Eén of meer diensten, maar altijd op maat

2009-11-20
  • Jaargang 53
  • nummer 23

In missionaire gemeenten is het probleem van tanende belangstelling voor de middagdienst niet aan de orde. Er is simpelweg geen middagdienst. In plaats daarvan geven de nieuw gestichte kerken veel ruimte aan bijeenkomsten op maat, onderwijs in kleine groepen en ontmoeting rond de dienst.

In Opbouw 19 kwamen diverse Nederlands Gereformeerde Kerken aan het woord over de problemen die ze hebben met de invulling van de middagdienst. Steeds meer gemeenten gaan zelfs over tot afschaffing van het traditionele concept van twee diensten op een zondag. Het is daarom niet zo verwonderlijk dat nieuw gestichte Nederlands Gereformeerde Kerken met een missionaire inslag een zondag met twee diensten helemaal geen optie vinden. Zeker niet als de gemeente uit veel nieuwe gelovigen bestaat, zo blijkt uit de ervaringen van vier predikanten.

‘We merken dat het best lastig is voor mensen die onbekend zijn met de kerk om te wennen aan een dienst op zondag. Dan zijn twee diensten te veel van het goede’, zegt Peter Strating, predikant van de Havenkerk in Den Haag. De Havenkerk bestaat vier jaar en begon met één dienst in de maand. Toen er genoeg mensen waren, werd dat uitgebreid naar één dienst per week. ‘We zijn voorzichtig begonnen, omdat de mensen niets gewend waren’, vertelt Strating. ‘Mensen zonder kerkelijke achtergrond zegt de zondag niet veel. Dat is een dag voor andere dingen.’ In Den Haag was het daarom ‘nooit aan de orde’ om zondags twee diensten te organiseren.

Datzelfde geldt in de gemeente Kruispunt Vathorst in Amersfoort, vertelt voorganger Ron van der Spoel. De gemeente begon in 2003 als een samenwerking tussen de NGK, de Christelijk Gereformeerde Kerk en de PKN. Inmiddels zijn er zo’n 600 leden, waarvan het gros door verhuizing naar Amersfoort bij de gemeente betrokken is geraakt en uit kerken komt waar de middagdienst aan verval onderhevig is. Behoefte aan een extra dienst is er daardoor niet. Van der Spoel gelooft ook niet dat er een ‘inhoudelijke noodzaak’ is om een tweede dienst te houden. ‘Ons missionaire karakter houdt in dat we in één dienst voldoende willen bieden voor zowel zoekers als gelovigen. Bovendien is de ochtenddienst vaak redelijk lang, met veel zang en voorbeden. En sinds kort hebben we dubbele diensten ’s morgens, omdat we zo hard zijn gegroeid.’

Richard Roest uit Utrecht-Leidsche Rijn nuanceert dat het niet per definitie ‘meer missionair’ is om één dienst te hebben. ‘In Houten heb je bijvoorbeeld meerdere diensten voor verschillende doelgroepen. Voor veel dingen is wel wat te zeggen. Het ligt aan de context. Voor ons is het moment in de ochtend compleet. Daarin nemen we meer tijd voor zingen, onderwijzen, ontmoeten.’ De predikant vindt wel dat het tegen je kan werken als je zonder duidelijke reden aan een traditie van twee diensten vasthoudt. ‘Verandering kan nieuwe kansen scheppen. Zeker nu. Als de kerk een bedrijf zou zijn, zou de alarmbel luiden. Er moet gereorganiseerd worden. Ik las ergens een uitspraak die het goed verwoordt: “if you do what you did, you get what you got”.’

Profileren

Jurjen ten Brinke, voorganger van de gemeente Hoop voor Noord in Amsterdam, vindt vooral de invulling van de bijeenkomst(en) op zondag bepalend, meer nog dan het aantal. ‘Ik sluit een leerdienst of een leermoment op zondagmiddag niet uit, maar dat zal niet het karakter van een dienst in de traditionele zin hebben.’ Waar hij aan denkt, zijn bijvoorbeeld bijeenkomsten die zich op een heel andere doelgroep richten. ‘Onze gemeente heeft nu een sterk buurtkerkkarakter. Sommigen vinden dat te familiair. Je zou voor de toekomst kunnen denken aan een dienst met een klassiekere, meer afstandelijke liturgie, juist voor dat soort mensen.’

Het punt van Ten Brinke is dat je de middagdienst in zijn oude vorm niet als een heilig huisje overeind moet laten. ‘Als je tweede dienst weinig bezocht wordt, moet je je afvragen of dat gemakzucht is van mensen of dat de dienst gewoon niet goed is. Het kan dat er iets mis is met de harten van de mensen, maar ik vind het te gemakkelijk om bij voorbaat te zeggen dat het aantal diensten iets zegt over het geestelijk klimaat in de gemeente.’ Sterker nog, Ten Brinke denkt dat gemeenten juist in deze tijd van ontkerkelijking gedwongen worden om zich op een andere manier te profileren. Alternatieve bijeenkomsten zouden daarbij kunnen helpen.

Verschillende diensten voor verschillende doelgroepen, dat is een boodschap die bij alle missionaire gemeenten klinkt. De Havenkerk organiseert bijvoorbeeld een tweede bijeenkomst op zondag voor een groep mensen die niet past in de dienst. ‘Het is een huissamenkomst’, zegt Strating. ‘Er komen zo’n tien mensen die sociaal angstig zijn en zich dus niet prettig voelen bij een groep van zestig tot zeventig mensen.’

Amersfoort Vathorst organiseert diverse bijeenkomsten op de zondagavonden. ‘Er zijn sing-ins, themabijeenkomsten en versper-avonden’, aldus Van der Spoel. ‘Maar het is behoeftegericht: gemeenteleden organiseren het zelf, wij als kerkenraad faciliteren alleen. Als de mensen er niet mee verder willen, houdt het op.’ Hij denkt dat er rondom tweede dienst vaker op zo’n vraaggerichte manier gedacht moet worden. ‘Er is geen principiële reden voor een tweede dienst. Je moet het vanuit een heel andere insteek benaderen: waar is vraag naar? En als er geen vraag is, dan niet.’

In Utrecht-Leidsche Rijn houdt Roest er eenzelfde visie op na. ‘Als ik een tweede moment op zondag zou organiseren, zou ik iets voor een andere doelgroep doen’, zegt de predikant. ‘Iets multicultureels bijvoorbeeld, of iets voor jongeren van dertien tot twintig jaar. Dat komt niet voort uit een verlangen naar een tweede dienst; ik ben voor pionieren.’ Aan ‘maatwerk in de kerk’ zitten echter ook grenzen, vindt Ten Brinke. ‘Het Evangelie is niet leuk te maken. Daar moet je mee oppassen. Wij zien nu mensen afhaken, omdat het niet meer nieuw is. Dat is een hype, maar daar moet je als kerk niet aan meedoen. Je moet je ook weer niet te veel laten leiden door de tijdgeest.’

Onderwijs

Naast op maat gesneden bijeenkomsten leggen de missionaire gemeenten ook de nadruk op onderwijs in kleine groepen en veel ontmoeting rondom de diensten. ‘De focus ligt bij ons op ontmoeting’, zegt Ten Brinke over Amsterdam. ‘Veel mensen blijven hangen na de dienst. Ik zeg wel eens: mijn dienst duurt van elf tot vier.’

Ook in Den Haag is er uitgebreid de tijd voor ontmoeting. Daarnaast zijn er veel doordeweekse activiteiten. Dat geldt voor alle vier de gemeenten: kleine groepen als bijbelkringen zijn erg belangrijk in het gemeenteleven. ‘Traditioneel was de middagdienst bedoeld voor onderwijs, voor de catechismus’, zegt Roest. ‘Aan dat onderwijs willen wij net zo goed vasthouden, maar bij ons ligt het accent op kleine groepen. De huiskringen zijn dus belangrijk. En het bevalt goed. Er zijn niet veel mensen die terug willen naar de traditionele middagdienst.’

In Amersfoort vindt het onderwijs ook volledig in kringverband plaats. ‘We hebben 22 kringen die goed bezocht worden. Ik denk dat zeker twee derde van de volwassenen daarin meedraait’, vertelt Van der Spoel. ‘We hebben ieder jaar een jaarthema, dat in zes subthema’s is verdeeld en in twaalf kringavonden wordt uitgediept. Alle kringen behandelen zo hetzelfde thema op hetzelfde moment. De kringleiders worden daarvoor uitgebreid geïnstrueerd door de kerkenraad. Bovendien besteed ik zes keer per jaar aandacht aan het thema in de diensten.’ De predikant vindt dat je als gemeente het onderwijs ergens moet borgen als je geen onderwijzende middagdienst (meer) hebt. ‘Je zag bij Willow Creek dat mensen op een gegeven moment vertrokken omdat er te weinig onderwijs was. Onderwijs wordt alleen maar belangrijker.’

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief