Utopia en de zondvloed
2001-05-25
Na de zondvloed is er een nieuw begin. Een herstart of een doorstart. Een heel nieuw begin maken met het mensenleven op aarde is wel een onmogelijkheid. Toch is het vaak geprobeerd.- Jaargang 45
- nummer 11
Als je de wereld eens mocht inrichten zoals je zelf graag zou willen. Zelf alle wetten schrijven en regelingen maken.
Daar kun je soms over dromen: Als ik het voor het zeggen had....! Nou ja, een hele staat reorganiseren dat is voor veel mensen wel een brug te ver, maar we zouden soms best wel eens een poosje aan het roer willen staan! Alles zo regelen dat het zonder fouten gaat en dat al je ergernissen worden ondervangen. Dat is een droom die al heel lang met de mensen mee gaat. Een wereld waarin alles goed gaat. Een Utopie. In dat woord ‘Utopie’ zit eigenlijk al ingebakken dat het onbereikbaar is.
Thomas More
Het woord ‘Utopie’ komt uit een boek dat geschreven is door Thomas More. Thomas More leefde rond 1500 in Engeland.
Hij was een beroemde geleerde. Hij is nog een poosje eerste minister geweest onder Hendrik de Achtste.
Onze eigen Erasmus was een goede vriend van More. Welnu, die Thomas More heeft een boek geschreven over de ideale samenleving. De helft van dat boek gaat overigens over de beroerde samenleving van zijn eigen tijd, maar goed – de ideale samenleving, die noemt hij ‘Utopia’. Dat betekent ‘nergensland’.
Andere utopisten
Thomas More was niet de eerste mens die nadacht over de ideale samenleving.
Plato had dat al heel lang vóór hem gedaan. Plato leefde ongeveer vierhonderd jaar voor Christus. Eén van zijn boeken heet ‘Politeia’. In dat boek beschrijft Plato de ideale samenleving. Volgens hèm ideaal dan, want niet iedereen zal het met hem eens zijn Plato kent drie standen. De derde en laagste stand is de stand van de werkers. De tweede stand dat zijn de soldaten en de eerste stand zijn de wijzen ofwel de ‘deskundigen’. Die deskundigen zijn geselecteerd via een heel zware selectieprocedure, die tijdens de opleiding plaats vindt door middel van vergelijkende examens. De opleiding is pas voltooid op het 35e levensjaar (dat klinkt heel modern, denk maar aan onze medische specialisten). Maar daarna volgt een stage periode van 15 jaar, door te brengen in het leger of in het jeugdwerk om de maatschappij goed te leren kennen. Pas op zijn 50e komt de deskundige in aanmerking om bestuurder te worden. Maar die deskundigen hebben dan ook absolute macht en het leger is er voor om die macht te handhaven. Het is een volmaakte dwangstaat. ‘Politeia’ is een boek met heel enge ideeën die we verder maar even laten rusten.
De praktijk
Kijk, dat is nou zo eigenaardig bij die utopieën, bij die volmaakte samenlevingen – ze hebben van die hele griezelige kanten. En als die idealen in praktijk worden gebracht – hou je dan maar vast. Daar heeft de geschiedenis voorbeelden genoeg van. Neem nou de Franse revolutie. Gelijkheid, naast vrijheid en broederschap. Alleen van die gelijkheid kwam iets terecht: allemaal onder dezelfde guillotine. We kennen de verschrikkingen van het communisme.
Dat was begonnen als een heilsleer met de beste bedoelingen. Alweer: gelijkheid. Alles gemeenschappelijk, de arbeiders aan de macht. Ja, en helaas moesten er hier en daar wat slachtoffers vallen onder de hardnekkige tegenstanders – een kwestie van zuivering. Nou, die zuiveringen hebben nooit meer een einde genomen en ze hebben tienduizenden mensen het leven gekost.
En dan ging het niet om tegenstanders, maar om partijleden, die tijdens de executie nog ‘Leve kameraad Stalin!’ riepen. In China was de culturele revolutie.
Miljoenen jonge mensen zwaaiden in extase met het rode boekje van de grote roerganger Mao. Ze wilden terug naar eenvoud en eerlijkheid. Maar het eindigde in wreedheid en bloedvergieten en diepe frustratie voor een hele generatie, die nooit meer de gemiste opleiding kon inhalen. En dan te bedenken dat ook vele Nederlanders er wel wat in zagen en ook met het rode boekje in de weer waren. En zo kunnen we doorgaan: Pol Pot in Cambodja. Hij vond de ideale samenleving de boerensamenleving zonder luxe. Dus iedereen die gestudeerd had moest voor zijn leven vrezen. Ik denk aan de Taliban in Afghanistan.
Ernstige jonge mannen die een streng godsdienstige staat willen. Maar het betekent terreur en bloedvergieten en vrouwen hebben er geen leven. Zoeken naar een ideale samenleving.
En steeds komen er van die enge en griezelige dingen van. Hoe komt dat toch?
Als je nou eens eerlijk samen er voor gaat zitten en je regelt de dingen goed en rechtvaardig – is dat nou zo’n heksentoer?
Waarom loopt dat nou altijd fout? Hierom, omdat we kennelijk steeds weer vergeten hoe de mens in elkaar zit. Omdat we, laten we maar zeggen, de adeldom van de mens niet kunnen rijmen met zijn beestachtigheid.
Iedere keer duikt de gedachte weer op: als je nou de goeie mensen maar de leiding geeft dan komt het wel voor elkaar. Maar ja, wie zijn de goeie mensen? Hoe je met elkaar moet en kunt samenleven dat hangt af van de vraag hoe je de mens ziet, hoe je de wereld ziet. Dat hangt af van je levensbeschouwing. Dat hangt af van wat je gelooft.