Psalm en lied, orgel en combo

2001-04-27
  • Jaargang 45
  • nummer 9
Nog geen dertig jaar geleden zongen we in onze kerken alleen psalmen, mondjesmaat aangevuld met enige gezangen. Toen kwam de periode van aarzelend kiezen uit het Liedboek.
Het kinderlied veroverde in de jaren tachtig ook zijn plek in menige gemeente, waarbij aanvankelijk vooral geput werd uit de bundel ‘Alles wordt nieuw’. In de negentiger jaren groeide het aantal evangelische liederen in onze diensten. De Evangelische Liedbundel laat wel zien dat het daarbij niet alleen om het opwekkingslied gaat, maar ook om meer meditatieve liederen uit de hoek van Taizé. Bij de muzikale ondersteuning van de gemeentezang is het al niet anders gegaan. Naast het orgel wordt steeds vaker gebruik gemaakt van andere instrumenten en ritmische vormen van begeleiding (b.v. door een combo).
Er is in het laatste kwart van de vorige eeuw dus nogal wat veranderd in de gemeentezang. Het leek ons een goed moment voor de vraag waar we nu staan in onze kerken. In het vervolg van dit artikel vindt u een momentopname, onderbouwd met aantallen en percentages, maar ook met doorkijkjes naar wat er gebeurt in diverse plaatselijke kerken. Met soms verrassende
uitkomsten.

Een momentopname van 71 kerken
Voorafgaande aan de Opbouwdag is aan alle kerkenraden een enquêteformulier gestuurd met vragen over de gemeentezang ter plaatse. Van de 92 kerken hebben er 71 geantwoord. Een mooi resultaat, waarmee we een goed beeld krijgen van wat er leeft in onze kerken. Op het enquêteformulier is gevraagd naar de ‘normale’ zondagse kerkdiensten, dus niet diensten op kerkelijke feestdagen, zangdiensten, trouwdiensten en ook geen incidentele zaken, die maar één of twee keer per jaar voorkomen.

Voor de helft Psalmen
Vraag 1
• Wat is naar (ruwe) schatting gemiddeld de procentuele verdeling van wat gezongen wordt:
De psalmen zijn van ouds de basis van de gereformeerde gemeentezang. Na de reformatie van de 16e eeuw was er in de kerken van ons land naast de psalmen slechts plaats voor enkele bijbelliederen (b.v. lofzang van Maria, Zacharias). Bij de Afscheiding in 1834, het ontstaan van de Gereformeerde Kerken, speelde de afkeer van de toen gebruikte gezangen en de terugkeer naar de psalmen een belangrijke rol. Tot de zeventiger jaren van de vorige eeuw beperkte men zich in de Nederlands Gereformeerde kerken tot de psalmen, aangevuld met de 29 (‘enige’) gezangen, die in de dertiger jaren van de 20e eeuw door de gereformeerde kerken geselecteerd waren. In het licht van deze voorgeschiedenis zijn de veranderingen in onze kerken m.b.t. de gemeentezang gerust ingrijpend te noemen. Dat is bijvoorbeeld merkbaar in het aandeel van de psalmen, die op dit moment krap de helft uitmaken van wat er gezongen wordt in onze diensten. Opvallend zijn de grote verschillen tussen de laagste en hoogste percentages die worden genoemd.
Geen van de kerken zingt uitsluitend psalmen – alle 71 kerken zingen gezangen uit het Liedboek - maar in de kerken van Langerak, Schiedam, Urk, Wezep, Wieringermeer en Zaandam worden voor 75% of 80% psalmen gezongen. Daartegenover zingen Arnhem (CGK/NGK), Assen, Houten en Loosdrecht maar voor 20 of 25% psalmen.
Liederen van buiten het liedboek hebben vooralsnog een minder prominente plaats. Een achttal kerken zingt helemaal geen liederen buiten het liedboek, terwijl er veel kerken zijn die maar 5% of minder van zulke liederen zingen. Houten komt met een heel afwijkend beeld. De percentages voor psalmen, gezangen en overige liederen zijn in de morgendienst 40% - 40% - 20%, terwijl dit in de middagdienst 10% - 10% - 80% is. Daarbij wordt vermeld dat het aantal aanwezigen in de middagdienst veel groter is dan in de morgendienst (500 tot 600 tegen 100 tot 150). Een bijzonder fenomeen.

De ‘oude berijming’ doet nog mee
Vraag 2 • In welke berijming zingt uw gemeente de Psalmen? Het zal niemand verwonderen dat de ‘Nieuwe berijming’ in nagenoeg alle kerken in gebruik is. Urk (waar wel de gezangen uit het liedboek worden gezongen) is op deze regel een uitzondering, want daar worden de psalmen oud berijmd tot klinken gebracht. "Maar je moet in Urk het zingen van psalmen eens horen, prachtig" zo werd me verteld door ds.Van Es, die er jaren predikant was. In één op de vijf kerken, wordt nog wel eens uit de ‘oude berijming’ gezongen. Het is dus beslist niet zo dat ruim 20% van de psalmen in de NGK in de oude berijming gezongen wordt, of dat een kwart van de psalmen onberijmd wordt gezongen! Eén kerk (Maassluis) geeft aan een aantal psalmen te zingen op nieuwe zelfgemaakte melodieën met ‘eigentijds’ karakter en
aansluitend bij de tekst.

De selectie uit het Liedboek van de LV 1988 leeft nog
Vraag 3 • Bij gezangen uit het Liedboek betreft het • Zo ja, hoe groot is het aantal liederen ongeveer in deze selectie(aantal) De meeste kerken hebben geen vaste selectie van gezangen uit het Liedboek, waaruit gekozen wordt. Ruim een derde van de kerken heeft wel zo’n lijst. De meeste, in totaal 23%, gebruiken de selectie, die door de Landelijke Vergadering Dronten 1988 is vastgesteld. Rijswijk zingt "de Rijswijkse selectie uit de landelijke selectie", daar gaat men dus niet over één nacht ijs.
Enkele kerken gaven het aantal liederen van hun selectie op, met als laagste 50 en als hoogste 250.

Overige liederen: het evangelische lied
Het zal niet verbazen dat het evangelische lied (opwekkingslied) in veel van onze kerken een plaats heeft gevonden.
Het is wel snel gegaan; 81% van de kerken zingt nu (met enige regelmaat) opwekkingsliederen. Hoog is ook het percentage van gemeenten, waar de liederen uit de bundel ‘Alles wordt nieuw’ worden gezongen, al is dit genre kinderliederen zeker niet het één en het al (denk aan de liederen van Elly&Rikkert!). De opkomst van het evangelische lied en het kinderlied wijzen in zekere zin op een tekort van het - ons inmiddels vertrouwde - liedboek. Dit verklaart misschien ook dat al 30% van de kerken de Evangelische Liedbundel gebruiken, die nog maar kort beschikbaar is (1999).
Sommige gemeenten hebben deze bundel aangeschaft en andere overwegen deze stap.
Opvallend in de cijfers is ook de grote plaats die het oude evangelische lied heeft in onze kerken. Dan gaat het over de zangbundel van Johannes de Heer, waaruit in ruim een derde van onze kerken (af en toe) wordt gezongen.
De aanvullende gezangenbundel voor gebruik in de NGK, die gemaakt is door een commissie uit onze kerken in opdracht van de Landelijke Vergadering, heeft weinig weerklank gevonden. In gesprekken krijg je ook de indruk dat veel mensen in onze kerken niet van het bestaan van deze bundel weten. Jammer van de moeite.
Op de vraag naar de herkomst van de ‘overige’ liederen worden de volgende bronnen genoemd: Elly en Rikkert (5x), Zingende Gezegend, A.F.Troost (4x), E&R-bundel (GKV) (2x), Taizé-liederen (2x), Gezangen voor Liturgie, Kinderopwekking, Liederen ds.M.R.
van den Berg, Navigatorbundel, Timotheus, Jan Visser en Zingend Geloven. Bijzonder is de vermelding bij Barendrecht: Liedbundel van de P.C.O.-scholen Barendrecht.
Middelen: de plaatseljke invulling Uit de antwoorden over de gebruikte middelen blijkt dat elke gemeente dat op eigen wijze oplost. Een flink aantal kerken heeft een privé-bundel gemaakt.
Het werk dat daaraan is besteed moet niet worden onderschat, maar men vindt deze, op de plaatselijke gemeente toegesneden keuze, blijkbaar de moeite waard. Van typisch incidentele middelen als het afdrukken, een projectiescherm of een groot vel papier, wordt veel gebruik gemaakt - zelfs door kerken die een eigen bundel hebben. Dordrecht meldt, dat daar elke zondag een gedrukte liturgie met liederen wordt uitgereikt. Zij zullen daarin niet de enige zijn.

Meer dan het orgel
Het orgel blijft met 93% het meest gebruikt voor de ondersteuning van de gemeentezang. Van de 5 kerken die geen orgel gebruiken, komen er 4 bijeen in schoolgebouwen en dergelijke, waar geen orgel beschikbaar is.
Maassluis beschikt sinds enige tijd over een eigen kerkgebouw, maar heeft bewust gekozen om geen orgel aan te schaffen.
In 14 kerken wordt alleen een orgel gebruikt en geen ander muziekinstrument. Opvallend is, dat in bijna al deze gemeenten ook zelden of nooit een koor medewerking aan de kerkdiensten verleent. In de overige kerken zijn ook andere instrumenten dan het orgel te horen, waarbij vaak een aantekening wordt geplaatst als "soms" of "in speciale gevallen". Onder andere duikt naast de gitaar (3x) de banjo op (Almkerk-Werkendam). Een begeleidingsgroep of combo komt in de helft van de kerken voor, een verrassend hoog percentage, even groot als dat voor een zangkoor, zij het dat bij een zangkoor relatief vaak de aantekening "soms" is opgenomen. Rijsbergen heeft een maandelijkse gastendienst met een begeleidingsgroep bestaande uit: drummer, 2 toetsenisten, violiste, saxofoniste, gitarist, bassist, 7 zangeressen en 2 zangers.
Kortom niet alleen het kerklied is in beweging, maar ook de begeleiding van de gemeentezang.

Hoe snel gaan de veranderingen?
De verzamelde gegevens vormen een momentopname. Het zou mooi zijn als we deze zouden kunnen vergelijken met eerdere cijfers. Helaas heb ik die nauwelijks kunnen vinden. In het rapport van de Gezangencommissie aan de Landelijke Vergadering van Breukelen, 1981/1982, dus nog maar 20 jaar geleden, vinden we de resultaten van enkele vragen aan kerkenraden.
Daaruit blijkt dat toen in 35 van de 64 kerken geen andere gezangen werden gezongen dan de 19 "Enige Gezangen" die door de Synode van de Gereformeerde Kerken in de dertiger jaren van de vorige eeuw waren toegelaten voor gebruik in de kerkdienst. Van de overige kerken hanteerden 11 een selectie uit het Liedboek, 8 maakten vrij gebruik van het Liedboek en 9 gebruikten andere bundels. Uit het jaaroverzicht van 1997 (te vinden in het informatieboekje van 1998) blijkt, dat het beeld al veel meer lijkt op het huidige. Verreweg de meeste kerken (67 van 72) zingen in 1997 uit het liedboek. Toch werd toen (vier jaar geleden) nog maar in 25 van de 72 kerken gezongen uit de opwekkingsbundel, een aantal dat in 2001 ruim verdubbeld is.
Zulke veranderingen in de liturgie staan natuurlijk niet op zichzelf. Zo zal de toegenomen liefde voor het opwekkingslied ongetwijfeld samenhangen met de groeiende evangelische invloed in onze kerken. Ook een andere kenmerkende trek van de Nederlands Gereformeerde kerken, de zelfstandigheid van de plaatselijke gemeente, is hoorbaar op het punt van de gemeentezang. De ene gemeente is de andere niet, zo blijkt maar eens te meer. Maar tegelijk is juist daarom bezinning en overleg op dit punt nuttig en nodig. Om elkaar ook hier tot een hand en een voet te kunnen zijn.
Dat was voor ons aanleiding om de Opbouwdag 2001 aan deze thematiek te wijden

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief