Zoveel hoofden...

2001-05-11
  • Jaargang 45
  • nummer 10
Ik zat op de lagere school (die naam geeft al aan hoe lang dat geleden is,) toen bij ons in de kerk voorzichtig begonnen werd met het zingen van de nieuwe berijming. Ik vond het in mijn argeloosheid wel leuk dat we nu in de kerk soms de psalmen zongen op de manier waarop ik ze op school leerde. Dat het moderner taalgebruik was viel mij amper op. Het was nog steeds niet spreektaal, maar dat vond ik niet erg. Zingen over God, daar hoorde een speciaal sfeertje bij, dus ook plechtige woorden. Het maakte wel diepe indruk op mij als ik zag hoe sommige mensen bij de deur van de kerkzaal rechtsomkeert maakten als er een N op het psalmbord stond.
Later beperkten ze zich tot het nietmeezingen van de desbetreffende liederen.
Ik kan mij ook nog een gemeentevergadering herinneren. Waarschijnlijk zat ik toen op de MAVO, die inmiddels VMBO heet. Omdat het zingen van de nieuwe berijming inmiddels een grotere plaats in de dienst had ingenomen dan de oude, kwam er een voorstel. Niet meer een N achter de nieuwe, maar een O achter de oude psalmen zetten. Als puber kon ik mij verbazen over de felheid waarmee dit plan bestreden werd. Het zou het eind betekenen van het zingen van de oude berijming. Jaren later werden de liederen uit het liedboek voorzichtig geïntroduceerd.
Vóór het votum of na de zegen, dus niet officieel in de dienst.
Inmiddels zingen we in onze huidige gemeente het liedboek van voor naar achter, kinderliedjes van Elly en Rikkert en opwekkingsliederen. En soms ook een psalm oude berijming. Niet iedereen kan zich er in vinden. Al dat moderne gedoe… Mijzelf spreekt het wel aan. Want als we in één dienst zingen van het hijgend hert, van de moede hinde en ‘als een hert, dat verlangt naar water’, wordt ik er zo heel duidelijk bij bepaald dat wát er ook verandert, God dezelfde is en blijft voor alle geslachten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief