De enige
2000-01-21
Toen Israël zich in Kanaän vestigde, stond het voor een ingrijpende verandering: de overgang van een nomadenbestaan naar een agrarisch en stedelijk bestaan met een heel andere cultuur.- Jaargang 44
- nummer 2
Dergelijke overgangssituaties zijn altijd kritiek, omdat met de oude gedragscodes ook het geloof vaak wegvalt. In de woestijn leefde Israël heel direct uit de Gods hand (manna, water uit de rots). In Kanaän zouden luxe en welvaart voor het grijpen liggen en zou het besef uit Gods hand te leven gemakkelijk kunnen verdwijnen.
Eigenlijk staat dat model voor onze westerse cultuur.
De enorme veranderingen in onze samenleving en de luxe hebben vervreemdend gewerkt en het geloof van velen uitgehold. Er is alle reden om met Mozes in Deut. 6:10-15 te zeggen: vergeet de HERE niet. Mozes geeft ook aan hoe we dat kunnen voorkomen: we moeten de HERE vrezen, dat wil zeggen: ons door Hem laten beheersen in alles. Verder moeten we Hem dienen: niet leven voor jezelf maar voor je Heer.
En ook: bij zijn naam zweren, dat is: Hem erkennen als de enige van wie je afhankelijk bent. Dat alles impliceert: je vertrouwen op niets en niemand anders stellen. God wil de enige zijn in ons leven. Hij maakt een exclusieve aanspraak op ons. Dat geldt ook van Christus. Er is onder de hemel geen andere naam gegeven waardoor we behouden moeten worden (Hand. 4:12). Soms vinden er gebedsdiensten plaats van christenen en aanhangers van andere godsdiensten.
Maar had Elia op de Karmel samen met de priesters van Baäl om regen kunnen bidden?
Dat zou een miskenning geweest zijn van de kern van de bijbelse boodschap: alleen de HERE is God; er is geen andere. En dat geldt ook ten aanzien van Christus: behoud is er in niemand anders.