Van Zwart Nazareth tot Harroes genietsalon
2000-02-18
'Bij veel van wat ik schrijf, voel ik me een jongen die naar een toneelstuk zit te kijken en niet de verleiding kan weerstaan om tegen zijn helden te roepen: 'Kijk uit, achter je!' Geert Mak maakt ons deelgenoot van deze reactie als de geschiedenis van zijn voorgeslacht de Tweede Wereldoorlog nadert. Dit gevoel kan ons ook bekruipen bij de andere ontwikkelingen in de twintigste eeuw die het gereformeerde gezin Mak ondergaat.- Jaargang 44
- nummer 4
Maks kroniek brengt orde in de turbulente gebeurtenissen van de afgelopen honderd jaar, maant ons tot een voorzichtig oordeel en spoort ons aan met open ogen in onze eigen tijd te staan.
Herkenbaar
Met een beproefd concept, het persoonlijke en unieke vervlechten met het algemene, heeft Mak weer een uitstekend boek toegevoegd aan zijn reeks waarin ook Hoe God verdween uit Jorwerd en Een kleine geschiedenis van Amsterdam horen. De familie Mak die als rode draad fungeert om de geschiedenis van de twintigste eeuw te vertellen, leent zich er uitstekend voor. De leden van het geslacht Mak behoorden als ondernemende zeilmakers in Schiedam tot de middenstand, konden zich een goede opleiding veroorloven, waren intelligent en meelevend, brachten de jaren dertig in Nederlands Indië door en ondergingen de dramatiek van de Tweede Wereldoorlog, ze hadden goede banden met voldoende onderling verschillen om het unieke van dit specifieke gezin te verbreden.
Bovendien heeft de familie veel bronnen nagelaten, onder andere een koffer vol ansichtkaarten die de locaties en contacten aangeven, bijna dagelijkse brieven uit de koloniën, dagboeken en ooggetuigen. Aan deze gelukkige combinatie ontleent het boek zijn herkenbaarheid met de daarbij behorende aantrekkingskracht: welke familie beklom niet die economische ladder na de oorlog?
Iedereen kent wel Indiëgangers, oorlogsverhalen, anekdotes over de brave jaren vijftig en de culturele revolutie van de jaren zestig. Voor gereformeerden is dit boek nog extra aantrekkelijk omdat ze er een hoofdrol in spelen, te beginnen bij de worsteling van een oude oma met haar uitverkiezing, waardoor de bevindelijke wereld van de Afgescheidenen en de slagvaardiger en activistischer aard van de Dolerenden bij elkaar komen, voortgezet in de dilemma's van een jong gereformeerd theoloog die partij moet kiezen in de kwestie Geelkerken over de sprekende slang,1) tot de effecten van de emancipatie van de gereformeerden waardoor weerstand geboden moet worden aan de verleiding van de wereldgelijkvormigheid en tot slot, de verwijdering van de jongeren van de traditie. In welk gezin speelden deze ontwikkelingen niet?
Van Schiedam naar Birma
Vader Mak werd in 1899 geboren in Zwart Nazareth, het Schiedam vol armoede en jenever, in een hardwerkend zeilmakersgezin.
Hij studeerde aan de VU, waar hij de eerste perikelen meemaakte van de gereformeerden die zich niet meer afzijdig wilden houden van de wereld. Hij werd predikant in Brielle, trouwde een meisje uit een liberaal-burgerlijk milieu, dat dankzij de Nederlands Christelijke Studenten Vereniging meer diepgang in het geloof zocht en vond. Hij nam vervolgens een beroep aan van de gereformeerde kerk van Melan op Oost-Sumatra, waar hij de jaren dertig met veel plezier zou doormaken, zonder zich bewust te zijn van de aanstaande wereldbrand en het opkomend nationalisme.
In de oorlogsjaren werd het gezin uiteengerukt doordat de kinderen in Nederland op school zaten, de vrouw en de kleintjes in een Jappenkamp opgesloten werden en vader Mak als aalmoezenier aan de Birmaspoorlijn moest werken.
Voor alle betrokkenen heeft die ervaring diep in hun leven ingegrepen.
Ze reageerden verschillend op de hervatting van het 'gewone leven', vooral de kinderen hadden het automatisch respect voor volwassenen verloren en de realiteit van de dood maakte hen soms onwennig in het leven.
Na de oorlog werd ds Mak evangelisatie- en ziekenhuispredikant te Leeuwarden. De Vrijmaking kwam voor hem als verrassing en hij bleef in de Gereformeerde Kerken en verwerkte zijn ervaringen door continue te werken.
Zijn kinderen ondergingen volop de roes van de jaren zestig en zijn kleinkinderen laten een bonte mengeling van levensstijlen en overtuigingen zien.
Een tweede wereld
'Het geloof was als een tweede wereld waarin ze leefden', verklaart de niet-meer-gereformeerde Geert Mak de levenswereld aan de lezer van nu.
Uit zijn liefdevolle, respectvolle, maar ook bij tijden vlijmscherpe beschrijving komt de leefwereld van de gereformeerden redelijk uit de verf. Wat dat betreft wordt de zin op de achterflap 'Wat bezielde die merkwaardige emancipatiebeweging van de gereformeerde mannenbroeders?' gelogenstraft: het is geen verhandeling over een starre, fossiele eigenaardigheid van de gereformeerde soort, maar een evenwichtige analyse van de kracht en zwakte van de gereformeerde subcultuur in de vorm van een betrokken familiekroniek.
De overbekende cliché van de gereformeerde betweter wordt gecompenseerd door de zoekers, de worstelaars, de authentieke vromen die leren 'stille tijd' te houden en tegen de stroom in durven te zwemmen. Naast de verbazing over het feit dat de gereformeerde predikanten zich in Indië vol energie inzetten voor de handhaving van de zondagsrust, nog niet eens voor het plantagepersoneel, maar om de blanke planters bij de kerk te houden, terwijl het opkomend nationalisme overal oprukt, is er de bewondering voor de kracht die het geloof bood en aanspoorde tot een zelfopoffering.
Sympathiek is de houding van de schrijver die zich wel verbijsterd afvraagt hoe orthodoxe gereformeerden verblind konden zijn door het oriëntalisme, een term waarmee de houding getypeerd wordt van westerlingen die de oosterse wereld alleen als een inferieure tegenhanger van hun eigen wereld konden zien. De grootste angst van moeder Mak was dat haar kinderen inheems gedrag zouden gaan vertonen.
Intussen leefden de meeste Europeanen als prinsen op kosten van de inlanders. De schrijver vraagt zich hier, maar vooral ook in zijn beschrijving van de oorlogsperiode, hardop af wat hij in dezelfde situatie had gedaan, of hij ook niet aan die tijdgeest ten prooi was gevallen.
Toch verstaat de zoon de eerdere generatie niet in alles: hij heeft te weinig aangevoeld dat de gereformeerde zede bijv. niet een controlemiddel van de geestelijkheid was, maar een gevolg van de levensbeschouwing, waarover trouwens volop discussie was, o.a. aan de VU. Hiermee vertegenwoordigt de schrijver meer de ideeën van zijn eigen generatie dan de beleving van de vorige.
Naarmate het boek de huidige tijd nadert, waarin de maatschappelijke ontwikkelingen sneller verlopen, wordt het overzicht beknopter. De geschiedenis van de fami lie helpt ons te verstaan wat de grootste veranderingen van de eeuw voor de gemiddelde Nederlander waren.
Balans
Geert Mak slaagt er uitstekend in om de afbrokkeling van de standenmaatschappij en de teloorgang van vanzelfsprekende ordeningen van voor de Eerste Wereldoorlog te beschrijven, maar ook de verandering in kleur, geur en smaak.
Het dagelijks leven veranderde ingrijpend door de technische mogelijkheden van licht en energie, medische zorg en voeding, die ertoe leiden dat de (meeste) mensen er een derde leven bij kregen, zoals Mak kernachtig schrijft (op pag. 489).
Als aanduiding van de fundamentele veranderingen had het boek misschien beter 'de eeuw van mijn moeder' kunnen heten, omdat er voor vrouwen meer veranderde dan voor mannen. De relatief nieuwe scheiding tussen kostwinner en huisvrouw werd weer ongedaan gemaakt toen de vrouw steeds minder afhankelijk werd van de man, juridisch, economisch en sexueel.
De groei van de welvaart na de Tweede Wereldoorlog leek rust te brengen ('het land dobbert rijk en roerloos op een spiegelgladde zee,' 492), maar ondertussen groeiden de tegenstellingen, de apartheid van rijke en arme wijken, de zelfbescherming, het individualisme en de daarbij behorende heilige keuzevrijheid.
In vergelijking met deze inventarisatie boort Balans van een eeuw 2) een diepere laag aan: de bron van onze moraal verschoof van boven naar beneden, van privaat naar publiek: wat goed is voor de staat of de markt is daarmee moreel gerechtvaardigd.
De onbewuste ontworsteling aan het beperkende keurslijf van de groep die zich in de twintigste eeuw voltrok, heeft ook de weg gebaand om de moraal te laten bepalen door het uitvergrote eigenbelang.
Andere bronnen voor ethiek drogen op met als gevolg dat de consumentencultuur ons hoogstwaarschijnlijk in nieuwe globale conflicten stort.
Ook voor ons kan gelden: 'Kijk uit, achter je.' Ook Mak erkent: 'De betere mens, dat zijn we niet geworden.'(484). Het geluksgevoel blijkt onafhankelijk te zijn van onze consumptiecultuur (Harroes genietsalon) en die kennis werkt heilzaam ontnuchterend.
Dat calvinisme toch!
Bij alle moois dat dit boek biedt, valt de auteur aan het slot toch weer in platte stereotypering die het calvinisme de schuld van al onze Nederlandse ondeugden (betweterigheid, schijnheiligheid, blindheid voor falen) in de voeten schuift. Bij alle verbrokkeling in onze pluralistische samenleving bleef één geloof overeind staan, volgens de auteur, het gevoel dat we Nederlander zijn, met als kenmerk een calvinisme, dat altijd maar hoge idealen koesterde en niet heeft leren omgaan met de 'zonde', met falen. (497). Misschien als hij het begrip 'burgerlijkheid' had gebruikt, was die typering enigszins geldend te maken voor ons volk, want hoe het historisch calvinisme verantwoordelijk is voor deze kenmerken blijft mij een raadsel. Afgezien van dit slot, zou ik het toejuichen als dit boek in het Engels werd vertaald omdat het de Nederlandse cultuur dicht op de huid zit. Dat biedt de buitenlander meer inzicht dan een overzicht met koninginnen en kabinetten. Wie daarnaast wil weten hoe de calvinistische vroomheid (en burgerlijkheid!) beleefd werd, kan mijns inziens nog het best terecht in de romans van de gereformeerde auteur P.J. Risseeuw, bijv. De familie Leenhouts.
N.a.v. Geert Mak, De eeuw van mijn vader (Amsterdam: Atlas, 1999) 524 pag. f 49,90, isbn 90-450-0127-6
1) Over de interpretatie van de 'kwestie Geelkerken' verschijnt in het aprilnummer van het blad Transparant, dat wordt uitgegeven door de Vereniging van Christen-Historici een boeiend overzichtsartikel. U kunt een proefexemplaar aanvragen of een instapabonnement nemen voor f 25 voor vier nummers, waarbij u ook het februarinummer over wonderen en geschiedenis krijgt.
Belt u 079-3615481 (uitgeverij Boekencentrum).
2) Cahier 13.2 (december 1999) uitgegeven door het ICS, Amazonedreef 40, 3563 CB Utrecht.