Dichter bij Nietzsche (1)

2000-01-07
  • Jaargang 44
  • nummer 1
Voor mij ligt het boek, waarmee Dr. P. Veldhuizen, Nederlands Gereformeerd predikant te Leerdam, ons kort geleden heeft verrijkt.
Het boek draagt de titel Nietzsche en de kromme lijn. De ondertitel is: De geschiedbeschouwing van 'de vroomste van allen die niet in God geloven'. Het boek is uitgegeven door Buijten & Schipperheijn te Amsterdam in 1999; het telt 204 bladzijden; het kost f. 47,50; ISBN: 90 6064 988 5.
Ik wil trachten dit boek een beetje bij u in te leiden. De getallen tussen haakjes slaan op de desbetreffende bladzijden van het boek.

Korte karakteristiek
Filosofie behoort tot de verplichte vakken in de theologische studie, met name en allermeest, als men de dogmatische richting wil inslaan. Zo heb ik me ook Nietzsche moeten eigen maken.
Dr. Veldhuizen heeft me de ogen geopend voor het feit, dat we Nietzsche in hoge mate gelezen hebben door de bril van de schrijvers van onze leerboeken. Dat is natuurlijk bij elke filosoof wel het geval, maar bij Nietzsche heel bijzonder!
Zijn werk is wel genoemd 'een systeem in aforismen'( 12), een geheel dus van puntige opmerkingen, die op het eerste gezicht geen verband met elkaar hebben maar bij nadere studie toch een systeem, een verband vormen. Zijn stijl is dichterlijk, beeldend, één en al metafoor (beeldspraak), veelal (letterlijk) fabelachtig.
Geweldige moeilijkheden voor de uitleg. In het boek van Dr. Veldhuizen komt Nietzsche zeer uitvoerig aan het woord, zonder dat de auteur hem steeds met commentaar en uitleg in de rede valt.
De beoordeling wordt naar verderop in het boek verschoven. Het boek, dat overigens zeer goed leesbaar is, laat dus veel aan de lezer over. De losse eindjes, die onze leraren voor ons aan elkaar knoopten, blijven ineens in al hun losheid hangen.
Dat maakt het boek moeilijk naar de inhoud, maar het brengt ons dichter bij de man, bij Nietzsche, zelf. Dat waarderen we positief.

De buitenkant
Het is de moeite waard even te letten op de omslag van het boek. We vinden daar natuurlijk de titel Nietzsche en de kromme lijn. Nietzsche vinden we terug in een zeer markant portret van deze bewogen en bevlogen dichterfilosoof; de kromme lijn vinden we terug in een Mozaïek van slangen, die zichzelf in de staart bijten, een symbool voor de kringloop van de tijden, waarbij elk einde ook weer een nieuw begin is. De eeuwige wederkeer is een hoofdthema in het oeuvre van Nietzsche (4). Dan de ondertitel De geschiedbeschouwing van 'de vroom ste van allen die niet in God geloven'. Deze intrigerende kwalificatie komt van Nietzsche zelf. In zijn hoofdwerk Also sprach Zarathustra betitelt de laatste paus Zarathustra als de vroomste van allen die niet in God geloven.
Zoals gebruikelijk vertelt Nietzsche er niet bij wat hij bedoelt (57). Het gehele boek van Dr. Veldhuizen laat ons zien, dat Nietzsche niets gemeen heeft (of wil hebben) met de atheïst, die het bestaan van God doorstreept en onbewogen, alsof er niets gebeurd is, overgaat tot de orde van de dag. Neen, het opgeven van God en van het oude geloof stort Nietzsche in een geweldige worsteling en in een groot lijden (100v.). Ook in zijn eigen leven wordt men, hoezeer hij dat ook betreurt, de schaduw van de oude God gewaar, waaraan Nietzsche zich maar niet weet te onttrekken.
Zijn ongehoord heftige vijandigheid geeft daarvan blijk. Een averechtse weerkaatsing van vroomheid, die getuigenis geeft aan de grootheid van God! En daarvan was Nietzsche zich bewust!

Korte weergave van Nietzsches leer
Een boek bespreking, die zich beperkt tot het prijzen en laken van een auteur zonder goed te laten uitkomen waarover de man het eigenlijk heeft, is waardeloos en ongenietbaar. Daarom willen we nu eerst zeer in het kort uit het boek van Dr. Veldhuizen bijeengaren waarom het Nietzsche te doen was. De lezer zij bij voorbaat gewaarschuwd.
In mijn samenvatting krijgt hij nu immers mijn bril op zijn neus om Nietzsche te bekijken en wordt mijn filter tussen de lezer en Nietzsche gesitueerd.
Mijn hulp tot nader verstaan draagt dus het karakter van een wegwerpartikel en kan - Nota bene! - het lezen van het boek van Dr.Veldhuizen geenszins vervangen. Toch enkele lijnen!

De dood van God
In de tijd, die voorgoed achter ons ligt, vond het leven onder de grote koepel van de christelijke godsdienst zijn houvast, zijn zin, zijn doel, zijn norm. God was beschermer, gebieder, garant van een eeuwige toekomst en van de laatste gerechtigheid.
Die tijd is voorbij.
Deze God is dood! Wij hebben Hem vermoord zoals de dwaze mens zegt (100v.). Naarmate onze kennis en onze macht groeiden moest God verder terug, totdat Hij zijn plaats in onze levenservaring moest opgeven (40).
In een opvallende eerlijkheid zegt Nietzsche, dat de dood van God niet alleen maar bevrijding van de mens betekent, maar ook een vreselijke kant heeft. 'Is de grootheid van deze daadnamelijk van de moord op God - niet te groot voor ons? .... Is het niet kouder geworden? .... Vallen wij niet voortdurend?'(101).
Nietzsches leven is in feite één grote worsteling om de verschrikking van de leegte te overwinnen door de grote vreugde van het op-zichzelf-teruggeworpen-zijn! Als in Zarathustra de oude tovenaar, die met God heeft gebroken, toch niet zonder God blijkt te kunnen en op ontroerende wijze bidt '... 0 kom terug, mijn onbekende God! Mijn Smart!', dan hebben we ook hierin te doen met een aspect in Nietzsches beleving, dat hem altijd bijgebleven is (56v.; 133).

Kerken als Grafmonumenten voor God (101).
Met de dood van God valt ook de christelijke godsdienst weg! Wat kan een crucifix anders zijn dan een aanduiding van de aarde als de plaats waar de Rechtvaardige ter dood gemarteld werd?
(165). De oude God is altijd geweest de instantie, die de zwakken en mislukten heil garandeerde, een betere en eeuwige toekomst voor de in dit leven mislukten, een regulateur - door zijn wetten - van een leven, dat men in feite niet aankon, een trooster - door zijn vergeving en barmhartigheid - in een bestaan, dat zichzelf niet kon dragen.
Dit alles moet onverzoenlijk bestreden worden!
Heidens is het Ja-zeggen tot het natuurlijke. Christelijk is het Neenzeggen tot het natuurlijke (een wegvluchten uit dit leven.tot God en het eeuwige, buiten en boven dit leven). Nietzsche heeft kennelijk maar al te veel christenen ontmoet, die er allerminst verlost en bevrijd uitzagen (39v). Zij hebben daarmee zelf voedsel gegeven aan Nietzsches kwalificatie Neen zeggers tot het leven (Zie hiervoor het artikel Nietzsches verwijt van Dr. A.van der Dussen in Opbouw Jaargang 41, Nr.23, 14 november 1997).

Omdat mijn artikel te lang dreigt te worden zien we ons genoodzaakt hier af te breken. Een volgend maal hopen we verder te gaan met het volgende punt van de samenvatting: het Nihilisme.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief