Psalm 116:1 en New Age?

2000-03-03
  • Jaargang 44
  • nummer 5
In Opbouw nr 3 van 4 februari schreef Nico Hollestelle over ‘Persoonlijk geloof’. Drie lezers reageerden met een ‘ingezonden’: mevr Pauline Zinkstok uit Ede, mevr Bartelink uit Rijswijk en de heer J. van der Wiel uit Voorburg. Omdat het artikel van mevr. Zinkstok zich het best voor publicatie leent volgt hier haar reactie.
Red.

De titel ‘Persoonlijk geloof’ boven het artikel van de heer Hollestelle trok me als een magneet: Ha, dat spreekt me aan, want ik vind het wel eens moeilijk om alles wat ik in 52 jaar heb meegekregen en geleerd me echt persoonlijk eigen te maken; het lijkt wel eens dat God vooral een verbond heeft met mijn kerk, maar hoe zit het met mij als persoon?
Al lezend in het artikel ga je je steeds meer schamen: ook ik ben in de valkuil gevallen van de de positieve klank van het woord, ook ik ben geheel geïnfecteerd door de individualistische cultuur, ja zelfs in de kerk is dat individualisme doorgedrongen en wordt het door sommige predikanten en gemeenteleden heel slim verpakt in termen als ‘persoonlijk geloof’ en ‘individuele geloofsbeleving’!
Is dat nu een juiste voorstelling van (geloofs)zaken ? Ik denk het niet en wil puntsgewijs een aantal kritische opmerkingen maken bij enkele onderdelen van dit artikel.

• Is het zo nieuw die belangstelling voor ‘persoonlijk geloof’ ? Zeker niet. De Bijbel spreekt er veel over, denkt u maar aan de Psalmen, het boek Job, aan de vragen van de Here Jezus aan Petrus, aan de levensgeschiedenis en de brieven van Paulus etc.
Is het evangelie niet van oudsher ‘individualiserend’?
d.w.z. vraagt het niet altijd ook om een persoonlijke keus? Zou je dat zelfs niet als iets positiefs kunnen zien binnen onze huidige cultuur ? Hoe moeilijk ook voor bijv. ouders, maar is het niet geweldig als kinderen zelf kiezen en geen meelopers zijn uit een soort gemakzucht ?
Dit is geen pleidooi voor een houding van ‘iedereen zoekt maar z’n eigen weg en manier’: de kerk als gemeenschap en als instituut is onmisbaar voor mens en maatschappij, maar de geschiedenis van die kerk leert dat deze niet kan zonder zelfstandig (mee)denkende en (be)levende personen.

• Is het zo erg als kerk aan te sluiten (evt. naadloos) bij de cultuur van deze tijd? Moet Gods woord niet steeds ‘vertaald’ worden zoals op het Pinksterfeest ? Ook dus in de taal van deze tijd ? Is dat niet de ‘mission’ van de kerk als instituut ? Ik maakte onlangs kennis met ‘Crossroads’ in Amsterdam en was aanwezig in een dienst (of was het een samenkomst ?): geweldig hoe daar aan zoveel, vooral jonge, mensen het evangelie wordt gebracht op een manier die aansluit op levensvragen van deze tijd. Zuiver zending eigenlijk!

• Het lijkt wel of er bij de heer Hollestelle geen onderscheid is tussen ‘persoonlijk geloof’ en ‘getuigenissen van persoonlijke ervaringen’. Aandacht in de kerk voor persoonlijk geloof is niet het zelfde m.i. als ruimte scheppen voor het vertellen van persoonlijke ervaringen.
Ook ik ben huiverig voor ‘getuigenissen van persoonlijke ervaringen’. Niet omdat ik niet geloof dat God ons leven leidt, maar vanwege een zekere schroom: het is zo moeilijk om zeker te weten dat God dit of dat heeft bewerkt, in hoeverre is hier de wens de vader van de gedachte? En ook : is het niet pijnlijk voor anderen die soms zo heel andere, en vaak verdrietige ervaringen hebben? Of: geven we elkaar niet het idee dat er iets mis is wanneer die ervaring ontbreekt? Ik denk inderdaad dat we daar in kerkdiensten of samenkomsten heel voorzichtig mee moeten zijn.
Dat is echter iets heel anders dan aandacht in preek en liturgie voor de relatie tussen Gods woord en mijn (be)leven.

• De heer Hollestelle stelt aan het eind van zijn artikel: ‘Laten wij gericht zijn op God en onze medemens, pas in de laatste plaats op ons zelf’. Met het eerste ben ik het hartgrondig eens. Maar wat ‘mijn gericht zijn op God’ betekent en wat Hij van mij vraagt t.o.v. mijn medemens (dus wat een christelijke levensstijl is) moet ik eerst zelf leren en me persoonlijk eigen maken om daaruit te kunnen leven. M’n hele leven lang ben ik bezig, met vallen en opstaan, dat te leren. En dat is nu net waarom het zo belangrijk is dat ik in de kerk ook als persoon wordt aangesproken, juist vandaag!

• Tot slot : volgens de heer Hollestelle is de veranderde versregel ‘Hem heb ik lief’ een illustratie van het feit dat we onze relatie met God belangrijker zijn gaan vinden dan Gods relatie met ons. Hij lijkt dit zelfs te verbinden met het zweverige karakter van het New Age-denken.
Ik geef toe dat er zweverige opwekkingsliederen bestaan maar is dat bij dit lied niet erg ver gezocht ? Op de lagere school leerde ik al ps. 116 vs 1 : God heb ik lief…Ik verbind dat meer met ‘Old Age’-belijden…

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief