De komende eeuw
2000-01-07
Nieuwe eeuw of toekomende eeuw?- Jaargang 44
- nummer 1
Op het moment dat ik dit stukje zit te schrijven is sinterklaas net voorbij. Het is een grauwe, miezerige maandag in december. De laatste maand van de 20e eeuw. Nog in heerlijke onwetendheid van wat ons in de nacht van oud op nieuw te wachten staat. Staat ons iets te wachten? De gemeente Amersfoort heeft het zekere voor 't onzekere genomen. We hebben een papier in huis waar alle eventualiteiten op genoemd worden. Zoals het uitvallen van gas en elektriciteit, de watertoevoer en hoe je de verwarmingsketel weer aan de praat kunt krijgen.
In dat laatste geval hebben mensen met een open haard of allesbrander, geluk. Ze hoeven niet in de kou te zitten. Hoe moet je bij calamiteiten je moderne huis zonder stookgat of schoorsteen verwarmen? We leven bij de gratie van onze verworvenheden en weten ons geen raad als die ons ontvallen. Voor bijna alle dingen bestaat een elektrisch apparaat. Maar o wee, als die dingen het niet meer doen. Stel je alleen maar even voor dat je de eieren voor de cake weer met de hand moet kloppen. En dan heb ik het nog niet eens over de wasmachine. Wat moet je zonder dat ding beginnen?
Mijn generatie is opgegroeid bij de kolenkachel en de koudwaterkraan.
Voor ons zou een stap terug niet zo rampzalig zijn als voor onze kinderen die niet weten waar je 't over hebt als je ervan vertelt. Voor de radio hoorde ik daarnet een oorlogsverslaggever praten over de oorlog in Tsjetsjenië. Dat wil je gewoon niet weten, hoe de mensen daar op dit moment moeten leven, als ze nog leven. Wat is dit toch een wereld! Wij maken ons zorgen over het tijdelijk uitvallen van water, gas en licht in de nieuwjaarsnacht. Niet eens zo ver bij ons vandaan worden de aanvoerlijnen van die onontbeerlijke levensbehoeften willens en wetens kapotgebombardeerd en worden mensen uit hun huizen verdreven. We wennen aan die berichten. Tien jaar geleden viel de muur in Berlijn. Ik weet nog hoe gespannen we een paar weken later, 's avonds in bed nog naar de laatste radioberichten uit Roemenië luisterden. Toen heb ik echt gedacht; wij gaan het meemaken in onze dagen, dat Jezus terugkomt. Ach, wat een naïeve gedachten had ik toen. Van Jezus is sinds zijn Hemelvaart niets meer vernomen, schreef iemand in de krant. Een nieuwe eeuw, een oud geluid. Waar blijft de belofte van zijn komst?
Hou toch op met geloven.
Er verandert immers nooit wat. Aan vrienden die we in lang niet gezien hadden schreef ik bij de jaarwisseling: we zullen ons best doen elkaar in de komende eeuw te ontmoeten.
Klinkt aardig, dacht ik op dat moment.
Nu valt me de dubbelzinnigheid van die opmerking pas op. Geloof ik dat nog, dat we elkaar in de komende eeuw wel eens op de nieuwe aarde zouden kunnen ontmoeten?
Mijn moedeloosheid wint het soms van mijn hoop.
Heer, waaruit kunnen wij opmaken dat U terugkomt, en dat deze tijd naar zijn einde loopt?