IJsjes eten in Malawi
2001-05-25
De laatste vijf jaren zijn we nu al driemaal uitvoerig in Malawi geweest waar één van onze kinderen met man en kinderen woont. En driemaal een paar dagen doorgebracht bij dat onvergelijkelijke meer van Malawi dat in verzonken schoonheid het decor is van gruwelijke armoede. De laatste maal maakten we een stop bij een dorpje Noord van Mangochi dat nu een soort theetuin had waar je kon zitten en een ijsje eten. Wel even uw voorstelling van een nederige uitspanning nog wat afschalen alstublieft. Onmiddellijk waren we omringd door een schare gedurig opdringende zwarte kinderen, sommigen misvormd, anderen met zweren aan de beentjes en allen enkel barre armoede naar ons uitademend. Likkend aan mijn ijsje gingen mijn gedachten al naar het aantal kwacha`s (de geldeenheid van Malawi) in mijn portemonnaie.- Jaargang 45
- nummer 11
Voor hoeveel heb je wat? Maar mijn dochter zei resoluut: nee, pa, er zullen er steeds meer komen, en inderdaad, we gingen maar niet eens meer zitten op de wrakke stoeltjes onder de bomen maar gauw de auto weer in. Het ijsje smaakte wat minder. En in het stof van de auto bleven de kinderen achter.
Het ijsje dat een incidentje was geworden liet mij niet los. Later aan het meer zei ik tegen mijn schoonzoon: ik begreep jullie vanmiddag wel maar ik denk ook aan die gebedjes die jullie je kinderen leren over de arme kinderen.
Voor mijn gevoel gaat dat gebedje voor de arme kinderen van Afrika en ons niets-aan-die-kindertjes-geven moeilijk samen. Pa, zei mijn lieve schoonzoon, morgen staan er duizend en thuis zijn er nog tienduizend. Je lost niets op met een paar kwacha`s en volgende keer kunnen er we er helemaal niet meer stoppen. Onze dochter zei nog: geef liever morgen flink in de kerk; vandaar gaat het ook naar de arme kinderen. Ik wist er niets op te zeggen.
Maar vandaag zit ik er nog mee. Onze kleinkinderen, ook in Malawi, dragen bandjes om de pols met de letters w.w.j.d. oftewel ‘What would Jesus do’? Wat zou Jezus doen? (Kennen de kinderen in Europa dat gebruik ook?) Van de Here Jezus lees ik dat Hij allen in Kapernaüm genas na de genezing van de schoonmoeder van Petrus.
Maar hij loste niets op want thuis zullen vele zieken zijn achtergebleven en de volgende dag was Jezus alweer vertrokken. Er bleven zieken achter en er kwamen er weer heel wat bij. Het genezen groepje voor de deur van Petrus was blij maar het probleem bleef. Moet ik vijfentwintig van de vijftig kinderen wat kwacha`s geven?
Vijfentwintig maak ik voor een dag blij maar vijfentwintig blijven boos achter.
Of hoef ik mij over die vijfentwintig met lege handen niet te bekommeren en gaat het erom wat ik op dat moment had kunnen doen? Vijfentwintig krijgen dan tenminste wat. Dat is letterlijk doen wat je hand vindt om te doen. Dat deed Jezus op dat moment. In de collecte kan ik tienmaal zoveel deponeren maar dat weten die vijftig niet die nu allemaal boos zijn over die rijke blanke die gierig leek te zijn. Ons beproefde systeem is dat je thuis je chequejes schrijft voor het Blindencollege, voor Mond-en Voet-Schilders, voor Meals on Wheels en wat er allemaal is. Is zulke georganiseerde gezichtloze barmhartigheid ook nog barmhartigheid? What Would Jesus Do? Mag ik zeggen dat ik daar niets mee te maken heb?
Ik hoef toch niet en kan toch niet en mag toch niet doen wat Jezus deed? Deugt de vraag eigenlijk wel? Wanneer wij weer naar Malawi gaan zal ik in elk geval voorstellen niet weer ijsjes te gaan eten bij het Malawi-meer. Want ik weet vandaag nog niet wat ik met die arme kindertjes moet. Maar iets geven of niets, mijn schoonzoon heeft wel gelijk: je lost niets op. Of mag ik zeggen: ik hoef gelukkig niets op te lossen?
J. Vonkeman, Richmond, Zuid-Afrika