Ga eerlijk met de Bijbel om

2009-12-04
  • Jaargang 53
  • nummer 24
Mijn drieluik over het principebesluit van de NGK Utrecht om de ambten van ouderling en predikant open te stellen voor homoseksueel samenlevende gemeenteleden heeft een aantal reacties losgemaakt, die inmiddels in Opbouw zijn geplaatst. Ook al gaan niet alle artikelen in op mijn bijdragen, stuk voor stuk dagen ze uit tot voortzetting van het gesprek.

Leendert Marijs verwijt mij dat ik eenzijdig verwijs naar vertegenwoordigers van de evangelikale wereldkerk die geen bijbelse ruimte zien voor homorelaties, laat staan voor samenlevende homo’s in het ambt. Volgens hem klinken er ook andere geluiden onder evangelicals. Zeker, die zijn er: alleen al in onze eigen kring hebben Henk de Jong en Jan Mudde een toegevender houding tegenover homoseksuele relaties bepleit dan waartoe ik geneigd ben. Naast hen zijn CGK-predikant dr. Bert Loonstra en IZB-secretaris drs. Wim Dekker te noemen en ook buiten onze grenzen zijn er evangelicals die positief staan tegenover homoseksuele relaties. Maar dat zijn ook na decennia gesprek en discussie toch uitzonderingen gebleven. Over vrijwel de volle breedte van de wereldwijde evangelikale beweging, blank en gekleurd, vernieuwend en behoudend, leeft de overtuiging, dat Gods Woord geen ruimte geeft om samenlevende homo’s ambtsdrager te laten zijn.

Op zich is dat niet beslissend. Ook rond dit thema is de meerderheid geen norm: ook de strijd tegen de slavernij en vóór de vrouwenemancipatie begon met enkelingen. Maar ik gebruikte de verwijzing naar de evangelikale wereldkerk vooral om aan te geven: besef dat je je met een keus voor homoseksueel samenlevenden in het ambt verwijdert van een groot aantal christenen en kerken waarmee je één bent in geloof en belijden, confronteer je met die breed gedeelde overtuiging (vooral met de argumenten van hen die dicht bij ons staan) en wees je ervan bewust dat een andere koers in de praktijk vaak spanning en scheuring oplevert. Dat signaal stáát wat mij betreft nog steeds.

Leer- en leefvrijheid
Blijft staan dat de tegenvoorbeelden die Marijs aanvoert, twijfelachtig zijn. De Engelse aartsbisschop Rowan Williams is een achtenswaardige broeder in de Heer, maar het is een gotspe (om dat woord van Marijs te lenen) om deze kerkleider die de verscheurde Anglicaanse gemeenschap bij elkaar probeert te houden in stelling te brengen tegen de gerenommeerde Bijbelgeleerde Tom Wright. Curieuzer nog is Marijs’ verwijzing naar de ruime homovisie van de United Church of Christ. Ja, dank je de koekoek: de UCC is met afstand een van de meest vrijzinnige (en daardoor een van de snelst krimpende) kerken van Amerika en Canada; leer- en leefvrijheid gaan er hand in hand, notoire ketters op kansel en katheder wordt geen strobreed in de weg gelegd en als eerste en een van de weinige kerken in Amerika gaat de UCC voluit voor het homohuwelijk. Geen moment zal de UCC zichzelf rekenen tot de evangelikale wereldgemeenschap en dat moeten wij dus ook maar niet doen.

En dan Jim Wallis: al decennialang een prachtig voorbeeld van een Amerikaans christen die zich niet in een verfoeilijk links/rechts-schema laat indelen en onbekommerd vanuit het Evangelie opkomt voor de bescherming van ongeboren kinderen, sociale gerechtigheid en bescherming van het milieu en strijdt tegen armoede, onderdrukking en ‘christelijke’ homofobie of erger. Tegenover de fixatie van veel Amerikaanse christenen op seksuele misdragingen hamert hij terecht op het feit dat de Bijbel vele malen vaker tegen sociale zonden dan tegen seksuele zonden waarschuwt. En in een land waarin je bijvoorbeeld in het leger wel homo mag zijn, maar dat vooral niet moet zeggen (don’t ask, don’t tell) is er alle reden om zoals Wallis op te komen voor de rechten van homo’s in het publieke leven. De door de ChristenUnie in het regeerakkoord ingebrachte homoparagraaf zou zo uit zijn pen gevloeid kunnen zijn. Maar die opstelling maakt hem nog niet tot een evangelical die met de Bijbel in de hand homoseksuele relaties legitimeert.

Luisteren?
Een tweede verwijt van Marijs is dat ik weliswaar pleit voor een gezamenlijk luisteren naar de Schrift, maar intussen al weet wat die over dit onderwerp te zeggen heeft. Hoe open is je houding in zo’n gezamenlijk gesprek dan nog? En hoe echt is dan je zoektocht naar wijsheid? Die vragen zijn terecht. Ga je – als christenen, als kerken – zo’n proces in vanuit een uitkomst die bij voorbaat vast staat? Of wil je in dat proces luisteren naar elkaar, open staan voor wat Gods Geest laat zien en je laten gezeggen door het Woord van God? In de kerk kan het gesprek nooit anders dan op die laatste manier gevoerd worden. Daarom hadden we als NGK indertijd zo’n moeite met een CGK-studiecommissie rond de vrouw in het ambt die kort door de bocht geformuleerd het klassieke standpunt vanuit de Bijbel moest onderbouwen. En daarom beleefden we het als een kostbaar geschenk dat onze eigen studiecommissie over dat onderwerp, die met stevig verschillende standpunten van start ging, via een lang en intensief proces van lezen en luisteren met een unaniem eindrapport kwam. En daarom heeft ook een gezamenlijke studie rond homoseksualiteit en ambt niet een vooraf bepaalde uitkomst.

Maar dat betekent toch niet dat de deelnemers blanco aan dat gesprek beginnen? Alsof dit het eerste gesprek en de eerste studie rond dit onderwerp is. Er is over de vraag wat het onderwijs van de Bijbel voor onze houding tegenover homoseksuele relaties betekent al veel geschreven en gestudeerd. Zelf ben ik daar de afgelopen decennia intensief doorheen gegaan. Dat leg je niet even af bij het begin van een nieuw gesprek, hoe open je dat ook wilt ingaan. En dat hoef je dus ook niet te verzwijgen.

Waar liefde woont
Zowel Leendert Marijs als Matthan Caan lijken hun norm voor de beoordeling van homoseksualiteit en homoseksuele relaties te leggen in wat ze voor ogen zien: een liefdevol homopaar, begaafde mensen, geknipt voor diaconaat en pastoraat. Wat gezien en geproefd wordt, is bepalend. Caan beschrijft indringend de mooie dingen die hij bij homo’s ziet. Zijn houding getuigt van nabijheid. Hoevelen van ons oordelen over homo’s vanaf grote afstand, op basis van beelden van de Gay Pride of Roze Zaterdag? Caan heeft bij zijn schrijven concrete mannen en vrouwen op zijn netvlies en is daarin velen tot voorbeeld. Het begint met leren kennen en met lang leren luisteren.
Maar daar stopt het toch niet? We luisteren en kijken naar elkaar. Maar we kijken en luisteren toch ook naar God. Wat heeft Hij te zeggen? Bij Caan lijkt de liefde die hij ziet en proeft, de norm. Waar liefde woont, gebiedt de Heer zijn zegen, tot in het homohuwelijk toe. Maar waar blijft de norm voor liefde? Verbindt de apostel Johannes in zijn evangelie en zijn brieven de liefde en het volgen van Gods geboden niet direct aan elkaar? De Bijbel gaat bij Caan te selectief open en het ‘in den beginne’ is pijnlijk afwezig.

Eerlijk lezen
In twee stevige artikelen heeft Job Smit aandacht gevraagd voor de culturele factor bij het bijbellezen. Kort gezegd: voor de erkenning dat er een kloof gaapt tussen hoe de Bijbelschrijvers in de cultuur van toen naar homoseksualiteit kijken en hoe velen vandaag de dag (hun) homoseksualiteit beleven.

Ik val graag zijn pleidooi bij voor zorgvuldig Bijbellezen en voor een zorgvuldige vertaalslag van de Bijbel naar onze tijd. Er is de laatste tijd vaker gepleit voor een eerlijke omgang met de Bijbel en die pleidooien blijven bij mij haken. Terecht ergerde Trouw-columniste Elma Drayer zich een paar maanden terug aan de gemakkelijke wijze waarop orthodoxe christenen zich distantieerden van pinkstervoorganger Goldschmeding die het slaan van kleine kinderen vanuit de Bijbel probeerde te legitimeren. Ze verweet hen tal van Bijbelse voorschriften (bijvoorbeeld over het zwagerhuwelijk) aan de kant te schuiven en ‘net zo selectief in de Heilige Schrift te winkelen als hun vrijzinniger tegenvoeters’ en alleen teksten die hen te pas komen (zoals over vrouwen en homo’s) ‘voor eeuwig geldig te verklaren’. Ook CGK-predikant dr. Bert Loonstra toonde zich in zijn webcolumn ongelukkig met het feit dat orthodoxe christenen het slaan van kinderen als niet-christelijk bestempelen zonder enige verantwoording van die keus. Volgens hem gaat dat afwijzende standpunt ‘overduidelijk uit boven de Bijbel’, waarin het de gewoonste zaak van de wereld is dat een vader bij de opvoeding fysiek geweld gebruikt. ‘Toch kan het in alle vrijheid worden geventileerd zonder enige vorm van protest. Ten aanzien van het slaan is het kennelijk geaccepteerd om ervan uit te gaan dat nabijbelse ontwikkelingen de beoordeling van bijbelse uitspraken beïnvloeden.’ Over homoseksuele relaties in liefde en trouw worden dergelijke gedachtegangen door velen echterniet geaccepteerd, zo heeft Loonstra zelf pijnlijk ervaren. ‘Wie het snapt mag het zeggen’, besluit hij zijn column.

Oppervlakkig
Ik ondersteun graag deze pleidooien voor een eerlijke omgang met de Bijbel. Pleidooien voor een goede hermeneutiek - want daar vragen ze in feite om - die verantwoording aflegt van de soms (schijnbaar) tegenstrijdige keuzes in de vertaalslag van de Bijbel naar onze tijd. Tweeërlei weegsteen is de Here immers een gruwel. Met Smit erken ik dat het goed exegetiseren van Bijbelteksten en het plaatsen van deze teksten in de context van hun tijd, hoe belangrijk ook, niet genoeg is voor het vormen van een oordeel over homoseksualiteit. Je zult altijd de vraag moeten stellen: Is het verschijnsel waarover de Bijbel iets zegt, hetzelfde verschijnsel als waar wij het vandaag over hebben? Die vraag moet je stellen in gesprek met christenen die (Israel = Israel!) alle Bijbelteksten waarin het over Israel gaat, direct op volk en staat anno 2009 betrekken, maar evenzeer als het over homoseksualiteit gaat. Klakkeloos of oppervlakkig Bijbellezen waarin heel snel is-gelijktekens tussen toen en nu worden gezet, doet geen recht aan het Woord van God. De weg van Bijbelwoorden naar hun betekenis voor vandaag is vaak een lange weg en niet de korte klap die we de afgelopen decennia via sommige Bijbelstudies uit evangelische kring hebben binnengehaald. Ook inzake homoseksualiteit is niet bij voorbaat beslist dat wat de Bijbel op dit punt zegt, direct toepasbaar is op vandaag.

Verschillen
Ik erken ook met Job Smit dat er verschillen zijn tussen de homoseksualiteit waar de Bijbel over spreekt en de homoseksualiteit zoals we die vandaag onder christenen tegenkomen. Dat verschil is niet dat de Bijbel homoseksualiteit alleen als perversiteit kent. Steeds meer studies over de tijd van de Bijbel maken duidelijk dat men toen wel degelijk homoseksualiteit in de vorm van oprechte, stabiele en gelijkwaardige vriendschapsrelaties kende. Het verschil zit hem er vooral in dat homoseksualiteit in de Bijbel direct verbonden wordt met collectieve uitingen van opstand tegen God en dat het perspectief op wat er in individuele homo’s en lesbiennes omgaat en op hun persoonlijke strijd ontbreekt. Daarin heeft Smit gelijk. De Kamper ethicus Ad de Bruijne liet dat al in 2002 in De Reformatie en het Nederlands Dagblad zien: in onze tijd kan de aanwezigheid van homo’s in de christelijke gemeente niet verklaard worden uit goddeloosheid. Ook mensen die zich een kind van God weten en vanuit zijn Woord willen leven, worden er vaak tegen hun wil mee geconfronteerd dat ze tot in het diepst van hun bestaan homo zijn.

Die verschillen tussen (de tijd van) de Bijbel en onze tijd wil ik graag erkennen en honoreren. En ik zal homoseksuele broeders en zusters daarom niet gauw met Genesis 19 en Leviticus 18 aan boord komen. Maar mijn erkenning van de verschillen tussen vroeger en nu brengt mij niet bij de ruimte die Smit ziet voor homoseksuele relaties. In een tweede artikel verantwoord ik die keus en reageer ik ook op het artikel van Gerard de Lange.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief