'Wij zijn zondagskinderen'
2000-03-17
Eind april vertrekken Frits en Monique van de Kerk uit Houten om zich, via een korte tussenstop in Jeruzalem, te vestigen in Turkije. Als zendelingen.- Jaargang 44
- nummer 6
‘Sommige mensen zeggen dat ze ons bijzonder vinden. Ik snap de intentie van zo’n opmerking, maar ik kan er niets mee. Als je Gods stem verstaat, dan kún je niet anders dan de weg gaan die Hij je leidt.’
Het is niet gangbaar, geeft Monique (29) toe: een goede baan opzeggen, een prettig huis, een fijne gemeente. Toch laten zij en haar man Frits (39) eind april Nederland achter zich om gedurende vijf maanden een opleiding te volgen in Jeruzalem. Begin oktober hopen zij dan voor een jaar of acht te gaan wonen in Turkije. Daar willen ze de kleine christelijke kerk ondersteunen, helpen opbouwen en contacten leggen met de plaatselijke bevolking om het evangelie van Jezus Christus bekend te maken. Frits is civiel ingenieur en Monique is fysiotherapeute. Zij zijn de ouders van Roelof (4), Bram (2) en de vier maanden oude Gemma.
Wat drijft hen tot deze stap? Het antwoord van Frits is kort: ‘God kennen en hem bekend maken.’ Monique heeft meer woorden nodig. ‘Het is een heel sterk gevoel dat we dit moeten doen.’ Zichzelf in de rede vallend: ’Kijk, mensen zitten soms zo vast. Ik wil ze bezieling laten zien, warmte, een doorspekt zijn met God. Dat is mij genoeg. God maakt het dan af.’
Altijd al de zending in gewild?
Zij, lachend: ‘Als iemand mij op mijn trouwdag had verteld dat Frits en ik de zending in zouden gaan, zou ik hard hebben gelachen en het niet hebben geloofd.’ Hij: ‘Het is iets wat heel langzaam is gegroeid, maar wat er achteraf altijd is geweest.
Onze trouwtekst is Psalm 16:11. Dat gaat over overvloed. Wij hebben ons altijd heel rijk gevoeld, zondagskinderen, en hebben ook altijd het verlangen gehad die rijkdom te delen.
Monique herinnert zich de aanzet tot het zendelingschap tijdens een vakantie, vlak na hun trouwen. Zij opperde dat het leuk zou zijn om samen een lange reis te maken. Frits: ‘Ik zei toen: het zou fijn zijn als we daarin God kunnen betrekken.’ Monique: ‘En ik dacht toen: pfff, wat christelijk.’ Het werd een Discipelschap Training School (DTS) van zes maanden van Jeugd met een Opdracht. Tijdens deze periode maakten ze onder andere een zendingsreis naar Hongkong en China. Monique: ‘Het argument van Frits dat mij aansprak was dat als je zes maanden consumerend rondreist, je wezenlijk niets opschiet.
Na afloop stap je weer gewoon in de dagelijkse mallemolen. Ik wilde dat zo’n reis iets echts zou oplevereren. En dat is dus echt gelukt. Frits: ‘Het was een geweldige ervaring.
Heel zwaar, maar ook heel mooi en leerzaam.
Zij: ‘Die gretigheid van de mensen om iets te horen over het evangelie? Dat raak je niet kwijt.’
Na die DTS van zes maanden kregen jullie een kind. Jullie vestigden je in Houten en raakten hier goed op dreef: catechisatie geven, diaconale jeugdreizen leiden, Youth-Alfacursussen.
Nog steeds staat jullie huiskamer elke dag na vieren open voor jongeren die daarvan graag gebruikmaken.
Waarom naar Turkije gaan als jullie hier zoveel betekenen?
Zij: ‘Ik ben niet zo’n heel geestelijk mens, ik krijg geen superberichten door.
Maar ik heb wel heel sterk het gevoel dat dit de weg is die God ons wijst.
Alle lichten staan op groen en zolang dat zo is, gaan we door. Zichzelf weer in de rede vallend: ‘Kijk, we móeten niet weg. Weggaan is voor ons geen vlucht en gefrustreerd zijn we ook niet.
We hebben het hier goed.
Maar we hebben heel sterk het gevoel dat we in de wereld van onze medemens in Turkije moeten stappen. We hebben hier in Houten de afgelopen drie jaar wortel geschoten. Dat maakt het ons mogelijk om vanuit deze gemeente uitgezonden te worden. De gemeente is onze uitvalsbasis, waarvanuit we kunnen vertrekken.
Deze stap nemen we met de gemeente.’
Hij: ‘Onze bestemming is de plek waar we het meest effectief kunnen zijn voor God. Waar Hij ons hebben wil om anderen in beweging te kunnen zetten. We denken dat dat Turkije is.’
Zij: ‘Het is ook het avontuur. Dat past ons, niet voor niets waarschijnlijk.’ Een van de redenen waarom Frits en Monique voor Turkije hebben gekozen, is de afstand tot Nederland: zo’n drieënhalf uur vliegen voor een redelijk betaalbare prijs. Het gezin wil hiermee de (jonge) Nederlandse achterban de gelegenheid bieden op bezoek te komen. ‘Onze reis naar China is voor ons een eye-opener geweest.
En tijdens diaconale jeugdreizen naar Roemenië en Italië hebben we gezien wat zo’n ervaring met jongeren kan doen. Kinderen zijn hier zo rijk, ook in geestelijk opzicht. Tijdens zo’n reis worden ze teruggeworpen op zichzelf, op hun geloof.
Ze zien de verschillen en ervaren dat God overal hetzelfde is. Dat vormt ze, je ziet ze groeien.’
En het geld?
Hij: ‘Het is de bedoeling dat een vriendenkring ons financieel steunt. Daar hebben we naartoe moeten groeien, naar het jezelf afhankelijk op durven stellen, vooral als je zelf vaak degene bent geweest die anderen kon helpen. We ontmoeten mensen die het genant vinden dat wij onze hand ophouden. Die zeggen: kun je niet gewoon een baan zoeken in Turkije. Ja, dat kúnnen we wel, maar dat willen we niet. We willen in de eerste plaats de taal van de bevolking leren zodat we goede contacten kunnen leggen.
Dat kost tijd. Het is overigens wel de bedoeling dat we daar op termijn een baan zullen zoeken en vinden.’
Waaraan denken jullie bij het woord achterban?
Zij: ‘Daar kan je niet zonder.’
Hij: ‘Die moet bidden. We doen frontwerk, daarvoor heb je langeafstandsgeschut nodig.’
Angst.
Zij, na een korte stilte: ‘Afgelopen zomer heeft de politie tijdens een kerkdienst in Izmir een inval gedaan. Alle volwassenen zijn toen opgepakt. Een aantal ging voor enkele dagen de cel in. Als ik dat hoor, denk ik: verdorie. Vooral vanwege de kinderen, zij maken mij kwetsbaar. Ik heb zelf een hele leuke jeugd gehad, dat wil ik mijn kinderen ook geven.
Of ik ze die daar kan geven, weet ik niet. Ik heb geen referentie.’
Heimwee.
Hij: ‘Dat zullen we wel merken. Ik waarschijnlijk naar het Hollandse: de sloten, de weilanden, schaatsen, wind, zeilen?’
Zij: ‘Niet naar deze stoel of dit huis, wel naar mensen. Maar ik houd mezelf voor dat we op een dag wel weer terugkomen. En bij het afscheidnemen van oude mensen, denk ik: ach, komen we elkaar hier niet meer tegen, dan wel weer in de hemel.’ Dan, feller en bezorgder: ‘Ik heb het moeilijk met het afscheid nemen van mensen die niet in God geloven. Dit zou de laatste keer kunnen zijn dat ik ze zie.
Een heel gekke gedachte, die me niet met angst vervult, wel met: och, jonge jonge, doe je ogen eens open? En dan kom ik weer uit op het verlangen om het evangelie met anderen te delen en weet ik waarom ik hieraan begin.’
Frits en Monique van de Kerk worden uitgezonden door de Nederlands/christelijke gereformeerde kerk in Houten. De uitzenddienst wordt gehouden op Palmpasen, zondag 16 april 2000 om 14.00 uur in de Opstandingskerk, Het Kant 1 in Houten-Centrum.
Voor meer informatie, kunt u contact opnemen met de thuisfrontcommissie: TC Van de Kerk, p/a Meercamp 28, 3992 RK Houten, tel: (030) 637 45 76.
| Turkije is een republiek die 18,7 maal zo groot is als Nederland. Er wonen zo’n 65 miljoen Turken, waarvan 15 miljoen in Istanboel. Ankara is de hoofdstad. Het overgrote deel van de bevolking belijdt de islam: 99,8%. Andere inwoners zijn Armeens-orthodox (circa 60.000), Syrisch-orthodox (circa 9.000), Grieksorthodox (circa 3.500), Rooms-katholiek (circa 9.000) en protestant (circa 750). In Nederland wonen ongeveer 200.000 Turken. |