Verliezen en toch winnen?
2000-01-21
Kunnen jonge mensen die ernstig ziek zijn vragen om beëindiging van hun leven?- Jaargang 44
- nummer 2
Het lijkt voor velen een 'ver-van-mijn-bed-discussie'.
Kennelijk realiseren we ons niet (meer) zo dat ook kinderen kunnen sterven.
En het idee dat een kind zélf zou kunnen vragen om actieve levensbeëindiging lijkt velen al helemaal onvoorstelbaar. Daar houden kinderen zich toch helemaal niet mee bezig?
Een indrukwekkende en pastorale bijdrage van de hand van ds. Johan Weij in het Nederlands Dagblad bracht de afgelopen zomer het thema voor velen opeens aanzienlijk dichterbij.
De bijdrage in het Nederlands Dagblad vormt tevens het hart van een boekje dat ds. Weij (sinds kort Nederlands Gereformeerd predikant in Zoetermeer) over ziekte en sterven binnen het gezin heeft geschreven.
De oudste dochter van ds. en mevrouw Weij, Hanneke, werd op 11-jarige leeftijd ernstig ziek.
Drie maanden later moesten het gezin hier op aarde afscheid van haar nemen. Als Hanneke erg onder haar ziekte lijdt vraagt ze haar ouders: "Zijn er geen middelen om hier een eind aan te maken, zodat ik niet langer hoef te lijden?" Hoe kan een meisje van 11 jaar zo'n vraag stellen? In de politieke discussie van het afgelopen jaar werd door tegenstanders van de voorgestelde wetgeving gesuggereerd dat kinderen zulke vragen niet stellen.
Wat we dan echter vergeten is dat kinderen die ernstig ziek zijn of die te maken hebben met traumatische gebeurtenissen op bepaalde gebieden van hun ontwikkeling veel sneller volwassen worden.
Daarom stelde Hanneke, tijdens de loop van haar ziekte, vragen die andere kinderen van haar leeftijd zelden zullen stellen.
Geen pasklaar antwoord
Het zal duidelijk zijn dat de vraag van hun dochter dominee en mevrouw Weij voor een aangrijpend dilemma stelde. Op openhartige wijze wordt beschreven hoezeer ze er emotioneel door geraakt werden. Voor gelovige mensen kan op zo'n moment ook het rotsvaste geloof op de grondvesten schudden. Als dát een God van liefde is, die onze dochter zó doet lijden.....
kan ik dan eigenlijk nog wel in Hem geloven? De pasklare antwoorden die je altijd 'geleerd' hebt blijken dan toch niet helemaal 'passend' te zijn. "Er werd stevig gezaagd aan de poten van wat mij geleerd is en wat ik zelf voor waarheid had aanvaard.
Ik was een principiële tegenstander van (actieve) euthanasie, maar nu wankelde mijn principe.
Het was nu geen theoretisch onderwerp meer, het was mijn kind dat er om vroeg en ik begreep het zo goed" (36). Na intensieve gesprekken met een pastor trekken ds. en mevrouw Weij hun eigen conclusie: "Euthanasie is een stap die wij niet zouden kunnen nemen. Hoe zouden we dit ooit voor God kunnen verantwoorden?"
Tegelijk zijn ze ook voorzichtig met hun conclusie.
"Ik zeg daarbij: 'Wij niet'.
Dit betreft ónze verantwoordelijkheid, óns geweten.
We hebben wel veel meer begrip gekregen voor hen die een andere keuze hebben gemaakt.
We kijken nu eerder naar wat er zich achter de schermen heeft afgespeeld, want zo'n beslissing neem je niet zomaar..."
Wat is pastoraat?
Een gemeentelid dat in psychische nood verkeert belt vaak de eigen predikant of een vertrouwde ouderling. Maar bij wie kan een predikant terecht? Ds Weij zocht contact met een bevriend pastor, die hem 'de eerste stoom liet afblazen'. Het lijkt mij op zichzelf al een belangrijke vraag in 'Opbouw': bij wie kan een predikant terecht? Ook de voorganger van een gemeente én zijn gezin hebben pastorale bijstand nodig!
"Wat moet ik? Wat vind jij?" vroeg ds. Weij aan deze predikant. Welk antwoord zou die bevriende predikant in deze situatie hebben moeten geven?
Direct daarop volgt al een antwoord van de auteur zelf: "Dit is een valkuil voor iedere pastor. Hij kan en mag geen antwoord op deze vragen geven. Hij mag geen keus maken voor een ander. Hij mag anderen wel helpen bij het maken van hun eigen keus. Een keus die men zélf voor God moet kunnen verantwoorden" (37).
In het vervolg van dit hoofdstuk komt hartverwarmend de luisterende taak van een echte herder in de gemeente naar voren: "De predikant bracht lange uren bij ons door. Als ik daarop terugkijk, denk ik: wat heeft hij het zwaar te verduren gehad in dat gesprek. De wanhoop en aanvechting, de opstandigheid, de verwijten aan het adres van God. Hij kreeg het allemaal over zich heen. Hij was een geduldig luisteraar, we konden tegen hem aanpraten."
Bij het pastoraat gaat het uiteindelijk, aldus ds. Weij "om mensen die je opnieuw in contact met God kunnen brengen. De kern van het pastoraat is: anderen in relatie brengen met Jezus Christus, die de Grote Pastor of Goede Herder is" (38).
Situatie-ethiek?
Misschien zijn er lezers die -met het lezen van het voorgaande- denken dat Ds Weij traditionele zekerheden (te) gemakkelijk laat vallen. Is er bij hem geen sprake van situatieethiek?
Naar mijn mening is dat zeker niet het geval.
Zijn uitleg over de kern van het pastoraat laat zien dat hij Jezus Christus in het centrum van zijn pastorale werk wil plaatsen.
Wel is de Zoetermeerse predikant behoedzaam als het gaat om het formuleren van pasklare antwoorden in de gevoelige zaken waar dit boekje over gaat. Die voorzichtigheid is mijns inziens terecht. Hebben we als Gereformeerden niet te gemakkelijk vanuit onwrikbare standpunten anderen veroordeeld?
Hebben we ons wel voldoende verdiept in hun situatie? Het is een goede zaak als je je als christen een oordeel vormt over bepaalde ethische vraagstukken.
Je standpunt rijpt pas echt als de bewogenheid van Christus er doorheen gegaan is.
Die voorzichtigheid van de auteur komt ook tot uiting in de andere hoofdstukken van dit boekje.
Totnutoe kwam in deze bespreking slechts het 7e hoofdstuk van 'Verliezen en toch winnen?' ter sprake.
Dat gedeelte zie ik als het meest aangrijpende hoofdstuk en ook als de kern van deze publicatie.
Nu wil ik nog enige aandacht besteden aan de rest van het boekje.
Praktisch
In 'Verliezen en toch winnen' komen rond het sterven van een geliefde veel thema's ter sprake. Veel hoofdstukken hebben een praktisch karakter. Kiezen we voor begraven of cremeren?
Denken we 'op tijd' over deze vragen na?
Hoe bereiden we onszelf voor op het sterven van een lid van het gezin? Als iemand ernstig ziek is, hoeveel bezoek kan hij of zij dan aan? Wat gebeurt er rond het moment van het sterven? Als er jonge broertjes en zusjes zijn: kunnen we hen dan betrekken bij het overlijden?
Hoe gaan we om met persoonlijke wensen van degene die sterven gaat? Welke persoonlijke keuzen maken we op de dag van de begrafenis?
Ook vragen die kinderen en ouderen stellen (bijvoorbeeld over de hemel) worden aan de orde gesteld. Ds. Weij vindt het belangrijk om vragen rond het sterven van een gezinslid niet op de lange baan te schuiven. We kunnen immers allemaal in deze situatie terecht komen? Ook raadt hij aan om concreet voorbereidingen te treffen, zodat het op tijd mogelijk is om eigen keuzen te maken.
Een voorbeeld: Hanneke hield van bloemen. Ze had aan haar ouders gevraagd of het mogelijk was om na haar overlijden 'iets met een bloemetje erop' te versturen. Voordat Hanneke overleed hebben haar ouders daarom de kaart uitgezocht. Deze moest besteld worden en daar ging nogal wat tijd overheen. Door deze vraag van Hanneke niet uit de weg te gaan waren de ouders op tijd om tegemoet te kunnen komen aan de wens van hun dochter. Ds. Weij raadt ouders aan om kinderen nooit weg te houden van het lichaam van iemand die overleden is, tenzij ze echt niet willen.
Dit is een zeer belangrijk advies. Te vaak willen ouders kinderen in bescherming nemen.
Helaas wordt hen daardoor ook de mogelijkheid om het verdriet te bespreken en te verwerken voor een belangrijk deel ontnomen.
In het hele boekje vinden we zowel de ervaringen van ds. Weij als pastor, als zijn persoonlijke ervaringen als vader van Hanneke terug. Het maakt het boekje Èn zeer praktisch én warm van toonzetting.
Tegelijkertijd is de schrijfstijl allerminst dwingend, de hoofdstukken ademen veel meer de sfeer van: hier zou je als lezer en betrokkene aan kunnen denken....
Knagende onzekerheid
Ook christenen zijn erg verdrietig wanneer een geliefde sterft. Tegelijkertijd is er voor hen de troost van de wederkomst.
Hoe zal het er in de hemel uit zien? Zullen we elkaar herkennen?
Maar.... als je echtgenoot nooit het Evangelie heeft kunnen aanvaarden? En als je kinderen de boodschap van de Bijbel naast zich neer hebben gelegd?
Veel christen-ouders ervaren het sterven van een kind dat niet meer (zichtbaar) geloofde als een dubbel verdriet: het verdriet van het sterven van je eigen kind Èn dan ook nog het missen van de troost van de opstanding.
Ds. Weij schrijft op basis van de Dordtse Leerregels (I,17) dat kinderen die in hun jeugd worden weggenomen heilig zijn door de kracht van het genadeverbond.
Over volwassen kinderen laat hij zich niet op deze manier uit. Ds. Weij: "Ik geloof niet dat alle mensen behouden worden. Ik geloof in een God Die heel graag wil dat ieder bij Hem zal wonen in het Vaderhuis.
Daarom mogen we vrijmoedig vragen om genade voor allen die ons dierbaar zijn" (61). Op basis van 1 Corinthe 7 : 14 stelt hij dat de ongelovige huwelijkspartner 'heilig wordt verklaard'door het geloof van de echtgeno(o)t(e). "Laten we eenvoudig geloven wat er staat: er komt zegen, genade en liefde van God tot de ongelovige huwelijkspartner"(62).
Dromen en visioenen
In onze kerken zijn we niet zo gewend om over dromen te spreken. Toch kan een droom een ingrij pen van God zijn.
Sommige ambtsdragers hebben het wonder mogen ervaren dat iemand die intens verdrietig was door de dood van een geliefde opeens heel blij kon zijn. "Vannacht heb ik hem gezien. Zijn lichaam was helemaal gaaf. Hij zag er goed uit en vertelde dat hij heel gelukkig was." vertelde Rita een paar weken na de dood van haar man. Ze zag die nachtelijke ontmoeting als een geschenk van God. Ds. Weij: "God kan soms door gewone grenzen heen breken om mensen te bereiken, zodat zij verder kunnen"(66). Hij vertelt in zijn boekje over een ontmoeting met Hanneke. Ze kwam haar vader opzoeken in groene kleding (de kleur van de genezing). Ze had een nieuw en gezond lichaam. Ook haar broertje Jaco heeft haar mogen ontmoeten. Hij heeft zijn verhaal op papier gezet.
Ook hij werd door deze ontmoeting getroost. "Hij wist nu ook zeker: mijn zus leeft!" Ds. Weij beschrijft zichzelf als iemand die eigenlijk niet veel van dit soort verhalen moest hebben. Hij heeft dit verhaal ook niet 'gezocht'. De vertroostende ontmoeting met zijn dochter heeft zijn denken veranderd. Inderdaad: God breekt zo soms door grenzen heen om mensen verder te helpen!
Tenslotte
'Verliezen en toch winnen' is een zeer toegankelijke publicatie over een emotioneel beladen thema. Persoonlijke ervaringen van de familie Weij, ervaringen vanuit de eigen pastorale praktijk en soms een korte opmerking uit de vakliteratuur wisselen elkaar af. De financiële aspecten vallen buiten het bestek van dit boekje. De besproken onderwerpen worden niet uitputtend behandeld. De hoofdstukken zijn kort; met een aantal pennenstreken raakt de auteur het thema aan. Ieder hoofdstuk wordt afgesloten met enkele gespreksvragen.
Het is goed om over zaken als leven en dood na te denken, ook als de dood nog niet dichtbij lijkt. Vanwege de warme en genuanceerde toonzetting én het duidelijk christelijke perspectief van waaruit het geschreven is kan ik het boekje van harte aanbevelen.
Naar aanleiding van:
Johan Weij: Verliezen en toch winnen? Rouwverwerking binnen het gezin.
Boekencentrum Zoetermeer, 1997, 94 blz., ƒ 19,90