HERE, wie mag bij U wonen?
2000-03-17
Psalm 15 zet ons in de NBGvertaling op het verkeerde been.Wanneer het gaat over wie bij God mag horen, is het eerste dat we horen: ‘Hij die onberispelijk wandelt’. Beter zijn de Staten- en de Willibrordvertaling met hun: ‘Die oprecht wandelt’.- Jaargang 44
- nummer 6
Bij ‘onberispelijk’ is de conclusie: dat haalt niemand. De enige functie die het lied nog zou hebben, zou zijn: alleen Jezus heeft het gehaald.
Hij was zonder zonde.
Dan zou het lied pas iets te zeggen hebben ná Jezus. En dat wil er bij mij niet in.
Wie mag horen bij God?
Oprecht, dat heeft te maken dat je een mens bent uit één stuk, iemand op wie een ander aankan.
Maar al leg je ‘onberispelijk’ zo uit, het blijft staan: Wie mag horen bij God?
Zij die zus en hij die zo, zegt de Psalm. Het lijkt er verdacht sterk op dat je aan een heel aantal voorwaarden moet voldoen, wil God je welkom heten.
Alleen: zo ken ik God niet, zo leer je Hem niet kennen uit de Bijbel.
Eerbied
Ik wil een pleidooi voeren vanuit dit lied voor eerbied. Niet om God zo hoog te verheffen als het ware dat je geen of nauwelijks contact met Hem zou kunnen hebben.
Maar om te beseffen dat geloven, leven met de Heer niet vanzelfsprekend is. Bent u ervan onder de indruk dat God met u te maken wil hebben?
Eerbied dus, dat komt je vanuit dit lied tegemoet.
Vrijmoedigheid, de moed om alles te vertellen, is iets anders dan vrijpostigheid.
Gods tent en heilige berg
Wil je op school naar een hogere klas, dan moeten je cijfers goed genoeg zijn. Wil je in een band spelen dan is er geen plaats wanneer je beroerd speelt. Maar zo doet God niet, zo ís Hij niet. Hij zegt niet: eerst dit en dan dat en dan mag je horen bij Mij. Nee, Hij is er, met zijn heil. Wanneer het lied het heeft over Gods tent en over de heilige berg, dan gaat het over Gods woonplaats.
Hij was er dus al.
Wij hoeven niet het wonen van God en het wonen bij God te verdienen.
Je hoeft het heil niet te verdienen of krampachtig vast te houden: het is er al. Het gaat om de vraag hoe je erin deelt, in het goede van God. Het meest typerende van Gods woning was de offerdienst, de verzoening. Een zoen heeft alles te maken met liefde. Zoveel houdt God van u, dat Hij er alles voor deed om de breuklijnen tussen Hem en mensen te dichten. Zoveel vindt Hij u waard, dat Hij het bloed laat kosten; van dieren, later van zijn Zoon…
Het leven van alledag
Wie mag wonen bij God?
Het is opvallend dat Psalm 15 niet gaat over wat wij ‘geestelijke’ zaken noemen, maar over het leven van alledag. Alle dingen hier gaan over je verhouding tot mensen. Het zijn er tien. Als het ware: tel maar op je vingers na.
Alles komt aan op de dingen van het dagelijkse leven, op je omgang met mensen. Geloven in de HERE God gaat daarin niet op, maar heeft er wel alles mee te maken. Het draait in het leven van de christelijke gemeente om de zondag, maar het gaat om de rest van de week.
Het is makkelijk en vaak zeer verleidelijk om je voornamelijk met jezelf en je eigen kringetje bezig te houden. Maar zijn we dan niet zout in een afgesloten potje? Ik denk dat het belangrijk is dat mensen die weet hebben van Gods goedheid, van zijn mensen ruimte willen geven, dat juist zij –wij?!-
aanwezig zijn in de samenleving. Of het nu gaat om een schoolbestuur, een buurtvereniging, politiek, vrijwilligerswerk, het is belangrijk, want het gaat om mensen en daarmee om God.
Lééf-regels
Wat misschien wel de belangrijkse functie van Gods goede geboden is, is: mensen ruimte en vrijheid geven. Ik ben de Trouwe, Ik heb je bevrijd.
Zo’n God ben Ik. Laat je daarom niet kisten en knechten door andere goden, door je werk, door jaloezie en noem maar op. In veel samenlevingen zijn regels, leefregels, maar het zijn vaak overleef-regels: hoe overleef ik? In zulke samenlevingen, gebieden die ontwricht zijn door oorlog bijvoorbeeld, zijn de weerlozen en zwakken inderdaad weerloos en zwak. En wie komt er voor hen op? Wat is er logischer en simpeler dan recht doen, de ander niet belazeren en belasteren, geen rente vragen van de armen? Juist de geboden van God maken duidelijk dat er meer is dan overleven. Juist de kwetsbaren krijgen recht van bestaan. De Psalm wil ons vooral dit op het hart binden: wil je horen bij God, wonen bij Hem, leven met Hem, dat kan maar op één manier: zo Vader, zo kind. Dat is: vol zorg en liefde voor mensen, zonder onderscheid.
Belofte
Het lied eindigt met een belofte: wie zo doet, zal in eeuwigheid niet wankelen. Een mens die het goede voorheeft met alle mensen, in navolging van z’n lieve hemelse Vader, zal niet ten onder gaan, wat er ook gebeurt.
Niet dus omdat wij onberispelijk zouden zijn, maar vanwege het niet toevallige begin van het lied, de naam Jahweh: de God die trouw is en trouw blijft.