Lies is leuk

2001-06-22
  • Jaargang 45
  • nummer 13
Klik.
Grinnik.
Ik schiet in de lach op het moment dat ik de foto neem. Terwijl de hele klas vrolijk naar de lens van het toestel kijkt, zegt Lies: "Pas op Dromer, je haar hangt voor de lens."
Aangezien ik nogal weinig haar heb, en de weinige haren die ik heb niet langer zijn dan anderhalve centimeter, beschouw ik de opmerking niet als waarschuwing, maar als grap.
Een geslaagde grap.

Zo is ze.
Lies is grappig.
Sterker nog, ze is grappiger dan ikzelf.
Niet omdat ik mezelf als ‘enorm grappig mens’ beschouw, maar domweg omdat Lies grappen maakt waarbij ik het ‘slachtoffer’ ben. Grappen waarvan ik merk dat ik ze leuk vind, maar waarbij ik even uit het lood geslagen ben en geen ad rem antwoord weet.
Ze geniet daarvan.

Docenten zijn vaak praatjesmakers.
Dromer al helemaal. En juist dan, droog en komisch uit de hoek komen waarbij de docent van zijn à propos gebracht wordt.

Lies wordt bij elke leerlingbespreking ingebracht. Meestal door dezelfde docenten. Niet iedereen is namelijk gecharmeerd van haar opmerkingen.

Ik heb twee collega’s die haar beslist ongeschikt voor het beroep vinden.
"Ze kijkt te arrogant uit haar ogen."
Gelukkig heeft de mentor van Lies door dat dergelijke opmerkingen meer over de collega zelf dan over Lies zeggen.
Toch komt ze steeds weer terug op de bespreeklijst. Een argument dat ik laatst hoorde was: "Ze denkt dat ze zich altijd overal mee moet bemoeien."

Maandagochtend. 3e uur. Ik heb mijn les niet goed voorbereid, maar weet dat de video die ik gebruik een aantal schema’s toont. Ik besluit te vertrouwen op die schema’s en zet de band wel op ‘pauze’ om de leerlingen de schema’s over te laten schrijven.

Ik probeer de ernst van de schema’s te benadrukken en geef aan dat de leerlingen ze moeten kunnen dromen.
"Niet alleen voor de toets, maar juist voor je beroep!"
Terwijl de leerlingen stap 1 t/m 3 netjes overschrijven, probeer ikzelf te achterhalen wat er bij stap 4 staat. Ik kan het, als gevolg van het trillende stilstaande beeld niet goed lezen, en weet het zelf eigenlijk ook niet meer zo precies.
Helaas wordt mijn gepeins onderbroken door iemand die vraagt: "Dromer, wat staat er bij stap 4?"
Ik voel me betrapt, denk iets te lang na en probeer iets aannemelijks te verzinnen.
Helaas heeft Lies het ook door en net hard genoeg grinnikt ze door het lokaal: "Ja, ja en die schema’s moeten wij dus kunnen dromen..."

Ja, ik mag haar graag. Maar mis haar ook.
Lies is inmiddels 3 jaar van school.
Gisteren kwam ik haar tegen.
Op het station van Amersfoort. Haar pretogen glommen en vlogen als een scanner langs mijn kleding en plastic boodschappentasje.
Haar lippen krulden maar voordat ze iets kon zeggen, zei ik: "Er zit een snotje aan je neuspiercing."

Haar hand vloog omhoog, halverwege haar neus stopte ze, en grinnikend zei ze: "Je bent grappiger geworden, Dromer."

Uit haar mond, beschouw ik dat als een compliment.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief