Een heiligenleven voor protestanten

2000-03-17
  • Jaargang 44
  • nummer 6
Historische figuren komen tot ons in hun werken: schrijvers in hun boeken, componisten in hun muziek. Het lezen van een biografie biedt een mogelijkheid om de kunstenaar als mens te leren kennen, met informatie die hun scheppingen verder illustreert.
Dat kan twee kanten opgaan, want als zo'n historisch figuur erg "groot" is, werkt een levensbeschrijving weer vervreemdend. Dat is bijvoorbeeld het beval bij heiligenlevens.
Godfried Bomans heeft in het boek Beminde gelovigen al aangegeven hoe hachelijk zo'n onderneming is. Met enige goede wil zou De kleine kroniek van Anna Magdalena Bach een heiligenleven genoemd kunnen worden, maar dan één voor protestanten. Het boek is karig geredigeerd maar leest vlot weg.

Objectief
In De kleine kroniek blikt de tweede vrouw van Johan Sebastiaan terug op haar leven met haar man, de componist. Zij is dan 57, nog geen 10 jaar na zijn sterven. Op verzoek van een vroegere leerling van haar man, Caspar Burgholt, schrijft zij op wat zij zich weet te herinneren.
Verrassend gedetailleerd doet zij verslag van het dagelijkse leven zoals ze dat leidde in Cöthen en Leipzig. Het is maar goed dat ze zoveel herinneringen aan haar man had, want ze schijnt na zijn dood erg arm geleefd te hebben. Dat zij zijn vrouw is geweest, kwalificeert en diskwalificeert haar tegelijkertijd als getuige: hoe zou zij een objectief beeld van haar man kunnen geven?
Maar als zij het niet kan, wie dan wel?

Oplettend burger
Op zich komt Bach in haar boek niet anders naar voren dan dat we hem kennen uit de geschiedenisboeken: gelovig, hard werkend en bij tijden erg koppig. Magdalena beschrijft de problemen die Sebastiaan had met het koor, de verschillende studenten die bij hen in huis kwamen, de vele huisconcerten die de familie gaf en de kinderliedjes die vader Bach voor zijn kinderen schreef. De band met de twee bekendste zoons, Friedemann en Emanuel, komt ter sprake en de reizen die hij maakte om orgels te keuren. En natuurlijk het plezier waarmee hij componeerde.
Geen meeslepend leven dus. Een beetje teleurstellend is dat wel, want van een componist van zulke geniale muziek verwacht je wat extravaganza: "Wat was het geheim van Bach?" Maar nee, Bach was een oplettend burger, een vakman met zijn trots en zijn nukken en liefde voor zijn gezin. Van een bijzondere artistieke inspiratie in de romantische betekenis van het woord is niet veel te merken, ook niet door de ogen van Anna Magdalena.
Orde en plicht maakten hem gelukkig.

Grauw als as
Slechts een keer maakt zij melding van zijn zielenroerselen tijdens het componeren, als ze onverwacht zijn werkkamer komt binnenlopen terwijl hij bezig is met de aria Ach Golgotha uit de Matthäus-Passion. "Zijn anders zo kalme gezicht met de frisse gelaatskleur zag zo grauw als as en overstroomd door tranen."
Ze merkt daarbij op dat ze hem eigenlijk niet had mogen zien, dat alleen God hem zo mocht zien (p. 20 e.v.). Dit klinkt misschien wat overdreven en overtrokken, maar hoe zou je ook anders in de directe omgeving van zo'n mens. Ook op andere plaatsen in De Kroniek bespeur je het zoeken naar de juiste afstand en waardering voor haar man. De muziek van anderen, zijn zoons incluis, weet ze wel te waarderen, maar die van haar man is toch anders, zijn muziek leidt je in een heel andere wereld in (72); van een andere planeet, zouden wij zeggen.
Bij het lezen van zulke passages twijfel je soms of je in een wat mindere streekroman bent beland, of dat de schrijfster haar gevoel voor proportie is kwijtgeraakt. Maar hoe zou je níet, als het om Bach gaat?

Verkwistend
Op een andere plaats brengt ze die wonderlijke spanning onder woorden, als ze zegt dat Bach altijd erg zuinig leefde, maar dat er van die zuinigheid niets overbleef als het om de muziek gaat; dan was hij zeldzaam overdadig en verkwistend (100).
Opmerkingen als deze boeien en vervreemden tegelijkertijd. Het geheim van zijn muziek laat zich blijkbaar net zo min doorgronden met behulp van wiskunde en getallensymboliek als door het lezen van dit boek. Betekent dit nu dat het boek ongelezen terzijde kan worden gelegd omdat er toch niets of erg weinig in gebeurt? Zeker niet; het zijn juist die kleine doorkijkjes die zo nu en dan het beeld dat wij van Johan Sebastiaan en zijn muziek hebben, iets scherper en levendiger maken.
Iets, want bij zijn muziek zelf verstomt alles en iedereen. Dat verandert niet.

De kleine kroniek van Anna Magdalena Bach, uitgegeven door De Banier in Utrecht, 1999, met een voorwoord van Esther Meynell. ISBN 90-336-2660-8 Prijs ƒ 27.95

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief