Keukentafel en kerkbanken

2001-06-22
  • Jaargang 45
  • nummer 13
Een zaterdagavond in Genemuiden.
We schuilen voor een regenbui. Op straat is het doodstil. Aan de overkant loopt een meneer in een zwart pak door het huis. Hij pakt een dik boek en gaat aan tafel onder de lamp zitten lezen. In de Bijbel? Of is het een oude prekenbundel van één van die markante voorgangers uit de rechterflank van de orthodox-protestantse kerken?

Op dat moment hadden we niet kunnen bedenken dat Genemuiden een half jaar later op een heel andere manier in het nieuws zou komen. Honderden jongeren kwamen in opstand tegen het besluit om een brommer-race te verbieden. Natuurlijk is hier een relativering op zijn plaats. Er waren veel jongeren ‘van buiten’ bij. En bovendien: lang niet alle jongeren deden mee aan het verzet tegen de politie.
Net zomin als alle jongeren in Kootwijkerbroek en Arnemuiden de politie belaagden of dat alle jongeren op Urk betrokken zouden zijn bij drankmisbruik op zaterdagavond (een paar weken later in de pers). Toch is het wel opvallend dat orthodoxe plaatsen zo in het nieuws komen. De bevolking heet er zeer gezagsgetrouw te zijn.
De SGP trekt in beide plaatsen een zeer groot aantal stemmen. Op zondag gaat men massaal twee maal naar de kerk. Wat is er dan door de week (en zelfs op zaterdagavond) aan de hand?

Paars
Is het wel terecht om de bevolking van de ‘bible belt’ in Nederland als gezagsgetrouw te bestempelen? Voor buitenstaanders is het soms moeilijk te doorgronden wat de mensen hier beweegt.
Al jarenlang bestaat er verzet tegen maatregelen van de overheid, vooral op het gebied van landbouw, veeteelt en visserij. Hoezo heffingen? Hoezo vangstbeperking? Dat verzet valt wel enigszins te begrijpen, want de communicatie tussen ‘Den Haag’ en de plaatselijke bevolking verloopt –op zijn zachtst gezegd- niet altijd even soepel.
In de afgelopen zeven jaar heeft zich daarnaast nog een nieuwe omslag voorgedaan. Jarenlang had ons land een (deels) christelijke regering, maar nu is Paars de baas. De gevolgen zijn niet uitgebleven. Op allerlei terreinen staan christelijke normen en waarden ter discussie. Dat heeft voordelen.
Iemand zei onlangs: "Ik ben er blij mee. Vroeger was het onduidelijk waar de scheidslijn ligt, tegenwoordig zie je veel duidelijker het verschil tussen christelijke en niet-christelijke regelgeving."

Subculturen
Iedere samenleving kent eigen subculturen.
Dat hoort er gewoon bij en dat is maar goed ook. Van woonwagenbewoners tot vissers, van langgerokte scholieren op een reformatorische scholengemeenschap tot studenten bij een sjiek studentencorps, van matrozen bij de marine tot jongeren in een alternatieve jongerensoos. Maar de cultuur verschilt ook van plaats tot plaats: mensen in Pieterburen reageren anders dan de inwoners van St. Willibrord.
Die subculturen hebben vaak één ding gemeen: ze zijn vaak zeer afwijzend tegen alles wat van buiten komt. Voor orthodoxe plaatsen kwam ‘Den Haag’ altijd al van buiten, maar Paars doet er nog een schepje bovenop.
Gezagsdragers die zeggen dat christelijke normen en waarden een gepasseerd station zijn maken zich natuurlijk niet erg populair in deze kring.

Keukentafel
Juist op dat punt van die Paarse regering zit misschien ook een stukje oorzaak van het aanscherpende verzet in orthodoxe plaatsen. Nog altijd zijn het vrij besloten gemeenschappen met veel onderling contact. Wat er gebeurt is dat de ouderen mopperen op de overheid en daarmee de jongeren in feite de goedkeuring geven om rotzooi te trappen. Ze zullen dat verzet niet openlijk goedkeuren, maar de toon wordt wel gezet. Deze ontwikkeling wordt door de godsdienstsocioloog Hijme Stoffels een effect van het ‘gemopper aan de keukentafel’ genoemd. Hoe wordt er thuis gesproken over ‘degenen die over ons zijn gesteld’? Ouders gedogen deze agressie, ze zijn het er eigenlijk mee eens, al doen ze niet mee, zo luidde de conclusie in diverse dagbladen en opiniebladen (commentaren in o.a. Nederlands Dagblad, de Volkskrant en Vrij Nederland). Overigens: ook deze ontwikkeling is niet voorbehouden aan besloten gemeenschappen buiten de Randstad. In een analyse van problemen met Marokkaanse jongeren werd dezelfde tendens gesignaleerd.
Als je ouders (al dan niet gevoed door de boodschappen van de Iman) doorvertellen hoe wetteloos de Nederlandse overheid is, waarom zou je dan als jongere de gezagsdragers van die regering gehoorzamen? En eerlijk gezegd verschillen de uitspraken van jongeren in Genemuiden over de overheid niet van de woorden van de beruchte Marokkaanse jongeren in Utrecht. "De politie kan doodvallen, de boel kan barsten, we slopen de boel en als de burgemeester hier komt overleeft-ie het niet." Uitspraken die werden gedaan met soms wel 20 pilsjes achter de kiezen, maar toch…..

Alles mag?
De Heidelbergse Catechismus schrijft dat we ons met gepaste gehoorzaamheid moeten onderwerpen aan allen die gezag over ons hebben ontvangen en ook dat we met hun zwakheid en gebreken geduld moeten hebben (antwoord 104). Dat antwoord moet de toon zetten van ons ‘oordeel’ over de overheid. Wanneer mensen ongenuanceerd over anderen praten ontstaat er een karikatuur. En het lijkt wel of die karikatuur op zijn beurt weer alle middelen van verzet rechtvaardigt.
Die kant moeten we in christelijk Nederland niet uit!!! Als het gaat om principiële keuzen kiezen we zélf. Als de overheid meent dat gehandicapte kinderen geaborteerd moeten worden dan zeggen wij: hier ga je de christelijke grens van beschermwaardigheid van alle menselijk leven over, hier doen wij niet aan mee. Maar als de overheid een brommerrace verbiedt, regels opstelt over de visvangst, een maximumsnelheid instelt of een milieuheffing invoert zijn er geen christelijke waarden in het geding. Je bent het er misschien niet mee eens, je kunt proberen om andere afspraken te maken, maar het is geen reden om voor tienduizenden guldens schade aan te richten en om de politie te molesteren. En mag jouw bedrijf milieuregels aan zijn laars lappen omdat je naar een overheid die abortus legaliseert toch niet hoeft te luisteren? Zo’n houding is in strijd met datgene wat God van ons in het vijfde gebod vraagt.

De kaken op elkaar
Een stap in een heel andere richting: de kerk. Een kerkdienst in een als behoudend bekend staande kerkelijke gemeenschap. Tot onze verbazing wordt er uit ‘Opwekking’ gezongen. Een echtpaar naast ons zingt wèl de psalmen mee. Zodra er een lied uit ‘Opwekking’ wordt gezongen houden ze beiden de kaken stijf op elkaar. Ik denk nog even: misschien een te onbekend lied….
Maar ze zingen ook de meer bekende liederen niet mee. Zijn ze boos op de dominee of op de kerkenraad? Het lijkt wel een demonstratie. Is de kerk om te demonstreren? Er gaan hier geen ruiten in (daar zorgt de jeugd van buiten af en toe wel voor), maar toch….
Wat is het verschil met het gedrag van boze jongeren in Genemuiden of van Marokkaanse jongeren in Utrecht?
En je vraagt je ook af: hoe praat dit echtpaar thuis over de kerkdienst?
Mopperen ze weer op de dominee en op ‘de verschrikkelijke liedjes die weer gezongen werden’? Van de keukentafel naar de koffievisite is maar een kleine stap….

Dus ook in de kerk....
‘Oorlog in de kerkbanken’ is de titel van een boek dat in ‘Opbouw’ werd besproken. In een Amerikaanse gemeente ontstond zelfs een scheuring omdat men het niet eens kon worden over de plaats van de piano: links of rechts.
Volwassenen binnen de kerk gedragen zich soms net zo als jongeren buiten de kerk. Met minder fysiek geweld, "we houden het netjes", maar misschien met nog wel meer emotioneel geweld. Als we het ergens niet mee eens zijn….. dan nemen we onze maatregelen.
"Als er nog één keer een overheadprojector gebruikt wordt onttrek ik me". "Zolang ds. De Graaf preekt kom ik niet meer in de kerk".
"Als we uit Opwekking zingen, zing ik niet mee". "Als de kerkenraad dat besluit speel ik nooit meer op het orgel." Het vijfde gebod telt dus kennelijk alleen als het ons uitkomt. We hebben eerbied voor allen die over ons gesteld zijn en hebben met hun zwakheden en gebreken geduld voorzover we het met hen eens zijn….

Met alle respect
Een bekend gezegde luidt: als je met één vinger naar de ander wijst, wijzen er drie vingers naar jezelf. Hoe je met verschillen omgaat heeft vooral met jezelf te maken.
Dat kenmerk komt terug in het woord ‘respect’. Daar zit ‘de tweede blik’ in: opnieuw kijken. Onze eerste indruk over een idee van een ander is vaak stevig: wat een stom idee, hoe komt hij er bij? Als je beter gaat kijken ontdek je dat die persoon allerlei redenen heeft om zo te denken. En daarmee kom je ook weer bij jezelf terug: waarom reageerde ik zo fors op dat idee van de ander? Waarom was mijn eerste reactie zo afwijzend. Eerder in deze bijdrage: waarom heb ik het gedrag van dat echtpaar dat bij het zingen de kaken zo stijf op elkaar hield als een ‘demonstratie’ ervaren? Dat heeft natuurlijk ook met mijn eigen gevoeligheden te maken…..Om goed naar de ander te kunnen kijken moet je ook jezelf goed kennen.

Omgaan met verschillen
Overal waar mensen bij elkaar komen zijn ook verschillen van mening.
Sommigen willen al die verschillen wegpoetsen.
Op den duur komt daar ellende van. Onder de harmonieuze bovenlaag ligt dan vaak een diepere laag van gespannen verhoudingen.
Het tegenovergestelde is: zodra iets ons niet bevalt niet meer meedoen.
Wegblijven, niet meer mee zingen, niet groeten, kerkelijke bijdragen inhouden, kerkdiensten overslaan….
Zijn er dan geen grenzen meer?
Er kunnen toch in de kerk dingen gebeuren die écht niet kunnen?
Inderdaad, dat kan. En ook een kerkenraad kan soms weinig opbouwend aan het werk zijn. Van een kerkenraad mag verwacht worden dat de besluitvorming helder en open is, zodat gemeenteleden weten wat er afgesproken is en welke regels er in het huis van God gelden. Van gemeenteleden mag verwacht worden dat ze daar loyaal mee omgaan.
Dan nog (en niet in de laatste plaats) onze emoties. Er kunnen in de kerkelijke gemeente zaken passeren die ons zó emotioneel raken dat we geen kant uit kunnen. Dan blokkeren we soms….. Dat is menselijk en niet verkeerd, die ruimte moet er zijn.
Wat wèl van ons gevraagd wordt: hoe communiceren we onze moeite?
Maken we er een show van, demonstreren we ons ongenoegen? Of gaan we toch een open gesprek (een dialoog) aan? En gaan we (letterlijk én figuurlijk- en liefst samen) door de knieën?

Ik zing voor mijn buren
Een jong en actief gemeentelid schreef: "Die houding van meneer Bloksma blokkeert me in m’n geloof. Ik moet wél zingen wat hij mooi vindt, maar als wij iets opgeven zingt hij niet mee.
Wil hij eigenlijk nog wel dat we in de kerk komen? Of mogen we alleen komen als we ons aan hem aanpassen?"
Eén van de stellingen op de Opbouwdag 2001 luidde: ‘ik zing voor mijn buren’. Een uitleg bij deze stelling kan zijn: er zijn liederen die mij minder aanspreken en soms heb ik grote vraagtekens.
Bij sommige liederen weet ik echter dat het lievelingsliederen zijn van broeders of zusters. Ook als een lied mij niet aanspreekt, dan nog kan ik meezingen omdat het een ander misschien dichter bij God brengt.
Ik zing dan dus voor mijn buren…..
Mensen kunnen echt veranderen als er binnen de gemeente voor elkaar gebeden wordt. Met alle respect….
Dat hebben we allemaal nodig, de kerkenraad, jongeren en ouderen, mannen en vrouwen, gemeenteleden aan de rand en leden die iedere zondag trouw in de kerk zitten.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief