Zorgvuldigheid tot voor de Rechterstoel

2000-02-18
  • Jaargang 44
  • nummer 4
,,Ik ken 'm niet uit mijn hoofd. Net zomin als de wetsartikelen. Ik weet de elementen, maar kan de tekst niet letterlijk citeren.
Sommige mensen denken dat ik hun dossier uit mijn hoofd ken, maar dat is niet zo. Ik kan wel heel goed nauwkeurig weergeven wat er is gezegd, maar als een zaak eenmaal is gesloten ben ik ook dat na een paar dagen weer kwijt. In tegenstelling tot deze tekst: die is gebleven.
Vanaf het moment dat hij onder mijn aandacht werd gebracht. Josafat herstelt de orde in het land en stelt de rechterlijke macht aan. Daarbij legt hij een duidelijke verbinding met de Opdrachtgever van de rechters. Ik kreeg de tekst van een ouder gemeentelid toen ik rechter werd.
Het was de eerste confrontatie: in een paar regels een richtlijn voor hoe je in dit werk zou moeten staan. Je spreekt recht voor God en niet voor mensen. Ik denk dat iedere christen zich van die positie bewust moet zijn. Maar het is indringend als het persoonlijk tegen je wordt gezegd.
Alleen al omdat je als rechter toch nog een bepaalde status hebt.
Mensen kijken tegen je op en deze tekst bepaalt je er dan weer even bij dat het niet gaat om de mening van de mensen.
Maar dat je je bewust moet zijn van je verantwoordelijkheid aan God, de hoogste Rechter.
Tegelijkertijd zit er ook iets geruststellends in: God kijkt over je schouder mee. Je kunt je moeiten op Hem afwentelen en je kunt bij Hem kracht en inspiratie zoeken. En dat is wel eens nodig. Je krijgt soms hele zware zaken waarin een uitspraak van je wordt verwacht: euthanasie waarbij het de vraag is of het 'medisch' handelen van de arts moord is of niet. Je moet het goed en zorgvuldig doen en proberen om zonder aanzien des persoons duidelijkheid te scheppen in de hoeveelheid argumenten en feiten. Je kunt niet zomaar iemand veroordelen of vrijspreken. De mensen die daar zitten, voelen zich niet alleen afhankelijk en kwetsbaar, ze zijn het ook. Voor veel van hen zal dit hoe dan ook een keerpunt in hun leven zijn. Als ik me daar niet bewust van ben, als ik op de automatische piloot rechtspreek, beschadig ik de ander. Het is goed om je dat te realiseren.
En dat doe je des te meer als je bedenkt dat je ooit zelf eens voor de Rechterstoel zult komen te staan. Dat is eigenlijk nog een dimensie van deze tekst: Iedere mens zal een keer verantwoording moeten afleggen.
Het helpt me om me te verplaatsen in de ander die een grote fout heeft gemaakt, en helemaal als hij daar spijt van heeft. Of omgekeerd, in degene die ten onrechte van incest wordt beschuldigd en de machteloosheid die hij moet voelen omdat hij zijn onschuld moet bewijzen.
Het stimuleert me om nog zorgvuldiger te werken.
Maar soms zijn er momenten dat je weet dat je de waarheid niet boven tafel krijgt. Ook daar moet je mee leren omgaan. Net zoals met het feit dat je na een hele dag van zittingen en gesprekken weet dat je bepaalde dingen beter anders had kunnen doen of had kunnen zeggen. Je moet je menselijke beperkingen onder ogen durven zien: in je omgang met anderen, maar ook in het bestrijden van onrecht.
Want er is uiteindelijk een Rechter die weet hoe het écht zit; die de zaak wel helemaal kent en recht zal doen daar waar ik dat niet meer kan.
Maar natuurlijk blijft het knagen als je als aardse rechter het bewijs niet rondkrijgt, terwijl je weet dat het slachtoffer in de zaal zit....''

Leendert Verheij (48) is coördinerend vice-president en voorzitter van de strafsector van de rechtbank in Den Haag. Hij woont in Voorburg en is lid van de Nederlands Gereformeerde Kerk in Rijswijk.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief