbetoon en gastvrijheid. Ze wilden kerk zijn ‘voor de wijk’.
Docent Praktische Theologie (PThU) Rein Brouwer heeft blijkens zijn Geloven in gemeenschap een vergelijkbaar ideaal. ‘Mijn persoonlijke visie op de kerk is dat zij teken en instrument is van Gods beweging van heil voor de wereld, missio Dei. (…) In dit plaatje past niet het beeld van een gemeente die zich onthecht van haar directe sociale omgeving en zich primair lijkt bezig te houden met het bedienen van het geloof van de individuele gemeenteleden’ (p. 433).

Verkenning van‘gemeenschap’
Brouwers kloeke boek bestaat uit elf hoofdstukken verdeeld over drie delen. Het eerste deel biedt een brede theoretische verkenning die cirkelt rondom het actuele thema ‘gemeenschap’. Dit thema wordt zowel Bijbels-theologisch (koinonia, wat betekent: gemeenschap) als sociaalwetenschappelijk (social capital, community) in kaart gebracht. Uit de Bijbels-theologische verkenning leren we onder meer dat gemeenschap en pluriformiteit kunnen samengaan. ‘Diversiteit wordt niet toegedekt, maar erkend en aanvaard, met alle spanningen die verhoudingen tussen grensgangers met zich meebrengen’ (p. 69). Een algemene conclusie uit de sociaalwetenschappelijke bespreking is dat geloofsgemeenschappen een belangrijke voedingsbodem vormen voor vertrouwen, verantwoordelijkheid en dienstbaarheid en daarmee voor ‘sociaal kapitaal’ (p.117). Geloofsgemeenschappen zijn tevens oefenplaatsen voor wat een ‘gemeenschap’ kenmerkt: vertrouwen, participatie, differentiatie, verantwoordelijkheid, gerechtigheid, altruïsme.

Gemeenschap in de praktijk
Het doel van het omvangrijke tweede deel is om te laten zien hoe ‘gemeenschap’ zich voordoet in de vorm van praktijken, sociale interacties, communicatiepatronen, zelfpresentatie en beleid van een concrete kerkelijke gemeente. Brouwer deed twee jaar etnografisch onderzoek (participerende observatie) in een ‘doorsnee’ protestantse kerkelijke gemeente – de hervormde gemeente De Brug – in een naoorlogse nieuwbouwwijk van Amersfoort. Duidelijk wordt dat er een spanning bestaat tussen ambitie en realiteit. Het streven van De Brug is om een gemeenschap van gelovigen te zijn met uitstraling naar buiten. De praktijk is dat de geloofsgemeenschap een terugtrekkende beweging maakt en zich naar binnen richt. Het gericht zijn op de geografische wijk en het bijdragen aan de opbouw ervan blijkt geen prioriteit van de gemeente te zijn en ook geen onderdeel van het takenpakket van de predikant (van 2003-2008 was dit dr. A.J. Plaisier, nu PKN-scriba).
Deel drie gaat in op discussies binnen de praktische theologie, met een toespitsing op de praktische ecclesiologie (leer van de kerk). Ook geeft de auteur hierin een methodologische verantwoording van zijn onderzoek. Al met al beoogt Brouwer geloofsgemeenschappen te dienen met inzicht in de theologische en sociale betekenis van ‘gemeenschap’. Zijn hoop is dat ‘christelijke geloofsgemeenschappen zich voortdurend laten inspireren en bevragen door de theologische werkelijkheid van koinonia’ (p. 14).

Evaluatie
Mijn inschatting is dat Brouwers studie belangrijke, zelfs onmisbare ingrediënten biedt waardoor deze hoop zich kan vertalen in realiteit, inclusief die van plaatselijke Nederlands gereformeerde kerken. Dat komt met name omdat de auteur goed weet waar het op aankomt in een concrete gemeente. Zo kun je een beleidsplan schrijven waarin staat dat je een ‘open, naar buiten gerichte gemeente’ wilt zijn. Maar als je dit niet concreet uitwerkt en er haalbare en meetbare doelen aan koppelt, blijft het waarschijnlijk bij een mooi voornemen (p. 197). Evenmin bevorderlijk is een conflictmijdende kerkenraad die het functioneren van mensen niet aan de orde stelt, pijnpunten en conflicten – bijvoorbeeld rondom identiteit – negeert en niet transparant communiceert (p. 287). Een ‘domineescultuur’ die zich tegelijk kenmerkt door een gebrek aan (samenhangende) visie, leiderschap en coördinatie is een derde factor die niet bijdraagt aan ‘geloofspraktijken waarin de geloofsgemeenschap als morele gemeenschap lijdt met de gemarginaliseerden en zich met alle mensen van goede wil inzet voor de sociale participatie van iedereen’ (p. 376). Brouwer laat het niet bij dergelijke (ook voor niet-PKN’ers relevante) analyses, maar geeft ook aan hoe het anders en beter kan. Daarom verdient dit boek een breed lezerspubliek.

Kanttekeningen
Tot slot een paar kanttekeningen. De frequente Engelse en Duitse citaten in deel één en drie van het boek maken deze minder toegankelijk voor de gemiddelde lezer. Verder lezen de hoofdstukken 10 en 11 als een soort collegedictaat. Te lang blijft onduidelijk wat de relevantie is voor de doelstelling van de studie. In deel twee daarentegen lijkt Brouwer zich soms wat in details te verliezen. Zo lezen we dat Brouwer zich stoort aan een schaduw in de kerk (p. 225) en dat er in 1972 twintigduizend kopjes koffie werden geschonken. (p. 137) Waarom moeten we dat weten? Deze punten doen echter niet af aan mijn grote waardering voor deze doorwrochte en relevante studie!

Brouwer, R. (2009), Geloven in gemeenschap. Het verhaal van een protestantse geloofsgemeenschap. Kok, Kampen. 544p. €34,90.

Drs. R.J.A. Doornenbal is als docent verbonden aan de Academie voor Theologie van Christelijke Hogeschool Ede en bereidt een dissertatie voor over leiderschap in emerging churches. Hij lis lid van NGK Ede.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief