Feestmuziek

2001-04-27
  • Jaargang 45
  • nummer 9
Op het onvolprezen televisiescherm kwam weer eens het hoofd van Paul Witteman in beeld. Nu niet in de rol van master, maar op de stoel van de ondervraagde, de kwetsbare, de blootgelegde.
En ik was werkelijk verbaasd over de mate waarin hij zich durfde bloot te stellen aan zijn eigen brutale medium. Dit vertrouwen zal er wel mee samenhangen, dat hij zelf in zijn vak integer te werk gaat en betrouwbaar is. Toch moest zijn gezicht wel even over het volle scherm worden uitvergroot toen hij emotie toonde, sterke gevoelens bij het horen van orgelmuziek van Bach. Door deze diepreligieuze klanken werd hij gegrepen en beroerd, zoals een mens in zijn geloofservaring altijd weer vooral ondergaat wat in zijn leven over hem komt. Meestal om er vervolgens als herboren uit op te staan.

Wensdroom
Maar Witteman gaf aan, dat hij sinds zijn puberteit wist, dat ‘God’ een soort wensdroom is. Jammer, maar waar. De muziek van Bach is niet meer dan de schepping van een mens. Derhalve brengt ook die ‘God’ niet naderbij en moet je als mens heel alleen je eigen dood onder ogen zien, en dat is hard, moeilijk. Wie zo spreekt is volwassen dunkt me, neemt de volle verantwoordelijkheid voor het eigen bestaan. Dat (h)erken ik volstrekt. Maar langzaam kruipt in mij de vraag omhoog: en Bach zelf dan? Is hij onvolwassen? Nee, onmogelijk. Hij is dus anders volwassen.
Hij is een modern mens in die zin, dat hij buitengewoon actief was en een onwaarschijnlijk omvangrijk werk heeft geschapen. Maar hij werd niet gehinderd door de zwaarmoedige behoefte van onze dagen om het hele leven, tot in de kleinste hoekjes, met ons verstand en onze techniek onder controle te krijgen en te houden.
Die drift om te beheersen heeft veel weg van omgekeerde doodsangst.

Overgave
De dood ontneemt ons immers elke zeggenschap over het leven. Dat wist ook Bach heel goed. Maar hij laat er zich niet door verlammen. Hij doet iets anders dan Witteman en de meeste mensen van nu. Hij komt tot overgave, blijft niet steken in een verzet zoals dat onze puberteitscultuur eigen is. In het aangezicht van de dood komt hij ertoe het leven te vieren! Hij durft verstand en controle te relativeren. Het is maar een facet van ons bestaan. Hij gooit de remmen los en schept met heel zijn wezen een loflied op de Schepper. ‘God’ staat voor leven, voor liefde.
Hoe kun je als volwassen mens weigeren om dat te vieren? Maar dan wel de God, die de grootste gave is, die wij mensen ontvangen, die als de Aanwezige zo groot is, dat al onze menselijke scheppingen, inclusief al onze heilige geschriften, alleen maar naar dit goddelijke kunnen verwijzen.

Dit artikel werd door ds Henk Vrielink, hervormd predikant te Ruinerwold, geschreven in het ‘Gezamenlijk Kerkblad’.
Ook wij hebben Paul Witteman op het scherm gezien. Hij kwam aan het woord in een programma, dat over schoonheid handelde. Je zou zeggen, dat in een tijd waarin de verruwing van het gesproken en geschreven woord hand over hand toeneemt een dergelijk thema een witte raaf is. Is er nog werkelijk oog voor het mooie van iets of iemand? In allerlei centra kom ik tegenwoordig veel mensen tegen. Ik ontdek dan in de vriendelijke glimlach waarmee zij mij groeten een geschenk, dat God ons gelaten heeft na de val. Om terug te komen op Bach. Hij was natuurlijk geweldig! Er is, denk ik, niemand, die daaraan vandaag twijfelt. Enkele citaten: ‘Bach is het begin en het einde van alle muziek’, zei Max Reger. ‘Bach hoort tot het dagelijkse dieet van iedere musicus’, zegt Ton Koopman. ‘Voor mij is Bach het ‘non plus ultra’, het onverbeterbare’, aldus Daan Manneke. Maar we moeten Bach niet gaan verafgoden. Hij was slechts mens, al was hij superbegaafd. Zèlf verwees deze eenvoudige, diep godsdienstige man naar zijn God door onder elk werk van zijn hand te schrijven: SDG, Soli Deo Gloria. Muziek is iets van de hemel op aarde. Laten we zó van de schoonheid van Bach’s werken genieten in relatie tot de schoonheid van onze hemelse Vader in Christus, het begin der schepping Gods!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief