'Tea with something'

2001-04-27
  • Jaargang 45
  • nummer 9
Een jaar of wat geleden op bezoek in Nederland bracht ik de avond door bij familie, goede Gereformeerde mensen, toen de telefoon ging. ‘Hans, het zal wel voor jou zijn’, zei de gastvrouw, ‘ik denk iemand uit Afrika’. Maar ik kwam er al gauw achter dat het niet iemand uit Afrika was maar iemand uit Iran die in gebrekkig Engels mij duidelijk maakte dat hij niet met mij maar met de huisbewoners wilde praten.
Hij had immers met hen aan één tafeltje op een welkomsavond van de kerk voor vreemdelingen zitten praten en was toen door hen uitgenodigd. Ik gaf de telefoon weer aan mijn gastvrouw terug. ’Nee’, hoorde ik haar in haar beste Engels zeggen ‘dat was niet afgesproken; jullie zouden bij ons komen op de thee’. ‘No, no, tea is nothing, you come to me for meal’ zei onze Iranees. Mijn gastvrouw hield voet bij stuk: ‘ no, no, not only tea, tea with something’ waarbij zij en ik onmiddellijk het vertrouwde patroon voor ons zagen van een kopje thee met een koekje. Maar onze Mohammedaanse vriend hield voet bij stuk dat ook ‘tea with something’ helemaal ‘nothing’ was en het kwam er uiteindelijk op neer dat mijn gastheer en zijn vrouw op bezoek moesten voor een uitvoerige maaltijd waarbij zij - ik ben er zeker van - de ereplaatsen kregen.
Het zal wel niet zo’n succes geweest zijn. Het is voor ons allemaal te veel en te vroeg. Wie had nu eigenlijk bij wie moeten aanpassen? Onze Iranees kwam toch als gast in het land van ‘tea with something’? Intussen zat hij met zijn maaltijden wel meer op de lijn van het bijbelse cultuurklimaat dan wij met ons kopje thee met een koekje.
In de Oosterse cultuur waarvan veel naar Afrika uitwaaierde, is de gemeenschappelijke maaltijd heel belangrijk.
Abraham zette de drie onbekende vreemdelingen een uitvoerige maaltijd voor. Wat zal dat voorbereiden ervan een tijd hebben gekost! Gemeenschap, vreugde, overeenkomsten het wordt alles bezegeld met samen eten. Met voor de gasten de ereplaatsen. Maar de Nederlandse huisvader blijft in zijn stoel aan het hoofd van de tafel zitten. Voor ons kunnen dergelijke maaltijden à la Iran ongemakkelijk zijn. De gastvrouw zie je dikwijls ook helemaal niet, behalve voor het opdienen. Denk maar niet dat Sara mee aanzat aan de maaltijd van Genesis 18. Wij hebben in Afrika wel van die maaltijden doorgezeten waarbij zelfs de gastheer soms ook om zijn respect te tonen, afwezig bleef.
We hebben het gevoel dat Paulus die naast zijn Jood-zijn ook een geëmancipeerd Romeins staatsburger was, het in dit opzicht ook niet altijd gemakkelijk had. Toen Lydia, de zakenvrouw uit Thyatira, tot geloof in de Here was gekomen, moest zij Paulus en zijn reisgenoten overreden bij haar te blijven logeren. Zij stond erop! Het Boek omschrijft veelzeggend en raak: ‘wij konden gewoon niet weigeren’. Het lijkt alsof Paulus andere voorkeuren had.
Ik heb hier voor mij een preekschets van een Zoeloe-dominee van één van onze kerken die dat Lydia-verhaal van Handelingen 16:13-15 met haar dringende uitnodiging aan die vier mannen weer vanuit een andere hoek, de apartheidstijd, bekijkt. Hij schrijft: ‘Lydia wil een bewijs om te zien of ze nu één zijn in de Heer. Zien zij niet op haar neer om haar nationaliteit? Het ware Evangelie breekt de grenzen af tussen blanken en zwarten’. Maar apartheid of niet, ook voor mijn zwarte collega zou ‘tea with something’ onder de maat zijn geweest.
Zo kun je als Iranees in Nederland dichter aan het Bijbelse cultuurklimaat zitten dan wij met ons kopje thee met een koekje. De God van de Bijbel volgen is echter iets dat tot een heel ander klimaat behoort. De Here Jezus Christus gaat zijn weg over de wereld door verschillende en steeds verschuivende culturen heen.

J.Vonkeman, Richmond, Zuid-Afrika

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief