Nieuwe Bijbelvertaling onderweg
2001-05-11
Sinds 1993 werken de Katholieke Bijbelstichting en het Nederlands Bijbelgenootschap aan een nieuwe bijbelvertaling voor het Nederlands taalgebied. U heeft al kennis kunnen maken met enkele deeluitgaven van deze Nieuwe Bijbelvertaling want in oktober 1998 verscheen Werk in uitvoering 1 met de bijbelboeken Ester, Prediker, Jona, Judit en Handelingen, gevolgd door Werk in uitvoering 2 in 2000 met Genesis, 31 Psalmen, Zacharia, Tobit, Marcus, 1 Korintiërs en Openbaring.- Jaargang 45
- nummer 10
De vertalers werken hard en nog altijd even enthousiast aan de vertaling van de overige bijbelboeken. Het lezerspubliek - u dus ook - is bij de verschijning van de deeluitgaven van harte uitgenodigd om haar mening te geven over de Nieuwe Bijbelvertaling. Vele lezers maakten gebruik van deze gelegenheid en stuurden een reactie per brief of e-mail of lieten telefonisch van zich horen.
Alle reacties worden in een bestand opgeslagen en meegenomen in de overwegingen bij de uiteindelijke versie van de Nieuwe Bijbelvertaling. In de NBV Informatiebrochure 11 Tegen het licht gehouden vindt u een bespreking van de reacties na het verschijnen van de deeluitgaven. Er is waardering voor het project in het geheel. Dikwijls valt de leesbaarheid van de gedeelten van de vertaling op. Termen als ‘helder’, ‘toegankelijk’ en ‘aan diepte gewonnen’ worden nogal eens geuit. Natuurlijk is er ook kritiek. De een vindt het Nederlands van de vertaling onnodig moeilijk en ouderwets; de ander meent juist dat het woord- en taalgebruik te modern is voor een bijbelvertaling.
Tegelijkertijd met de deeluitgaven is ook de Paralleleditie Statenvertaling/ Nieuwe Bijbelvertaling verschenen.
Het streven is om het gehele vertaalproject in 2004 af te ronden.
Waarom een nieuwe vertaling?
De aanleiding om over een nieuwe bijbelvertaling na te denken was de gevoelde noodzaak om op den duur de Nieuwe Vertaling uit 1951 te vervangen. De taal van deze vertaling was verouderd, tenslotte begon men al in het begin van de 20ste eeuw aan deze 1951-vertaling te werken. Een revisie zou niet voldoende zijn.
Bovendien bood het maken van een nieuwe vertaling de gelegenheid om nieuwe inzichten in de vertaal- en bijbelwetenschap in te zetten voor het vertaalwerk. De protestantse kerken en de Rooms-Katholieke Kerk vonden een gemeenschappelijke, interconfessionele bijbelvertaling belangrijk. En ook de joodse gemeenschap heeft belangstelling voor een nieuwe vertaling van het Oude Testament, de Tenach. Hoewel in de meeste West-Europese landen al een gemeenschappelijke bijbelvertaling is (zoals in Frankrijk en Zweden), zijn in Nederland alleen de Groot Nieuws Bijbel en de Friese Bijbel interconfessioneel van opzet.
Doelstellingen
Wat hebben de bijbelorganisaties voor ogen met deze interconfessionele, nieuwe vertaling?
Allereerst is deze vertaling bedoeld voor het hele Nederlandse taalgebied, dus inclusief Vlaanderen. Ten tweede moet de vertaling breed bruikbaar zijn: in de liturgie, maar ook voor gezamenlijke en persoonlijke lezing thuis en op school. De voorleesbaarheid van de tekst heeft dan ook speciale aandacht in het project, evenals de kenmerken van de diverse tekstgenres, zoals poëzie. Het taalgebruik van de vertaling zal eigentijds, maar niet populair zijn. De NBV moet een vertaling worden uit de brontekst in de taal van de lezers en de gebruikers aan het begin van de 21ste eeuw. De Nieuwe Bijbelvertaling zal haar plek vinden als standaardvertaling van de Bijbel in de Nederlandse cultuur in de komende decennia naast andere bijbelvertalingen. Hoewel wij nu nog spreken over Nieuwe Bijbelvertaling, zal over de definitieve naam voor de vertaling nog besloten worden.
Werkwijze
Het Nederlands Bijbelgenootschap (NBG) en de Katholieke Bijbelstichting (KBS) werken samen aan de NBV. Het NBG voert het vertaalproject uit. Daarnaast is er overleg met de Vlaamse Bijbelstichting en het Vlaams Bijbelgenootschap. De vertalers van het project maken een vertaling van de bijbelboeken in vertaalkoppels. Elk vertaalkoppel bestaat uit een brontekstkenner (oudof nieuwtestamenticus, hebraïcus of graecus) en een neerlandicus/vertaal wetenschapper.
De vertaalde tekst kent verschillende fasen of versies (V0 t/m V6). De brontekstkenner analyseert de brontekst (V0) en levert een werkvertaling (V1). De neerlandicus maakt op basis hiervan een vertaling in natuurlijk Nederlands (V2). In gezamenlijk overleg stelt het vertaalkoppel deze vertaling bij (V3).
Dit resulteert in een versie die wordt voorgelegd aan twee reviewers, eveneens leden van het vertaalteam, en aan twee leden van het coördinatieteam (V4). Daarna wordt de voorlopige vertaling ter beoordeling voorgelegd aan supervisoren (‘meelezers’), literatoren en lezerspanels (V5).
Uiteindelijk stelt de begeleidingscommissie, mede op grond van de binnengekomen reacties, de eindvertalingen vast (V6). Niet alleen voor de vertalers, maar ook voor supervisoren en leden van de BC geldt dat zij afkomstig zijn uit meer dan twintig kerken en geloofsgemeenschappen in Nederland en Vlaanderen.
Vanuit de Nederlands Gereformeerde Kerken is ds. J.H. Veefkind, emeritus predikant uit Amersfoort als supervisor bij het vertaalproject betrokken.
Beslissingen
In dit stadium van het vertaalproject moeten allerlei beslissingen genomen worden. Bijvoorbeeld over het gebruik van hoofdletters in de NBV. De NBV gebruikt geen hoofdletters in voornaamwoorden die naar God of Jezus verwijzen (de zogenaamde eerbiedskapitaal). Hiermee wordt aangesloten op een tendens tot soberheid in hoofdlettergebruik in het Nederlands. Toch zijn er ook argumenten om wel een hoofdletter te gebruiken: om eerbied voor God uit te drukken (bv. ‘Erkent, dat de HEER God is; Hij heeft ons gemaakt, en Hem behoren wij toe …Ps. 100:3) en om duidelijk te maken of een voornaamwoord naar God of naar een mens verwijst. Zal de NBV het huidige gebruik handhaven?
Over een belangrijke vertaalkwestie is op 16 februari jl. een besluit genomen.
Het betreft de weergave van de Hebreeuwse Godsnaam. In de NBV wordt deze Godsnaam weergegeven met HEER. De besturen van KBS en NBG hebben zich over deze kwestie gebogen en hebben - na een langdurig proces van wikken en wegen - gekozen voor deze weergave. Dit besluit is het enige bestuurlijke besluit binnen de NBV: alle overige beslissingen worden genomen door de begeleidingscommissie.
Men is zich ervan bewust dat de keuze voor de weergave met HEER verantwoord en toegelicht moet worden.
Dat zal op velerlei manieren in de uiteindelijke uitgave van de NBV ook gebeuren.
Drs Mirjam Vermeij is als Communicatiespecialist Vertalen medewerkster van het Nederlands Bijbelgenootschap te Haarlem.
| De NBV Informatiebrochures informeren u over de ontwikkelingen in het vertaalproject. De NBV informatiebrochure 11 ‘Tegen het licht gehouden’ behandelt de reacties en de voortgaande discussie na de verschijning van Werk in uitvoering 1. Brochure 13, ‘De weergave van de Godsnaam’ geeft een verslag van het besluitvormingsproces van de besturen. Er is ook een boeiende video over de Nieuwe Bijbelvertaling (ca. 15 min.) te huur (fl. 15,=) of te koop (fl. 45,=). Een tweede deel verschijnt in het najaar van 2001. Verder wordt in het (gratis) kwartaalblad voor bijbelvertalen Met Andere Woorden geregeld aandacht besteed aan het vertaalwerk van de NBV. Voor aanvraag van de brochures of video en voor verdere informatie kunt u contact opnemen met de Afdeling Communicatie, tel. (023) 514 61 76, Postbus 620, 2300 RP Haarlem. Kijk ook op de website van het NBG: www.bijbelgenootschap.nl |