Kleven kleeft
2001-04-13
Een schoolraadvergadering. (Vroeger heette dat ouderraad.) In de korte koffiepauze schiet ik een collega-moeder aan met de vraag of ik haar op het lijstje mag zetten van leden die de vergadering bij toerbeurt willen openen met bijbellezen en gebed. Een lijstje dat nog niet zo heel erg lang is.- Jaargang 45
- nummer 8
Ze aarzelt maar heel even, dan zegt ze enthousiast en volmondig ‘Ja’.
‘Vroeger vond ik dat moeilijk,’ zegt ze, ‘maar je moet het gewoon dóén, daar ben ik wel achter. Maar van huis uit ben ik niet gewend om zelf hardop te bidden. Mijn vader deed altijd het Onze Vader.’ Er staat nog iemand bij, ze reageert verrast. ‘Hé, mijn vader ook altijd.’ ‘Wij deden ook nog een ander,’ zeg ik. Ik moet heel even nadenken. Dan weet ik het weer.
‘O Vader, wij danken u, van harte voor nooddruft en voor overvloed…’ Weer een enthousiaste reactie van nummer twee. ‘Ja, die deden we thuis ook wel eens, met al die vreemde woorden.’ Ook zij moet even nadenken. ‘Waar menig mens eet brood der smarte hebt Gij ons mild en wel gevoed.’ ‘En dan die laatste zin, ’zeg ik, ‘met dat kleven erin.’ We beginnen tegelijk, het lijkt bijna op rappen, ‘Doch geef dat onze ziel niet aan dit vergank’lijk leven kleeft, maar alles doet wat Gij gebiedt en uiteindelijk eeuwig bij U leef.’ Anderen kijken een beetje verbaasd naar ons, niet begrijpend. ‘Het lijkt wel een couplet van het Wilhelmus,’ bromt iemand.
We lachen, niet alleen om de vreemde situatie van dit moment, maar ook om een stukje herkenning dat soms zo waardevol en bemoedigend kan zijn.