Kamer 78

2000-03-03
  • Jaargang 44
  • nummer 5
Drie maanden woon ik hier al. Nee, ik ben nog niet echt gewend. De kamer is mooi en ruim, dat ziet u wel. Maar het is zo stil, ik zit net in een dooie hoek. Er komt niets langs mijn ramen, en dat mis ik toch wel heel erg.
Je zit tussen de mensen, pa, zeiden de kinderen toen ze me hier installeerden.
Dan ga je 's morgens lekker naar de koffiekamer, en dan leer je ze wel kennen. Er is een biljarttafel, en je kunt sjoelen en schaken.
Ze organiseren gezellige avonden, en je zit tussen leeftijdgenoten.
Klinkt positief hè?
Maar de werkelijkheid is voor mij anders. Mag ik u dat even uitleggen?
Kijk, op deze gang ben ik de enige man.
Zo is het verspreid over het hele huis: een enkele man tussen allemaal vrouwen. Nu heb ik niets op vrouwen tegen hoor, begrijpt u me goed.
Integendeel, zou ik willen zeggen.
Vrouwen geven warmte en kleur aan het leven. Ik heb een lieve vrouw gehad, en ik mis haar nog dagelijks, dat mag u van me aannemen. Maar ik heb mijn ogen nooit in mijn zak gehad. Ik keek ook graag naar andere dames, gewoon, zonder bijbedoelingen.
Daar ben je màn voor nietwaar?
Je kunt boven de tachtig komen zoals ik, maar dat raak je niet kwijt hoor, dat gevoel voor het andere geslacht.
Toen ik dan ook ontdekte dat er zoveel dames om me heen woonden, dacht ik: dat kan best gezellig worden.
Nou vergeet het maar meneer.
Ik heb ze om beurten uitgenodigd.
Ze zaten daar op die stoel, waar u nu ook zit. En die oogjes gingen maar rond.
Nieuwsgierig! 'k Vond het wel amusant, want ik zag ze denken: nou nou, die man heeft het netjes voor mekaar!
Mooie kopjes, lekkere koekjes, aardig gesprekje...

Na een uurtje liet ik de dame uit, een handdruk, een schouderklopje, soms legde ik even losjes mijn arm op zo'n oud rugje, gewoon, een hartelijk gebaar... zo ben ik.
Misschien, heb ik gedacht, is er wel een vrouw bij die me ligt, waar ik wat mee kan uitwisselen.

Geen kans dus. Ik kom er niet tussen. Ze hebben het hier binnen gezien en dat is het dan. Niemand nodigt mij uit.
't Lijkt wel of ze me uit de weg gaan. Bang voor geroddel, bang dat ik te handtastelijk wordt! Ja, dat is me al ter ore gekomen.
Van een simpel schouderklopje!
Ik heb me nog nooit van m'n leven zo eenzaam gevoeld als hier, tussen mijn leeftijdgenoten.

Loopt u al deze kamers langs? Bent u maatschappelijk werker, de pastor van dit huis soms? Ik kan me niet herinneren dat uw functie mij bekend was. Maakt niet uit, we hebben fijn gepraat. U begrijpt me. Ik heb het gevoel dat ik mijn last een beetje met u heb kunnen delen. Komt u nog eens terug?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief