Waar was het allemaal goed voor?

2009-12-04
  • Jaargang 53
  • nummer 24
Het was een ontroerend schouwspel. De IKON-documentaire ‘Laatste missie’ over de missionarissen van Scheut. Als jongens van twaalf waren ze door hun ouders 'afgegeven' aan het Seminarie van Scheut (België). Na tien jaar studie vertrokken ze naar landen als Haïti, Kongo en Indonesië.

Om de drie jaar kwamen ze een paar maanden terug in Scheut. Dan was het eerste loopje vaak naar de begraafplaats. Die werd steeds voller. Elke rij meer naar voren betekende dat opnieuw een aantal missionarissen was overleden.

Pensioen
Na ongeveer vijftig jaar werden ze gepensioneerd. Ze kregen een kleine kamer in het klooster van Scheut en daar pasten al hun bezittingen in. Meer hadden ze niet nodig. Ze geloofden ook dat de kerk hun trouw zou blijven. Dat ze in hún omgeving oud zouden mogen worden. Maar er moest worden bezuinigd. De gebouwen werden gesloten. De oudste bewoner kon het niet geloven. Hij wilde niet vertrekken. Tot zijn dood zou hij in Scheut blijven. Dat had hij beloofd. En ze hadden het hem beloofd.

Onze tijd
En dan onze tijd..... ‘Vroeger werd je als priester op handen gedragen. Nu willen ze je het liefste kwijt.’ Dat is het gevoel van deze oude missionarissen. Als je bij je familie op bezoek bent, merk je dat die helemaal niet meer gewend is naar de kerk te gaan. Was er vroeger in elk dorp elke dag een mis, nu moet je in de krant zoeken naar een plek waar je naar de kerk kunt. Alsof Nederland van nu het Kongo van vroeger is, zei één van de missionarissen.
Het is geen somber en mopperig portret over hoogbejaarde missionarissen. De documentaire schetst een mild beeld van mensen die zich meer thuis zijn gaan voelen in een ander land en voor wie Nederland eigenlijk een vreemd land is geworden. Daarom hadden ze hun eigen basis, hun Sparrendaal, zo hard nodig.

Waar was het allemaal goed voor?
Ontroerend is het portret van één van de bewoners op zijn sterfbed. Hij vraagt zich af wat die halve eeuw ploeteren in Kongo voor zin heeft gehad. De mensen zijn er nu nog slechter aan toe als toen de missionarissen daar aan het werk gingen.
Dat is een vraag die wij onszelf ook kunnen stellen in bijvoorbeeld het pastoraat. Er is vol idealisme gewerkt aan de opbouw van een gemeente. Na vijftig jaar wordt die gemeente wegens gebrek aan leden opgeheven. Het kerkgebouw wordt gesloten. Waar was dat allemaal goed voor? Op die vraag zijn (minstens) twee antwoorden mogelijk.
Het eerste antwoord is, dat God ons niet vraagt naar de uitkomst van ons werk. De focus op het resultaat past bij het Amerikaanse vooruitgangsgeloof. Je bent pas goed bezig als je gemeente twintig procent per jaar groeit. Maar groei kan ook tot uiting komen in een kleiner wordende gemeente, waarvan de leden steeds dichter bij Jezus leven.
God vraagt ons niet naar de oogst van ons werk. Hij vraagt ons of we hebben gedaan wat van ons werd gevraagd.

En als geen kerk was geweest?
Het tweede antwoord is: en als de gemeente er nu eens niet was geweest? Als jij je nu eens niet had ingezet? Hoeveel mensen zijn bemoedigd door jouw woorden? Hoeveel mensen heb je hulp kunnen verlenen? Misschien zijn die mensen al lang overleden. Of ze zijn verhuisd naar een andere gemeente, waar die leden opnieuw tot een zegen kunnen zijn.
Die missionaris heeft niet voor niets in Kongo geploeterd. Zelfs als de situatie er nu slechter is als toen hij begon. Hij heeft gewerkt in de wijngaard van de Heer. Dat blijft niet onopgemerkt.

Henk Algra is lid van de CGK/NGK Alkmaar.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief