Verlate vertroosting

2000-02-18
  • Jaargang 44
  • nummer 4
Kunt U mij één activiteit opnoemen die zo onproductief is als het zaaien van korenzaad door een boer?
Dan moet U wel denken aan een boer ergens op de hellingen van Galilea. In zo`n akker vind je meer voetpaadjes, meer steenachtige grond en meer distels dan goede grond. Bakken zaad gaan verloren. Denk eens aan al de planning, voorbereiding, vergaderingen -om van de onkosten maar te zwijgendie alleen al voorafgaan aan de uitzending van een zendingsman/vrouw. En wat van al die zendingsondernemingen die op niets uitliepen?
Wat er uiteindelijk uitkomt als "opbrengst" na alle investeringen is toch op zijn allerbest allerschamelst! Ik heb nooit in een zendende kerk gewoond maar er moeten toch daar wel eens gevoelens van frustratie onder of zelfs op de oppervlakte woelen. Merkwaardig is het daarom dat er vlak bij ons zendingsbed ooit een projectje gestart werd met een opbrengst die de boer van Galilea meer dan dankbaar zou hebben gemaakt maar waaraan bij mijn weten in onze kring nauwelijks woorden zijn gewijd. Ik dacht dat de Gelderse en Overijsselse kerken die met de gemeente Kampen meer dan veertig jaar geleden enthousiast achter dat werk van toen zich stelden, ervoor baden en er brieven over lazen en daarna niets meer hoorden, nu op wat verlate vertroosting alsnog wel recht hebben. Voor de meerderheid van de kerkleden van toen is het trouwens te late troost.
Omdat ik zelf er alleen maar heel kort en slechts als leerling-zaaier bij betrokken was, vertel ik het verhaal met vrijmoedigheid.
Nog nauwelijks in februari 1958 in Pretoria aangekomen, kwam een dierbare broeder -Verbeek heette hij- naar mij toe. Met het probleem van zijn zwarte schildersknecht Johannes Masango dat intussen het zijne was geworden. Met wat andere Ndebele-families vormde de Masango-familie een kerkje waarvan de dominee was overleden. Men zocht een voorganger om zondags voor te gaan, wat huisbezoek te doen en zieken te bezoeken. Verbeek ging af en toe zelf voor maar zocht een echte dominee. Maar ik heb me bij hem altijd niet meer dan leerling-zaaier gevoeld. Nederland vond het goed. Alleen kerkdiensten met catechisaties en Zondagschool, en af en toe door de week nog eens een dagje bezoeken. Meer niet.
Dat heb ik ruim anderhalf jaar gedaan. Alles met een tolk. Alleen de gebeden fabriceerde ik omringd door grammatica's en woordenboeken vooraf in Zoeloe. Die men hooogstwaarschijnlijk niet verstond. De Heer alleen omdat Hij de harten kent.
Ergens ruim 50 km Noord van Pretoria bij de Wagendrift, boerengebied in een modderkerkje met bomen eromheen waarvan in één een enorme staaf ijzer hing, de kerkbel, waarop broeder Solomon Munguni vóór de dienst met een soort pook geruime tijd sloeg.
Daarvoor deed hij getrouw, staande onder de ijzeren staaf, een langdurig gebed.
Gedurende mijn bediening is er nauwelijks iemand bijgekomen maar ook niemand weggegaan. Voordat we naar Natal vertrokken werd in overleg met Nederland de gemeente geïnstitueerd met vier ambtsdragers. En afgesproken werd dat broeder Verbeek 's zondags zou voorgaan en ik elke drie maanden zou overkomen voor Avondmaal. Dat was 700 km heen en 700 km terug, meer voor het kerkrecht dan voor de gemeente. Ik heb dat ook maar een jaar of zo kunnen volhouden. En toen?
Van hieraf heb ik het alles alleen van horen zeggen. De Christelijk-Gereformeerde broeders kwamen een jaar of wat later naar Zuid-Afrika en ontfermden zich over het Wagendrift-kerkje. Van toen af viel het zaad in goede aarde. De Wagendrift werd springplank voor hun andere zendingsprojecten en begon te groeien. De broer van Johannes Masango, Setty Masango werd opgeleid door de Christelijk Gereformeerde zendelingen als evangelist.
Nog later kwam ik hem als mijn oude makker tegen op synodes. Een paar jaar geleden nog maar heeft hij als de nestor van het Christelijk-Gereformeerde kerkenwerk temidden van honderden broeders en zusters feestelijk afscheid genomen. Helaas kon ik er zelf niet bij aanwezig zijn maar mijn felicitatiebrief is er gelukkig voorgelezen.
Vandaag is het boerengebied van de Wagendrift verdwenen en omgeschapen in stedelijk gebied. Niet ver er vandaan staat het gebouw van het Mukhanyo-instituut waar Ndebele-voorgangers voor de Christelijk-Gereformeerde en Vrijgemaakte kerken worden opgeleid.Wat een troost dat er ook handenvol zaad uiteindelijk in goede aarde vallen. Maar soms komt de troost wat laat, zoals in dit verhaal.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief