Wie heeft hier de leiding?
2000-01-07
Tijd voor de werkgroepen tijdens de Ouderlingen-conferentie.- Jaargang 44
- nummer 1
De deelnemers hadden allemaal een nummer ontvangen. Dat nummer verwees naar een werkgroep. Zodoende zat niet Hoorn bij Hoorn en Groningen bij Groningen, maar ontstond er een mooie mix van ambtsdragers.
Wandelt u even mee langs de verschillende groepen?
In de eerste groep is het bij de start even stil. Want wie heeft er nu de leiding?
Dat is een thema dat ook in de plaatselijke gemeenten nogal eens speelt.... Twee gemeenteleden vertellen hoe hun kerkenraden een aanzet heeft gegeven om te komen tot het 'gebruiken' van de gaven die God aan de gemeente gegeven heeft. Zo is er gebruik gemaakt van de gaventest van de Evangelische Alliantie. In de ene gemeente groeide een profiel, waaruit bleek dat het leiding-geven een zwak punt was van de kerkenraad. Daar moet dus verder aan gewerkt worden. In een andere gemeente kwamen sterke accenten bij het pastoraat naar voren: onderlinge liefde, luisteren naar elkaar: dat is erg belangrijk.
De kerkenraad moet daar in voor gaan.
De gaven gebruiken
"We hebben geprobeerd om de hele gemeente in te schakelen" vertelt een ambtsdrager in een volgende gespreksgroep, "maar er zijn er toch maar een paar die alles doen."
Een ander vertelt positieve dingen over zijn kleine gemeente. Er zijn nadelen aan verbonden, maar een voordeel is dat de verantwoordelijkheid naar elkaar toeneemt: die gemeente, dat ben je sámen.
Een derde vertelt dat er een 'Dienstenfonds' is ingesteld. Er is aan de héle gemeente gevraagd: "Noem eens 2 gaven: één van uzelf en één van een ander gemeentelid". Door die tweede vraag kwamen heel bijzondere gaven naar voren, die niemand ooit zelf zou noemen, maar die nu door anderen als waardevol naar voren werden gebracht. Je maakt op die manier de gaven in de gemeente heel concreet. Vooral in een grote gemeente weet je vaak niet welke gaven de afzonderlijke gemeenteleden van God gekregen hebben. (Even terzijde: een paar dagen later hoorde ik tijdens een bijeenkomst elders in het land enkele voorbeelden van de uitkomst van zo'n gaventest, zoals een broeder die heel goed kon declameren en die nu zijn gaven gebruikt tijdens opendeur-diensten; een zuster die gemeenteleden door middel van massage helpt bij acute spanningshoofdpijn -misschien wel handig na een te lange vergadering van de kerkenraad-; het zijn gaven waar je zelf niet gemakkelijk mee voor de dag komt, maar waarom zou je ze binnen de christelijke gemeente niet mogen gebruiken?).
Kerkdiensten
De derde groep is aan het nadenken over de invulling van de kerkdiensten.
"Waarom", zo vraag iemand zich af, "worden allerlei veranderingen zomaar geslikt, maar als er maar iets verandert in de kerkdienst is het meteen bonje. Een gemeentelid dreigde op te stappen als er nog één keer gebruik gemaakt zou worden van de overheadprojector.
Dan vraag je je af: weet dat gemeentelid wel wat de kern is van het Evangelie? De verkondiging van het Evangelie moet centraal staan, de rest is allemaal menselijke invulling." Een ander stelt dat het hoog tijd is om eens kritisch naar de vorm van onze kerkdiensten te kijken. We kunnen veel leren van de kerkdiensten op het zendingsveld! Zijn we er wel met ons 'hart' bij? Dat is niet alleen een zaak van de kerkenraad, maar vooral van onszelf".
Een derde werkgroeplid stelt dat we zelf vaak niet eens meer weten waarom de kerkdienst bepaalde 'vormen' kent. "Weten de gemeenteleden bijvoorbeeld nog wel waarom de dominee een hand krijgt van de dienstdoend ouderling? Misschien moeten we elkaar weer eens aanscherpen in het 'waarom' van onze gewoonten!"
Voor en tegen
Het gesprek in de volgende groep sluit naadloos aan bij dit thema.
Waarom doen we dingen op déze manier? "Ik mis wel eens een goede motivatie.
Baseren we ons wel op de Bijbel?" merkt iemand op. Een ander signaleert een verstarring als gevolg van angst. Vooral mensen die vanuit de 'Samen op Weg-kerken' Nederlands Gereformeerd zijn geworden kunnen (begrijpelijkerwijze) veel moeite hebben met veranderingen.
"Zo is het bij ons ook begonnen" wordt er dan gezegd.
"Vervolgens wordt door voor-en-tegenstanders van veranderingen de gemeente in 2 groepen verdeeld, daarvan worden de excessen genoemd, en dat is het dan...." "Het is nogal gemakzuchtig" zegt weer een ander "om niets te veranderen.
Maar in het geloof ben je nooit uitgeleerd. Je vindt uit die grote schat van wijsheid steeds weer oude Èn nieuwe dingen. Dat betekent dat je je leven lang bezig bent met leren." Bij deze groep ligt de Bijbel steeds open.
Allerlei teksten passeren de revue. Uiteindelijk komen we uit bij de wedloop van Paulus: gooi maar weg wat teveel is.
Maak het maar concreet.
Wat kunnen we ermee bij de groei van Gods Koninkrijk? Daarbij kunnen we van elkaar leren.
Dat moet groeien, het vraagt veel tijd en veel geduld. Over die ballast gesproken die ons hindert: "Wordt er in de kerkdiensten wel voldoende ruimte gegeven voor de gaven?" vraagt iemand zich af. Waarom geven gemeenteleden in onze diensten zelden een getuigenis? Waarom laten we iemand niet een lied uitzoeken en hem vertellen wat dat lied hem doet? We zijn zulke getuigenissen niet zo gewend in onze kerkdiensten, maar het zou tot zegen kunnen zijn voor de hele gemeente."
Veranderen van gedrag
De vorige keer hebben we in 'Opbouw' al even naar het forum geluisterd.
Daar gaan we nu nog even mee door. Meerdere vragenstellers is het opgevallen dat juist veranderingen in de kerkdienst zo enorm veel commotie veroorzaken.
Niet alleen dat verhaal van die overheadprojector, maar er is meer.
Maarten 't Hart zou er van kunnen smullen. Een knallende ruzie over de aanvangstijd van de kerkdienst.
Een gemeentelid dat zegt niet meer met plezier naar de kerk te komen nu het 'Amen' na de zegen wordt gezongen.
Mensen die wegblijven uit de kerk omdat de dominee apart aandacht besteedt aan de kinderen.
Een gemeentelid dat zich acuut onttrekt als zijn voorstel voor collectebonnen niet direct wordt aangenomen.
Een heftige ruzie omdat de ambtsdragers niet meer in de ouderlingenbank plaats nemen maar bij hun gezinnen gaan zitten. Wat is er aan de hand dat zulke kleine veranderingen in de vorm van de eredienst soms zo zwaar lijken te wegen? En: hoe bereik je die mensen dan nog?
"Heibel komt in iedere gemeente voor", zo houden de leden van het forum de verzamelde ambtsdragers voor. In het boek 'Oorlog in de kerkbanken' (Frank Martin, eerder besproken in Opbouw) staan krasse voorbeelden van zeer bijbelgetrouwe gemeenten met discussies die weinig met de inhoud van de Bijbel te maken hebben (bijvoorbeeld: de plaats van de piano). Juist als het gemeente-zijn voor iemand erg belangrijk is, is hij op dat punt ook extra kwetsbaar. Sommige mensen houden het liefst alle veranderingen tegen: dan hou je tenminste overzicht en een voorspelbare situatie. Het lijkt wel erg belangrijk te zijn dat de kerkenraad de gemeente goed op de hoogte houdt. En daarnaast zichzelf en de gemeente ook de vraag voorhoudt: 'hoe belangrijk, hoe wezenlijk zijn deze veranderingen nu?' Tegelijkertijd lijkt het belangrijk om in te zien dat het omgaan met veranderingen ook een kwestie van mentaliteit is. Die plaats van de piano of de aanvangstijd van de kerkdienst: dat heeft niets met de kern van het Evangelie te maken. Als je daar een kolossale ruzie over gaat maken wordt het tijd dat je je gedrag eens in het licht van het Evangelie gaat bekijken. Met andere woorden: sommige mensen moeten domweg hun gedrag veranderen.
Tradities
Te gemakkelijk zijn we van mening dat de manier waarop we onze gereformeerde eredienst hebben ingericht rechtstreeks is ontleend aan de Bijbel.
Maar dat is helemaal niet waar! Als we dat beseffen kan ons dat ook behoeden voor het krampachtig alles bij het oude houden.
Vaak houden mensen veranderingen tegen met als argument dat je niet weet waar je dan terechtkomt.
Maar is dat een terecht argument? Of mag je zeggen: we willen God dienen in déze wereld; we houden onze ogen en oren open en we mogen erop vertrouwen dat God dan ook met ons mee wil gaan. Vanuit dat geloof hoeven we heus niet zo benauwd te zijn voor veranderingen.
Vanuit het forum komt de suggestie om gemeenteleden meer in te schakelen tijdens de kerkdienst. "Wanneer u samenkomt heeft ieder iets. "Vertelt u eens, zuster De Boer, waarom vindt u Psalm 23 zo'n mooie psalm?" Het zou wel eens kunnen zijn dat er dan voor oud én jong een wereld open gaat....
Blijft de vraag: tot hoever ga je mee met mensen die voortdurend bezwaren hebben? Wanneer zeg je dat je samen niet meer verder kunt? Hoeveel gesprekken zijn er nodig?
En: hoe houd je dat als ambtsdragers vol? Dat zijn misschien wel vragen voor een volgende keer.
In ieder geval was het thema van de Ouderlingenconferentie 1999 een onderwerp dat alle ambtsdragers in alle gemeenten bezighoudt.
Zoveel hoofden, zoveel zinnen. Maar uiteindelijk gaat het om één Zin in het leven: Jezus Christus.
Een volgende keer wordt nog nader ingegaan op de uitkomsten van de enquête.
| Het was aan het begin van de jaren '70. Die dag was de universiteit weer eens bezet. Ik had me gestort in hevige discussies over zin en onzin van de democratisering. Van studeren kwam niet veel. 's Avonds fietste ik naar onze kerk. De kerkscheuring had stevig huis gehouden in de gemeente; mensen waren er nog steeds emotioneel kapot van. Een aantal gemeenteleden had in het kerkelijk geweld afgehaakt. Hoe moesten we als gebroken gemeente verder? We waren op zoek naar een dominee. Daarom kwam ook het beroepingswerk ter sprake. Er zou een predikant beroepen worden. Maar eerst mocht de gemeente nadere informatie vragen. Daar kwam de eerste vraag. Of de te beroepen dominee wel in een zwart pak preekte...... Ik was totaal verbijsterd. Een bezette faculteit, een kwartier fietsen van de kerk. Een omslag in het denken van massa's mensen. Duizenden mensen die de kerk de rug toekeerden. Een gebroken gemeente. En dan die vraag: preekt de dominee wel in een zwart pak? |