De drie-eenheid: uitnodiging om deel te nemen
2001-06-08
Na Pinksteren is het zondag trinitaris: de zondag van de drie-eenheid. Ik ben vandaag (16 mei) eens wat verklaringen op zondag 8 HC gaan bekijken, bijvoorbeeld de preken van Tunderman, E Voto Dordraceno van A.- Jaargang 45
- nummer 12
Kuyper, de verklaring van K. Schilder. En iets actueler: Brandende kwesties van Nicky Gumble.
Onbegrijpelijk
In alles wat ik lees over de leer van de drie-eenheid wordt me duidelijk gemaakt dat deze leer wezenlijk is voor de kerk van Christus en ongetwijfeld is dat ook zo. Toch blijft er in de uitleg van deze leer veel onduidelijk, hoewel het aan vele en soms ook erg moeilijke woorden en redeneringen niet ontbreekt. Dwaalleringen van vandaag en gisteren worden aangetoond, de gevaren daarvan blootgelegd, sektarische denkbeelden worden bestreden en de kerk mag niet wijken als het gaat om het zuiver bewaren van deze leer der drie-eenheid. Ik twijfel daar ook niet aan, maar heb toch het idee dat temidden van al deze redeneringen en argumenten niet wordt uitgelegd waar het nu positief om gaat in deze leer. Om het in de stijl van de Catechismus te vragen: wat nut het mij? Dat ik er genoegen mee moet nemen dat het naast heel belangrijk helaas ook niet te begrijpen is, acht ik niet echt bevredigend.
Waarom is het voor de kerk (en dus ook voor mij zelf toch?) zo belangrijk, deze leer? Is het zo dat God alleen deze leer kan begrijpen en verder geen mens? Wat nut het mij dan dat ik deze leer ondanks de onbegrijpelijkheid, toch moet geloven om christen te zijn? Of is de relatie tussen Vader – Zoon en Heilige Geest sowieso voor ons een gesloten boek en naast onbegrijpelijk ook onbereikbaar? Zoals Tunderman zegt: ‘Daar valt het gordijn van het ontoegankelijk licht’. Al lezende in die oude en eerbiedwaardige verklaringen krijg ik de indruk dat het vooral vanuit de apologetiek een belangrijk leerstuk is. Het is een stuk kerkleer dat we moeten beschermen en verdedigen tegenover leringen die als een virus de kerk binnendringen. Aan de noodzaak daarvan twijfel ik niet. Toch is er m.i. een gevaar: het gevaar dat deze leer meer een discussiestuk wordt (is geworden) waarbij het verstand aan het werk wordt gezet, maar het hart waarin toch de Heilige Geest is uitgestort, onaangeroerd blijft. Enkele zinnetjes van C.S. Lewis hebben mij meer gezegd dan vele bladzijden uit dikke boeken. Het staat in Mere Christianity, blz.138,139: ‘Misschien vraagt u zich af: Als we ons geen ´drie-persoonlijk Wezen kunnen voorstellen, wat heeft het dan voor nut daarover te praten?´ Alleen maar praten over Hem levert inderdaad niets op. Waar het om gaat, is dat we daadwerkelijk deel gaan uitmaken van dat drie-persoonlijke leven, en dat kan ieder moment beginnen. Vandaag nog, zo u wilt.’
De liefde tussen de Vader en de Zoon
Eénheid: Hierop doordenkend kom ik op uitspraken van de Here Jezus dat Hij en de Vader één zijn (Joh.17:22) en dat de Vader de Zoon liefheeft en de Zoon de Vader (Joh.3:35; 5:20;10:17; 14:31; 15:9; 17:23). De Here Jezus is één met zijn Zender zoals de engel die uitging voor Israël op weg naar het beloofde land, één was met God (Ex.23:21). Gods naam was in hem.
Openheid: Jezus was de eniggeborene des Vaders (Joh.1:14). Daarin is Hij uniek en toch sluit dit ons niet uit. Immers, ons is macht gegeven kinderen Gods te worden (Joh.1:12). Hij is de eerstgeborene onder vele broederen (Rom.
8:29). De eerste, maar niet de laatste. In Hebreeën 2:10 lezen we van vele zonen. Eén vers verder staat dat we, Jezus en wij, allen uit één zijn, uit God. Daarom zijn we broeders, Jezus en wij.
Een zeer indrukwekkend woord vind ik, wat Jezus bidt in het hogepriesterlijk gebed, Joh.17:20,21: ‘..dat ook zij in Ons zijn;…’ Hiermee wordt die unieke relatie tussen Vader en Zoon van een gesloten een open relatie. Van buitenstaanders worden we huisgenoten van God, Zonen van God. Zo zei Jezus tegen Maria na zijn opstanding: ‘Ik vaar op naar mijn Vader en uw Vader, naar mijn God en uw God’ (Joh.20:17). Ik weet wel, Jezus sprak niet van onze God. God is zijn Vader die ook onze Vader is geworden. Die relatie gaat via Hem. Zeker, we staan niet voor onszelf in, maar we zijn in Christus. Dat woordje in is heel belangrijk. Ik zei: van een gesloten naar een open relatie. Ik zie dat ook in de openbaring van Gods naam. Die luidt: Ik ben die Ik ben. Dat heeft iets geslotens, iets in zichzelf gekeerd zijn, maar God gaat in zijn daden die naam openen en toegankelijk maken voor de mensen op aarde: Ik ben de Heilige; Ik ben de Almachtige; Ik ben de Schepper.
En dan laat God Zich kennen als de God die er voor ons wil zijn: Ik ben je Heelmeester; Ik ben de Goede Herder; Ik ben jouw God. Tenslotte, en dat is toch een hoogtepunt: Ik ben je Vader, je Maker. Wonderlijk: God is alomtegenwoordig, maar dat wordt heel persoonlijk in bijv. Ps.139: waarheen zou ik vluchten voor uw Geest? God is alwetend. Zeker, maar dat is niet een algemene waarheid.
Het betekent: Hij kent mij en doorgrondt mij. Hij is de Schepper. Ja, en dat houdt in dat Hij mij gans wonderbaar heeft toebereid en mij in de schoot van mijn moeder heeft geweven. God ziet alles. Dat is zo. Hij zag mijn vormeloos begin. Zo openbaart God Zich als onze Maker die ons liefdevol heeft geschapen en ons liefdevol gadeslaat. Liefde: Zo daarover lezend en denkend, begint de leer van de drie-eenheid voor mij een nieuwe, niet eerder gedachte relevantie te krijgen. Niet alleen als leerstuk der waarheid, als iets dat je als kerk moet bewaren tegen dwaalleer. Dan zou je de eerste liefde kunnen vergeten, zoals dat in Efeze was gebeurd (Openb.2:1-4). De eerste liefde, is dat dan niet dat we weer weten dat ook wij deel mogen hebben aan de goddelijke natuur (2 Petrus 1:4)? En dat de liefde tussen Vader en Zoon geen gesloten systeem is, maar dat God Zelf ons liefheeft en ons uitnodigt om erbij te komen? De eenheid tussen Vader en Zoon en Heilige Geest groeit uit tot een gezin, een gemeente wereldwijd, tot een volk van God, niet te tellen. Het is druk om de troon (Openb.7:9). De liefde, dat is het geheim tussen de Vader en de Zoon.
Wij zijn naar Gods beeld gemaakt. Wij kunnen ons toch wel iets voorstellen bij het begrip liefde? Jezus heeft ons toch ook Gods liefde laten zien, geopenbaard? Hij gaf zijn leven voor ons als een losprijs. Die liefde, daar hebben wij deel aan gekregen.
Conclusie
Als ik al die boeken en verklaringen lees van zondag 8, krijg ik de indruk dat die uiteenzettingen niet af zijn.
Zeker, de leer van de drie-eenheid is heel belangrijk, maar er is toch meer over te zeggen? Immers, het is geen gesloten relatie gebleven tussen de Vader en de Zoon en de Heilige Geest. Er gaat een nodiging uit van de Here: kom! Ik ben in Christus. Daarom, als God het aangezicht van zijn Gezalfde ziet (Ps.84:10), ziet Hij dan ook mij niet staan? Ja toch? Ik ben toch in Christus en mag toch met Hem voor Gods genadetroon verschijnen? Mijn conclusie is dat we als predikers niet stil moeten blijven staan in de leer van de drieeenheid, want Christus bidt in zijn gebed voor een nog veel meer omvattender eenheid: ‘,..dat ook zij in Ons zijn.’ Zijn dit geen woorden die ons hongerig maken naar meer? Die ons doen verlangen naar die wonderlijke liefde van God? We zijn immers geen buitenstaanders gebleven, maar deelnemers geworden: zonen van God! Trouwens, zou dit besef ook niet doorwerken in ons verlangen naar eenheid onderling?‘En de heerlijkheid, die Gij Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, opdat zij één zijn, gelijk wij één zijn: Ik in hen en Gij in Mij, dat zij volmaakt zijn tot één, opdat de wereld erkenne, dat Gij Mij gezonden hebt, en dat Gij hen liefgehad hebt, gelijk Gij Mij liefgehad hebt.’ Dit is Johannes 17:22,23.
Ook de wereld komt in de gedachten van Jezus. Liefde tussen de Vader en de Zoon en daar worden wij ook bij betrokken. Vervolgens dan de liefde tussen broeders en zusters onderling en dan tenslotte de wereld die voor Gods liefde gewonnen wordt. Doet dit weer niet denken aan Openbaring 7:9: de schare die niemand tellen kan?
Tenslotte een vraag: Kan iemand niet eens verder denken (en dan ook schrijven) over die verzen 22 en 23 van Johannes 20?