Muziekteams in de kerk laten zich trainen
2009-12-04
EMMELOORD - In veel Nederlands Gereformeerde Kerken verschuift de aandacht van orgel naar muziekteam of een combinatie van beide. En dat roept her en der vragen op. Musicus Bart Visser uit de NGK Houten probeert door middel van trainingen antwoorden te geven. ‘Een enthousiaste groep mensen is er vaak wel, maar over de rest wordt niet goed nagedacht.’- Jaargang 53
- nummer 24
Visser werkt twee dagen in de week als staflid muziek in de NGK Houten. Verder is hij voor één dag per week betrokken bij New Wine. In die functie geeft hij trainingsdagen over zang en muziek in de kerkdienst. Dat doet hij bij diverse gemeenten: naast NGK’s bijvoorbeeld ook baptistengemeenten, evangeliegemeenten en PKN-gemeenten.
Visser – musicus van beroep – begon zo’n vijf jaar geleden met het geven van trainingen, maar lange tijd deed hij dat op ad hoc-basis. Pas toen hij ruim een jaar geleden in dienst kwam van New Wine, begon hij de trainingen op regelmatige basis te geven. Zo heeft hij er in 2009 al veertien opzitten, onder meer in de NGK’s van Nieuwegein, Groningen, Hoorn, Apeldoorn en Emmeloord.
‘Ik weet niet of het representatief is, maar ik zie overal dezelfde beweging’, zegt Visser. ‘Veel kerken zitten in een fase waarin ze van orgel naar muziekteam plus orgel of alleen muziekteam gaan. Er ontstaan muziekteampjes van best hoge kwaliteit. In het begin spelen die één keer in de maand of bij bijzondere diensten, maar langzamerhand wordt dat steeds vaker.’
Visser heeft het gevoel dat veel gemeenten hier momenteel mee bezig zijn. ‘Dat is tenminste wat ik overal om me heen hoor en zie. Het onderwerp levert veel vragen op. Het gaat dan om praktische vragen als: hoe speel je op een goede manier samen en hoe zorg je dat mensen goed meezingen? En ook organisatorische vragen: hoe vind ik muzikanten en hoe werk je goed samen met de predikant? Verder zijn er inhoudelijke vragen: wat kun je in de Bijbel vinden over muziek in de kerk? Oftewel: waar zijn we mee bezig?’
Met name de organisatie laat vaak nog te wensen over, meent Visser. ‘Het begint vaak met een enthousiaste groep mensen, maar over de rest wordt niet goed nagedacht.’
Met z’n allen Visser geeft zijn training meestal op een zaterdag. De morgen besteedt hij aan inhoudelijke zaken. Er wordt nagedacht over de plaats van zang en muziek in de gemeente en in de Bijbel en over wat goed begeleiden is. Het middagprogramma is een praktisch gebeuren. Dan kunnen de gemeenteleden muziek maken en geeft Visser aanwijzingen.
Hoewel het vooral de musicerende gemeenteleden zijn die op de training afkomen, zou het nuttig zijn voor heel de gemeente, denkt Cootje Kruisselbrink van de NGK Emmeloord. Haar gemeente onderging in september een training van Visser. ‘Zeker de ochtend is voor iedereen heel waardevol. Het gaat dan om dingen als de kracht van een lied en hoe liederen elkaar kunnen versterken.’
Het betrekken van de hele gemeente bij zo’n trainingsdag voorkomt ook dat een klein groepje enthousiastelingen met zevenmijlslaarzen op de gemeente uitloopt, meent Jan-Willem Dekker van de NGK Kampen. Hij zit in de commissie die in januari 2010 een training van Visser organiseert. ‘Mensen krijgen al snel het gevoel dat een klein clubje snel vooruit wil. De bewustwording van de plaats van zang en muziek in de dienst kun je daarom beter met z’n allen meemaken. Tegen mensen die geen instrument spelen of niet kunnen zingen moet je niet zeggen dat ze op zo’n dag niets te zoeken hebben.’
Dekker vindt het verder ook belangrijk om samen als gemeente zang en muziek tegen Bijbels licht te houden. ‘Muziek en zang nemen in de Bijbel een voorname plaats in. Kijk alleen al naar het psalmboek. Het is een belangrijk aspect van het christelijk geloof. Daarom moeten we ons afvragen: hoe staat het er bij ons voor?’
Naast betrokkenheid van de gemeente is ook betrokkenheid van de predikant gewenst. ‘In mijn trainingen was de predikant er voorheen meestal niet bij, maar de laatste tijd gebeurt dat vaker’, zegt Visser. ‘Het is fijn als de predikant aanwezig is, want veel vragen gaan over de samenwerking met hem. Zo zie je steeds vaker dat muziekgroepen zelf verantwoordelijkheid krijgen voor de keuze van liederen. Dan moet er goed gecommuniceerd worden met de predikant. Wat wil hij met de dienst? Wat is zijn thema?’
Visser adviseert ook wel eens rechtstreeks predikanten. ‘Die willen dan weten hoe je een muziekteam van de grond krijgt, omdat ze daar graag gebruik van willen maken in hun liturgie. Dan pak je het dus van een andere kant aan.’
Taart Eén vraag krijgt Visser heel vaak voorgeschoteld: hoe begeleiden we goed? Allereerst denkt hij dat het van groot belang is, dat er één of twee mensen zijn die weten hoe een muziekteam werkt. ‘Als die er niet zijn, heb je een probleem. Dan zijn er misschien wel goede musici, maar is er geen organisatie.’
Verder moet er voor een goede begeleiding uiteraard goed samengespeeld worden. Discussies tussen het kamp Organist en het kamp Opwekking gaat Visser daarbij niet uit de weg. ‘Maar ik wil de discussie graag sámen voeren. Ik heb er een hekel aan wanneer een muziekteam alle Opwekkingnummers speelt en de organist alles uit het Liedboek. Ik wil graag zorgen dat ze samen gaan spelen, dat ze bruggen bouwen.’
Dat vraagt wel offers. ‘Een organist is bijvoorbeeld gewend om in z’n eentje te spelen’, illustreert Visser. ‘Op die momenten speelt hij natuurlijk zo vol mogelijk. Maar wanneer hij samen met een muziekteam speelt, moet hij een kleinere partij gaan spelen. Hij kan bijvoorbeeld de baspartij overlaten aan de basgitaar.’
Voor Cootje Kruisselbrink waren Visser’s tips over het samenspel het onthouden waard. ‘Je kiest niet voor die stijl óf die stijl, je moet samen bezig zijn. Een organist is gewend de hele taart te hebben, maar als je samenspeelt moet je stukjes weggeven.’
Professionaliseren De reacties die Visser na zijn trainingen krijgt, zijn over het algemeen erg positief. ‘Ik vraag me wel af wat voor effect het heeft op de lange termijn’, zegt hij. ‘Dat is moeilijk te checken, maar daar is het me wel om te doen. Er zit natuurlijk veel doorloop bij de mensen die met muziek bezig zijn in de gemeente, dus dan stroomt de ervaring weer weg.’
In Emmeloord zijn in elk geval nog geen vervolgstappen ondernomen. ‘We hebben wel direct gezegd dat we vaker iets samen willen doen’, zegt Kruisselbrink. ‘Maar het was ook niet echt ons oogmerk om het allemaal anders te gaan doen. Het ging meer om het ondersteunen van de mensen die met zang en muziek bezig zijn.’
Om te waarborgen dat zijn trainingen niet beperkt houdbaar zijn, is Visser bezig een team om zich heen te verzamelen van andere musici die trainingen kunnen geven. Op die manier hoeft zijn eigen volle agenda geen sta-in-de-weg meer te zijn om langere trajecten in een gemeente te beginnen.
In Kampen hoopt men dat de training in januari structureel effect zal hebben. ‘We hopen op een follow-up zoals de oprichting van een vast combo of zelfs meerdere’, zegt Dekker. ‘Ook zouden we willen professionaliseren. Het moet niet zo zijn dat het wel goed zit als je toevallig een instrument speelt.’
Maar het is afwachten hoe de gemeente reageert, erkent Dekker. ‘Het is bekend dat de kleine groep sneller wil dan de grote. Daarom moeten we het gemeentebreed aanpakken en goed op elkaar letten. In elk geval is er veel terrein te verkennen. Je kunt niet alle muziek in een potje gooien en roeren maar. Het vraagt opbouw en samenhang.’
Op de website van New Wine (www.new-wine.nl)is uitgebreide informatie te vinden over de trainingen van Bart Visser.