Volkswil en Gods wil

2000-01-21
  • Jaargang 44
  • nummer 2
Wat mogen wij in deze eeuw van de kerk verwachten?
De grote kerken betrekken deze vraag doorgaans op het maatschappelijke belang van de kerk. Als volkskerken hebben zij in dit opzicht veel te verliezen. Hoe kan de kerk weer een plaatsje veroveren in de moderne samenleving? Daarvoor moet zij weer leren luisteren naar de wil van het volk. Zo althans verwoorden sommigen het probleem.
Wat verwachten de mensen 'daarbuiten' van een moderne volkskerk en hoe kun je op die verwachtingen inspelen?
Daarvoor schakel je enquêtebureaus en communicatiedeskundigen in.
Zij onderzoeken hoe de maatschappij denkt over de kerk. Vervolgens gaat men na hoe de kerk zo aangepast kan worden dat zij weer wordt opgemerkt door de andere partij. Vernieuwing of hervorming heet dat tegenwoordig.

Wie dwingt ons?
Dat de kerk veranderd moet worden, staat buiten kijf. Maar waar komt die noodzaak vandaan?
Wie dwingt ons tot een ander denken? Door wie of wat laten wij ons op nieuwe gedachten brengen?
En welk denken leidt dan tot een andere vorm van kerkzijn? De kerk heeft het er maar moeilijk mee. Zij wil zo aantrekkelijk mogelijk voor de dag komen. Zij wil gezien worden door de omgeving.
Op zich is daar niets verkeerds mee. Christus zelf zegt dat we onze waar niet onder de toonbank moeten houden. We mogen laten zien wat we hebben. En we hebben wat te bieden, ook voor de huidige samenleving.
Een vol evangelie, met de daarbij behorende werken der dankbaarheid. Dat is 'de waar', het licht waarover Christus het heeft.
Maar de dringende vraag is door wie dat licht ontstoken moet worden.
Laten wij ons inspireren door de wil van het volk en moeten deskundigen ons daarin voorlichten?
Moeten anderen ons verstand verlichten?

Opnieuw proeven
Welke rol speelt de wil van God in de kerkelijke vernieuwingsdrang? Of is zijn wil vandaag niet meer te achterhalen en laat de kerk zich daarom door de samenleving op andere gedachten brengen? Naar wiens erkenning is men hier trouwens op zoek?
Wat te denken van de wereldgelijkvormigheid waarover Paulus spreekt in onze tekst? En zou God zelf niet moe worden van die eeuwenlange drang naar maatschappelijke erkenning? De overgang naar een nieuw millennium is een goed moment om definitief te breken met deze slechte kerkelijke gewoonte. Paulus heeft het over het 'erkennen wat de wil van God is'. Dat is wat anders dan de wil van het volk zoeken.
Bij al onze kerkelijke vernieuwingen moeten wij eerst Gods wil op het spoor zien te komen. Dat lukt niet via wetenschappelijke instituten of ideeën van kerkelijke bureaucraten. Gods wil wordt het eerst (h)erkend in onze binnenkamer. Om tot ons hart, ons diepste denken door te kunnen dringen, wil God juist al die hokjes om ons heen afbreken. We moeten met onze blote ziel weer in het open veld gaan staan, zoals de herders van Bethlehem. Zij werden van boven verlicht, direct in het hart getroffen.
Daar in het veld, omgeven door hemels licht, zullen ook wij weer 'proeven' wat de wil van de Heer is.

Anders denken
De wil van God is dynamisch en veelzijdig van aard. Deze moet telkens opnieuw herkend en begrepen worden. Voor een goed verstaan van Gods wil is daarom 'de vernieuwing van ons denken' nodig. Een permanente gerichtheid op God, om Hem in het heden te kunnen verstaan.
Aanhoudend vragen en zoeken naar wat Hij vandaag met ons voorheeft.
Onder een open hemel, vrij van allerlei menselijke obstakels maakt God zich aan ons bekend.
Ontheemd, nergens thuis, niet in de wereld, maar ook niet in de kerkelijke dienstencentra met hun ingehuurde deskundigheid.
Gods wil kun je niet afleiden uit de wil van het volk of de geldingsdrang van kerkvernieuwers. Die moet heden en in het hart verstaan worden. Alleen daar, in het hart dat direct geraakt is, ontstaan nieuwe ideeën waar volk en kerk hun voordeel mee kunnen doen.

Een echte volkskerk
Vanuit de innerlijke verlichting door Gods Geest komt telkens weer de vraag op naar de Heer van de kerk. Wat wil Hij vandaag met ons leven, hoe kunnen wij Hem in deze tijd dienen? Als je dat ontdekt hebt (het 'erkennen' van Paulus), kan het komen tot een voortgaande vernieuwing van onze gezindheid. Dat allereerst. En als ons leven opnieuw is afgestemd op Gods wil, komt het gemeenschappelijke geloven van de kerk ook weer in zicht. Dan ontstaat er vanzelf een kerk van andersdenkenden. Die kerk zal er dus ook anders uitzien dan die van de twintigste eeuw. Dat maakt mensen onzeker, maar een God die telkens opnieuw gekend wil worden, vraagt nu eenmaal om een dynamische en eenswillende kerk. En een kerk die zich voortdurend schikt naar de wil van haar Heer, mag op zijn erkenning rekenen. Die erkenning alleen is de garantie voor een echte volkskerk. Laat dat voorlopig voldoende zijn. Of het volk daar genoegen mee neemt, zien we dan wel.
God is in ieder geval ruimhartig genoeg om alle mensen in zijn wil te betrekken.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief