Ontsluierd
2000-01-07
In Rom. 16:25,26 schrijft Paulus over de openbaarwording van het geheimenis, het mysterie, dat eeuwenlang verborgen was. Dat woord 'geheimenis, mysterie' komt vaker voor in het Nieuwe Testament en wordt helaas vaak verkeerd verstaan. Dat wordt ook een beetje in de hand gewerkt door de nederlandse betekenis. In ons spraakgebruik betekent 'geheimenis' iets geheimzinnigs, iets dat niet zomaar voor Jan en Alleman te vatten is en dat alleen voor ingewijden bestemd is.- Jaargang 44
- nummer 1
In het Nieuwe Testament moeten we daar niet aan denken. Daar heeft het betrekking op Gods verlossingsplan.
Dat was eeuwenlang verborgen. In de tijd van het Oude Testament was het er al wel, maar er lag nog een sluier over. Toch was het niet de bedoeling dat die erop zou blijven liggen. En toen God zijn Zoon in de wereld zond, is die sluier eraf getrokken. in Christus is Gods verlossingsplan in het volle daglicht getreden en voor iedereen zichtbaar geworden. Zolang een cadeau nog in pakpapier gewikkeld is, is het nog een geheimenis. Door de vorm ervan kun je al wel vage vermoedens hebben, maar je hebt nog geen duidelijk beeld. Pas als je het pakpapier eraf gehaald hebt, ziet iedereen wat het is en verkeer je niet meer in het onzekere.
In de tijd van het Oude Testament zat Gods verlossingsplan nog verpakt in de profetische geschriften. De mensen in die tijd zagen al wel wat vage contouren en hadden wel zo hun vermoedens, maar verder kwamen ze nog niet. Christus heeft het pakpapier eraf gehaald en als je nu de profetische geschriften leest, zeg je: ja, natuurlijk, het zat er al in. Nu herken ik het. Zo, in het licht van het Nieuwe, behoren we het Oude Testament te lezen.