Dichter bij Nietzsche (2)
2000-01-21
Korte karakteristiek - Jaargang 44
- nummer 2
In onze bespreking van het boek van Dr. P. Veldhuizen Nietzsche en de kromme lijn waren we in onze samenvatting van de leer van Nietzsche gekomen tot
Het Nihilisme.
Door de dood van God is men gestort in de grote leegte, waarin zin en doel, houvast en norm zijn weggevallen. Al deze waarden hingen immers samen met de oude God!
Deze leegte is een onvermijdelijke periode in onze geschiedenis. Zij zou ons kunnen verpletteren.
Maar wij moeten door het Nihilisme heen. Om het zó te overwinnen. Zwakken gaan in het Nihilisme onder, omdat voor hen de leegte het leven zelf verslindt.
Maar de mens van kracht en wil komt als overwinnaar van het Nihilisme tevoorschijn! (132vv.). Wie is het nu die overwint?
4. De üebermensch (weer te geven met supermens, oppermens). Hij, die het Nihilisme geheel is doorgegaan, maar die het ook overwonnen heeft! Hoe dan? Nu het geloof in God weggevallen is, zegt hij in volle vreugde Ja tot het leven met al zijn stromingen en strevingen. Nu er geen almacht is die de aarde draagt, vertrouwt hij geheel op zijn eigen kracht en voert hij zijn wil tot macht uit. Nu er geen van boven opgelegde wet meer is, is hij zichzelf tot wet. Hij schept wat goed en kwaad is, waarbij het leven zelf beslissend is. Nu de wereld geen zin en doel vindt in God, is de übermensch zelf de zin van de aarde. In de positieve levensaanvaarding zijn de laatste resten van vrees en angst, ontstaan door het wegvallen van God, verdwenen. De übermensch is de Dionysische mens bij uitstek. Dionysus is de Griekse god van de extase en van het directe genieten van het leven.
Deze verheerlijking van het leven heeft zijn zeer harde kanten! Er is geen plaats voor het zwakke, voor medelijden, voor erbarmen. Al deze zaken en termen behoren thuis in de sfeer van decadentie (134vv).
De eeuwige wederkeer.
Er is geen beter en hoger leven na dit leven. Er is geen eeuwig onvergankelijk zijn. Toch vinden we bij Nietzsche een wonderlijk verlangen naar eeuwigheid, de wil tot diepe, diepe eeuwigheid, zoals hij de Oude Bromklok laat zeggen (52). Zo komt Nietzsche tot de gedachte van de eeuwige wederkeer.
In Zarathustra zeggen de dieren het: 'Alles gaat, alles komt terug; eeuwig rolt het rad van het zijn..... Eeuwig herbouwd zich hetzelfde huis van het zijn. Krom is het pad van de eeuwigheid'( 90). Ook hier weer de twee zijden: ontzetting over een toppunt van zinloosheid en doelloosheid aan de ene kant; vreugde over het altijd –weer- terugkomen aan de andere kant. Geen onvergankelijke eeuwigheid. Wel de eeuwigheid van de herhaling, de eeuwigheid van de stippellijn, waarin het worden het zijn nadert (139).
Dr. Veldhuizen bekent, dat hij het verband tussen übermensch en eeuwige wederkeer niet doorziet.
Het is een combinatie van zin, doel en toekomst (in de übermensch) Èn het toppunt van zin- en doelloosheid!
(192). Een steekhoudende opmerking.
Maar er is ook een andere zijde: ook de übermensch, die al evenmin over onvergankelijke eeuwigheid beschikt, kan zeggen: 'Dit moment van mijn glorie komt terug! Ik kom terug!' Een stippellijnvereeuwiging van het grote moment! Toch is de eeuwige wederkeer uiterst zwaar om te verwerken en te aanvaarden.
Dat kan alleen maar in de Amor Fati, de liefde tot het lot, het vrolijke en hoopvolle fatalisme (138).
Wie kan dat opbrengen?
Een bovenmenselijk werk.
Ook daar is de übermensch voor! We houden er nu mee op. Leest u het boek zelf en aanvaardt mijn samenvatting als een bescheiden kaartje voor de grote stad van het boek van Dr. Veldhuizen!
Nog enkele korte opmerkingen
1. Indrukwekkende tekening van een diepe vijandschap!
Dr. Veldhuizen laat zien, welk een grote rol de Bijbel speelt in het oeuvre van Nietzsche. Ook een verschrikkelijke rol!
Zo viert Zarathustra het Avondmaal met zijn gasten, tot zijn eigen gedachtenis, waarbij gesproken wordt over de hogere mens (59v). Zarathustra gasten maken de ezel tot hun god en loven hem: 'Lof en eer zij onze god', 'Hij draagt onze last', 'Hij nam de gedaante van een knecht aan'...... Een uiterst geraffineerde dooreenmenging van typeringen van Christus en ezelachtigheden.
Een vreselijke haat in deze parodie!
Men leze hierbij ook de noten, die van een nauwgezette waarneming getuigen (62v).
2. Aandacht voor de vele nuances in Nietzsches werk! Nietzsche wordt veelal zonder meer tot Naziefilosoof gemaakt. De übermensch heeft inderdaad trekken, die zich voor deze claim' lenen.
Maar er is ook een andere kant! Nietzsche openbaart zich als Antiracist en als een zeer overtuigd Anti-Antisemiet (21). Ook beantwoordt J.W. Goethe meer aan het ideaal van de übermensch dan bijvoorbeeld Napoleon, die een synthese is van ondermens en übermensch.
Nietzsche ontsnapt telkens weer aan elke oppervlakkige systematiek (172). Dat heeft Dr. Veldhuizen ons bijgebracht.
3. Een grote scala van vergelijkingsmodellen!
Vele filosofen en theologen passeren de revue, omdat ze in bepaalde punten met Nietzsche overeenkomen of met hem contrasteren.
We noemen Heraclitus (31), Bonhoeffer (40), Hegel (101v), Kant (122vv), Lessing (124vv), Schiller (126v), Goethe (162vv; 166vv.). Zeer interessant.
Grote belezenheid! Soms echter te veel om bij de les te blijven!
4. Christelijke bestrijding!
Nietzsche is een moderne Griek, voor wie het evangelie van het kruis een dwaasheid is (1 Kor.1). Het houdt evenwel voor ons in de wijsheid Gods die behoudt (173). Niet de übermensch maar de Christus is de zin van de geschiedenis. De geschiedenis verloopt niet cyclisch (cirkelvormig), maar in een rechte lijn: schepping - Komst van Christusoleinding (186vv).
5. Tenslotte.... . De lezing van het boek van Dr. Veldhuizen was voor mij opbouwend. Augustinus zegt ergens: 'Gij hebt ons gemaakt als op U gericht.
En onrustig is ons hart totdat het rust vindt in U.' Waar ziet men het onrustige hart van de mens, die God heeft verlaten, zo duidelijk voor zich als bij Nietzsche? Is hij niet aan zijn ontzettende worsteling bezweken? In 1889, nog maar 45 jaar oud, werd hij krankzinnig!
Waar wordt men duidelijker gewaarschuwd voor de vlucht van God weg en aangespoord de rust in God en zijn Christus te zoeken en vast te houden?
We eindigen met een hartelijk gemeend compliment