Krassen
2001-04-13
Als ik mijn e-mail ophaal zie ik een bericht van een leerling.- Jaargang 45
- nummer 8
Een kleine meid uit mijn klas.
‘Hoi Dromer, ik weet niet of ik je dit moet schrijven, maar als het zo doorgaat denk ik dat ik niet langer wil leven. Ik hoor een stem in mijn hoofd die zegt allemaal rare dingen.
Ik weet niet aan wie ik dit anders zou moeten schrijven. Sorry hoor. Myra.’
19.34 uur.
Dinsdagavond. Ik zie dat het bericht een half uur terug is verstuurd en ik vraag me af of ze nog leeft.
Ik hou niet van dit soort berichten.
Ik mail per omgaande terug. Ik vertel dat ik niet wil dat ze zich dood maakt en dat ik haar deze week, vrijdagmiddag wil spreken.
En ik verwacht jou, Myra, dan gewoon levend en niet dood te zien.
Ik bel J. Hij werkt al jaren in de psychiatrie en ik vraag hem mij wat in te praten over dit onderwerp.
Van vreemde stemmen in een hoofd heb ik geen verstand. Van mogelijke zelfmoorden wel.
J. praat me bij. Ik hoor vooral dat ik me niet moet laten verleiden tot bezorgde aandacht. Ze moet veranderen van stilstaand troebel water in een schoon doorstromend kanaal.
Kortom, dit meisje moet snel geholpen worden door een professional.
Twee uur later op de avond. Weer een mail van Myra. Ze mailt nu dat ze het niet meende en biedt excuus aan.
In de volgende twee maanden spreek ik met haar over van alles en nog wat.
Vooral over het feit dat ze zichzelf niet zo mooi vind, te mager vindt en te stom vindt.
Jammer, want ze is mooi, ze is slank en eigenlijk erg grappig.
Hoewel ik daar dan van overtuigd ben, is het een heel ander verhaal om een 16 jarige meid daarvan te overtuigen.
De stem zit haar daarbij erg dwars.
Na twee weken kom ik er achter dat de stem opdrachten verstrekt waar een normaal mens niet direct op zou komen.
Myra moet van de stem in haar armen snijden. En zo diep dat er echt bloed komt. Veel bloed. Mooi rood bloed.
En dat doet ze dan ook trouw.
Haar polsen houdt ze angstvallig bedekt, met lange mouwen, die door haar vingers strak over haar handen getrokken zitten.
Als ik tijdens een klassenavond de druppels bloed onder haar mouw uit zie komen, stuur ik haar naar de conciërge voor pleisters en weer naar haar huisarts voor hulp.
Maar ze durft nog steeds niet.
Ik wil uit de rol van hulpverlener, maar kan dat moreel gezien pas als ze in goede handen is.
We gaan samen naar haar huisarts.
De verwijsbrief voor RIAGG is in 3,5 minuten geschreven.
De intake bij het RIAGG duurt daarna nog drie maanden.
Ze blijft mailen. Misschien wel omdat ik terug mail.
Myra schrijft over haar nachtmerries en angstaanvallen en natuurlijk over de dreigende stem die opdrachten geeft.
Ik adviseer haar (ook tijdens onze gesprekjes) op die momenten te bidden.
Jezus is echt wel machtiger dan stomme stemmen.
Ze weet het. Het werkt alleen niet altijd, zegt ze… Myra stopt op mijn aandringen met de opleiding.
Ze vindt het ook logisch; ‘Om voor andermans kind te gaan zorgen, moet ik eerst goed voor mijzelf kunnen zorgen.’ Ze volgt inmiddels dagelijkse groepstherapie.
Alweer een jaar later… Ik open mijn mail.
Vol trots mailt ze vandaag dat ze weer T-shirts met korte mouwtjes gekocht heeft.
‘En morgen trek ik ze aan!’
Ik zie het voor me.
Voorzichtig stoere meisjesarmen onder een warm lentezonnetje.
Zonder bloed, maar getekend door kleine roze kerfjes die herinneren aan een wanhopige zoektocht naar geluk.
Dromer