Gods berouw

2009-12-04
  • Jaargang 53
  • nummer 24
Toen de Here God zag dat koning Saul zich als een soort Achan (zie Jozua 7) vergreep aan goederen die aan Hem gewijd waren, berouwde het Hem dat Hij Saul koning gemaakt had (I Samuël 15:10). Door de eeuwen heen hebben Bijbellezers zich afgevraagd wat dat precies betekent. Als wij mensen berouw hebben, heeft dat meestal te maken met een verkeerde keuze die we maakten, of doordat dingen zich anders ontwikkelden dan we verwachtten. Maar hoe is dat bij God? Heeft Hij, toen Hij Saul uitkoos, een inschattingsfout gemaakt? Of had Hij diens tegenvallend gedrag nooit kunnen voorzien? In beide gevallen zou Gods volmaaktheid in het geding zijn. Want een volmaakte God, zo is de gedachte, laat geen steken vallen, en kan door niets of niemand verrast worden. Daarom hebben velen geconcludeerd, dat Gods berouw iets anders moet zijn dan menselijk berouw. Zij wijzen op wat verderop in I Samuël 15 staat: “… de Onveranderlijke Israëls … kent geen berouw; want Hij is geen mens dat Hij berouw zou hebben.” (vers 29, vertaling NBG 1951) Maar dat lijkt in strijd te zijn met wat in vers 10 en vers 34 staat. Calvijn en vele anderen lossen het als volgt op: met de uitdrukking ‘Gods berouw’ wordt mensvormig over God gesproken. Met andere woorden: de Bijbel past zich met zo’n uitdrukking aan ons menselijk bevattingsvermogen aan. We moeten daaruit niet afleiden dat God ook écht berouw kan hebben.

Binnen de NGP is er ruimte om het oneens te zijn met Calvijn. Ik maak de studenten warm voor modernere theologische benaderingen, die de Bijbelteksten over Gods berouw in al hun kracht laten spreken, en er tegelijk voor waken God te menselijk voor te stellen. Het aardige is, dat ik dan kan verwijzen naar onze eigen Nederlands Gereformeerde traditie. Want vijftig jaar geleden al werd met gefronste wenkbrauwen naar Calvijns oplossing gekeken. Ik doel op een artikelenserie van de begaafde predikant G. Visee, opgenomen in de verzamelbundel Onderwezen in het Koninkrijk der hemelen. In dit verband is ook de waarschuwing van A. Janse terzake, om het Bijbelse spreken over de levende God niet te laten overwoekeren door dogmatische systematisering. Mijn voorganger, wijlen drs. Henk Smit, heeft in zijn helaas ongepubliceerde doctoraalscriptie de argumentatie van Visee en anderen doorgelicht. Zelf denk ik dat we er niet aan ontkomen nog grondiger kritiek te oefenen op de traditionele gereformeerde dogmatiek dan in onze traditie gedaan is. Maar ere wie ere toekomt: dat we binnen de NGP plezier hebben in theologische vernieuwing, hebben we te danken aan vorige generaties Schriftgeleerden. Met hun pleidooi om aan het levende spreken van de Heilige Schrift over Gods berouw recht te doen, hebben zij de identiteit van de NGP mede gestempeld.

Dr. Ad van der Dussen is kerndocent systematische theologie bij de NGP en predikant van de NGK Eindhoven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief