Psalmen berijmen als hobby

2009-11-20
  • Jaargang 53
  • nummer 23
‘Het begon een paar jaar geleden: In een dienst moesten we Psalm 34 vers 4 zingen. Trouwhartig zongen de verzamelde kerkgangers, groot en klein:

Komt nader, ziet en proeft,
opdat men smake naar waardij
des Heren goedheid, zalig hij…


Merkwaardige taal, ver van ons gewone taalgebruik vandaan. Ik dacht: Wat stellen de mensen die dit zingen zich hierbij voor? Het klinkt mooi, maar wat ben ik aan het zingen?
Het moet toch veel begrijpelijker kunnen, in gewone taal, zodat iedereen weet wat hij zingt. Dat ben ik toen gaan proberen en zo zijn de eerste verzen ontstaan.’

Aan het woord is Jaco Weij (24), organist en opgegroeid binnen de Nederlands Gereformeerde kerk en daardoor vertrouwd met de Nieuwe Berijming en de Geneefse psalmmelodieën. Hij is er in thuis, sterker nog, hij vindt ze mooi. En speelt ze graag. Hij kent ze door en door, beheerst de kerktoonladders. Maar hij heeft moeite met de taal van deze psalmen, omdat die voor de meeste kerkgangers te hoog gegrepen is. Door het literaire taalgebruik, de vele verouderde woorden en de soms grammaticaal ingewikkelde constructies: Gods verborgen omgang vinden / zielen waar zijn vrees in woont. De meeste mensen zullen denken – als ze er al bij denken - dat het vindt zou moeten zijn in plaats van vinden.
De rest van het vers is ook al zo onduidelijk: d’Ogen houdt mijn stil gemoed / opwaarts om op God te letten. De woordvolgorde is hier vreemd; en wat stel je je voor bij een ‘stil gemoed’? ‘op God letten’? Op iemand letten heeft tegenwoordig een andere betekenis. Onberijmd staat het er zo helder en eenvoudig: Ik houd mijn oog gericht op de HEER (Ps 25:15). Neem daarbij dat voor heel wat woorden geldt dat ze verouderd zijn en dat de veel voorkomende naamvalsvormen uit ons taalgebruik verdwenen zijn.

Uit de hand gelopen
Jaco: ‘Toen ik ermee begon was het niet mijn bedoeling met een nieuwe berijming te komen. Wel werd het al gauw mijn hobby. Alleen, die is wat uit de hand gelopen. Zo maar gestart met enkele psalmverzen ben ik doorgegaan en nu vind ik het te leuk om op te houden. Een publiek doel had ik niet voor ogen.
Mijn vader – NG-predikant in Emmeloord – had uiteraard belangstelling voor waar ik mee bezig was en keek over mijn schouder mee. Hij liet er zo nu en dan een paar verzen van in de dienst zingen. Zo zijn er vooral in onze vorige gemeente Zoetermeer verscheidene uitgeprobeerd. Er bleek waardering voor te bestaan en zo is het gaan groeien.
Uit de reacties kwam de behoefte naar voren aan een zingbare en aansprekende berijming. En dat komt precies overeen met mijn uitgangspunt: de vertrouwde melodieën, begrijpelijke taal, dicht bij de Nieuwe Bijbelvertaling omdat die onze omgangstaal benadert.’

Ronduit lelijk
De grondtaal beheerst hij (nog) niet. ‘Ik probeer me de inhoud van een psalm eigen te maken door op internet – Biblija.net - een aantal vertalingen met elkaar te vergelijken. Daarna neem ik de bestaande berijmingen door; ook die uit het Kerkboek van de Vrijgemaakten. Ik probeer zo dicht mogelijk bij de onberijmde tekst te blijven. Maar omdat de melodie vastligt, dat wil zeggen het aantal lettergrepen per regel, en je moet uitkomen op rijmwoorden, kun je soms niet anders dan opvullen, soms weglaten. Het laatste doe ik natuurlijk liever niet. In deze opzichten hebben de dichters van Psalmen voor Nu het gemakkelijker: ze zitten niet aan een melodie vast en het hoeft bij hen niet te rijmen. Ze gaan overigens wel – en dat wil ik niet – veel vrijer met de tekst om.
Ik gebruik de NBV als basis voor mijn berijming. Ik wil in de eerste plaats begrijpelijk zijn, wat iets anders is dan infantiel, of oppervlakkig.
Verder probeer ik klemtonen te laten samenvallen met de melodische accenten. Vergelijk Psalm 84 couplet 6 uit het Liedboek, waar ze tegen elkaar stoten.
Het weglaten van klinkers (dierb’re, G’uw, ’t kwaad, enzovoort), wat in het Liedboek veel voorkomt, vermijd ik zoveel mogelijk. Door mijn muzikaliteit heb ik er een natuurlijk gevoel voor hoe een psalm moet klinken om gemakkelijk “weg te zingen”. Ronduit lelijk in het Liedboek is het verschijnsel dat de melodie een woordgroep “dóórsnijdt” waardoor je heel merkwaardige rusten krijgt:

Uw naam aanbidden want Gij voedt (rust)
mij met uw kracht, Gij schenkt mij moed.

Of
Kust dan de zoon opdat gij niet te gronde (rust)
gaat op uw weg…


Waar de Liedboekversie erg mooi is, begin ik te aarzelen. Moet dit wel vervangen worden? Kan dit echt beter? Dan kom ik uit op iets dat er heel dicht langs schuift. Een enkele keer neem ik rijmwoorden over.’

Psalmen voor Nu
Hoe kijk je tegen het project Psalmen van Nu aan?
‘Ik vind het een mooi initiatief: heb waardering voor de inspanningen om de Psalmen naar het “nu” te halen qua vorm en taal. Sommige psalmen spreken me erg aan. Maar door de nieuwe melodieën en de muziekstijl zijn ze niet allemaal even gemakkelijk te zingen met een gemeente. De gemiddelde kerkganger is met de gangbare melodieën vertrouwd en daaraan gehecht. Dat laatste geldt ook voor mezelf.’

Integraal?
Heb je een integrale berijming voor ogen? Er zijn toch ook veel erg mooie psalm(verz)en uit de berijming die we nu gebruiken? Waarom beperk je je niet tot veel gezongen psalmen of de wat ongelukkig berijmde?
‘O ja, bij de Liedboekberijming heb je prachtige psalmen. Psalm 26 bijvoorbeeld vind ik een hele mooie. Tekst en ritme kloppen volledig met elkaar. De tekst is van een hoog niveau zonder dat die onbegrijpelijk wordt. Of Psalm 61: een prachtige melodie, en een mooie tekst die vrij strak de Bijbelvertaling volgt. En het eerste deel van Psalm 65. De eerste drie strofen zijn zo mooi, daar kun je bijna niet overheen.
Een integrale berijming is niet mijn opzet geweest, maar ik doe het met te veel plezier om te stoppen. En wat betreft de onbekende: ik ben nogal wat psalmen tegen gekomen die we nooit zingen, maar die erg mooi zijn. Psalm 20 bijvoorbeeld, een echte paaspsalm.’

Meelezers gevraagd
Maar zo’n psalmberijming is toch een veel te grote klus voor één persoon? Je zult ongetwijfeld psalmen tegenkomen waar je niet tot een bevredigend resultaat komt.
‘Dat klopt helemaal. Ik weet van twee mensen dat ze ook met een psalmberijming bezig zijn. Maar ze hebben andere uitgangspunten. De één houdt zich aan de Statenvertaling, de
ander heeft met behulp van bestaande berijmingen een nieuwe samengesteld. Met hen ligt samenwerking dus niet voor de hand. Maar om tot een goed resultaat te komen heb je wel degelijk meelezers nodig; mensen die er kritisch naar kijken en correcties voorstellen. Nadat ik wat proeven op mijn internetsite geplaatst had kwam er commentaar los en kreeg ik voorstellen voor wijzigingen. En dat is zinvol; zeker als het verder gaat dan mijn particulier bezig-zijn, moeten veel meer mensen hun oog erover laten gaan. Een trouwe corrector heb ik al gevonden in dr. B. Loonstra, CG-predikant in Emmeloord.
Ik zou het ontzettend fijn vinden als ook Opbouwlezers die zich daarin interesseren zich hiervoor beschikbaar willen stellen. Uit wat ik gezegd heb zal duidelijk zijn dat ik nooit met de gedachte gespeeld heb dat “mijn” berijming een officiële status zou krijgen. Maar dat gedeelten voor de eredienst geschikt zijn geloof ik zeker. Ik hoop dat er zo nu en dan gebruik van gemaakt zal worden.’

Jan Lakerveld is lid van de NGK Emmeloord.

Psalm 27 (in de berijming van Jaco Weij)

1.
God is mijn licht, wie zou ik moeten vrezen
nu Hij, de HERE, zorgt voor mijn behoud?
Voor wie zou ik nog angstig moeten wezen
als Hij beveiligt wie op Hem vertrouwt?
Al wil men mij verslinden tot het bot,
ik mag mij veilig weten bij mijn God.
Al vechten grote legers tegen mij,
mijn hart weet zeker: God is aan mijn zij.

2.
Één ding wil ik nog aan de HERE vragen,
het is het enige wat ik verlang:
Bij Hem in huis te wonen, alle dagen,
Hem te ontmoeten, heel mijn leven lang.
Hij maakt zijn liefde daar aan mij bekend.
Ik mag mij veilig weten in zijn tent.
Bedreigt het kwaad mij op een dag te erg,
Hij tilt mij veilig op een hoge berg.

3.
Daar kunnen mij mijn vijanden niet treffen,
want ik ben veilig bij mijn God, de HEER.
Trots kan mijn hoofd zich boven hen verheffen,
dus wil ik offers brengen tot zijn eer.
Hij heeft mij voor mijn vijanden beschut,
daarom wil ik hem prijzen in zijn hut.
Ik wil hem loven met een luide stem,
spelend en zingend breng ik dank aan Hem.

4.
Hoor in genade naar mijn overleggen,
verhoor mijn roepen, HEER, en antwoord mij.
Mijn hart zegt na wat ik U hoorde zeggen:
“Zoek mijn aanwezigheid en kom dichtbij.”
Op uw nabijheid heb ik mij gericht,
verberg voor mij dus niet uw aangezicht.
HEER, wijs uw dienaar niet in woede af,
Onthef hem in uw goedheid van zijn straf.

5.
U bent de beste hulp die mij kan baten,
verstoot mij niet, ga niet bij mij vandaan.
Al hebben beide ouders mij verlaten,
de HERE neemt mij in zijn liefde aan.
Wijs mij een effen weg die tot U leidt,
bescherm mij tegen hem die mij bestrijdt.
Geef mij niet aan mijn tegenstanders prijs.
zij dreigen met geweld en vals bewijs.

6.
Mag ik de HEER zijn goedheid niet verwachten
zolang mijn lichaam hier op aarde leeft?
Wat zou ik moeten zonder de gedachte
dat Hij aan mij zijn hulp en liefde geeft?
Wees vastberaden en houd altijd moed,
de HEER is trouw in alles wat Hij doet.
Hij zend zijn kracht en sterkte op u neer,
wacht op de HEER, ja wacht op God de HEER.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief